Vrije Keyser Magazine (NN #91) van 22 augustus 1991
Naties veranderen, hun koningen niet
Je hebt twee soorten socialisme, zo betoogde eens een 'rechtse rakker', het nationaal socialisme en het internationaal socialisme. Het is pijnlijk genoeg om te moeten konstateren, dat deze meneer wellicht een scherp onderscheidingsvermogen heeft. De meeste linkse mensen zullen geen moeite hebben partij te kiezen voor de internationalistische variant, ook al zijn ze misschien niet zo gecharmeerd van het socialisme. Diezelfde mensen zullen, als gezegd wordt dat 'rechts' manipuleert met nationalistische gevoelens, daar met dezelfde felheid hun afschuw over uitspreken.
Toch speelt het nationalisme een steeds grotere rol in de staatkundige verhoudingen in Europa. Het is een politiek destabiliserende kracht, waar 'links' niet of nauwelijks mee om weet te gaan. Ga maar na, de traditionele (leninistische) opvattingen voldoen niet meer, sommige separatistische groepen gaan net zo makkelijk om met fascisten als met linkse mensenrechtenaktivisten en het geweld waarmee dit soort politieke strijd gepaard gaat leidt tot een "ver van m'n bed"-afstandelijkheid.
Nationalisme is zo oud als de weg naar Rome. Als je daar meer over wilt weten, dan lees je Asterix & Obelix nog maar eens. Het was de behoefte van een volk (of stam) om voor zichzelf te zorgen. Het was net zo goed ook de strijd tegen de overheersing door anderen. In vredige tijden zijn het vooral taal en gewoonte, die mensen tot één geheel binden. Men onderhield innige kontakten met naburige dorpen, families en stammen, om elkaars verhalen te horen, ruilhandel te drijven en overleg te plegen over ethische en religieuze kwesties. De mogelijkheid om te reizen was beperkt, mede als gevolg van natuurlijke barrières.
Nadat de reismogelijkheden toegenomen waren als gevolg van het temmen van dieren, kreeg men meer te maken met andere kulturen. Bovendien was het mogelijk geworden om met een hoge aktie-snelheid andere stammen te overheersen. Dit dan om te kunnen beschikken over grotere rijkdommen en over grotere invloed. Het winnen van geestelijke en materiële macht leidde tot vormen van feodaal bestuur, het hebben van legers en het heffen van belastingen.
Wie dat wil kan in dit verband praten over imperialisme; of het nu uiteindelijk gaat over de geestelijke macht van de katholieke kerk of over de ekonomische macht van koningen en hertogen, is om het eender. Waar het om gaat is het bezit van een thuismarkt, groot genoeg om naar behoefte rijkdommen uit te halen en mensen te vinden om de macht te beschermen en/of uit te breiden. Het hebben van die thuismarkt is bepalend voor de ontwikkelingen rond de periode dat de industrialisatie op gang kwam.
De snelheid van produktie ging omhoog, meer mensen moesten in dat produktieproces werken, er waren meer mensen nodig om de produkten af te nemen. Dat betekende dat er "nieuwe" staten gevormd moesten worden, groot genoeg om aan deze behoeften te voldoen. Daartoe werden betrekkelijk autonome gebieden, mini©staatjes, geannexeerd en overheerst. De bevolking van deze gebieden kreeg te maken met twee vormen van onderdrukking: hun kultuur werd ondergeschikt gemaakt aan een andere en er was nu ook uitbuiting ten behoeve van grootschalige produktie.
Dat dit uiteindelijk niet in het welvarende (van kolonialisme rijk geworden) Westen, maar in het uitgestrekte Oosten tot een socialistische revolutie leidde, had veel te maken met het konservatieve feodalisme van de Tsaren©kliek. De denkers achter de revolutie waren weliswaar niet gecharmeerd van degenen die de grootste belangen hadden bij de grove herverdeling van de Europese volken en hun gebieden, maar zagen wél, dat de industrialisatie en de daarmee verbonden voorwaarden voor hun eigen revolutie van minstens even groot belang waren als voor de imperialisten.
Nationalisme werd door hen in verband gebracht met bourgeois elementen, wier ekonomische belangen en bezitsdrang verantwoordelijk waren voor "valse gevoelens van onderlinge samenhang", dit dan gevoed door hun tegenstanders om de invloed van het socialisme uit te bannen. Voor hen was het socialisme de bindende kracht tussen de volkeren, iets dat niet door één, maar door alle volkeren verwezenlijkt werd. Stalin kon dan wel vertellen, dat het terecht was om op te komen voor volken die door anderen overheerst werden, maar om de revolutie te "beschermen" vloeide er nogal wat bloed in het achterland.
De formule van supra-nationaliteit zoals de socialisten die kenden, bleek ook toepasbaar voor andere doeleinden. Hitler keek op de Shell-kaart van Europa en begreep dat zijn invloed, en daarmee die van de duitse identiteit, zich tot de randen daarvan uit zouden moeten strekken. De rest van Europa zag de bloedigheid en het gemonopoliseerde gezag dat daarmee gepaard ging niet bepaald zitten en zijn poging Moskou uit handen van de Bolsjewieken te halen leidde er uiteindelijk toe, dat de Duitse natie aan oostzijde een paar honderd kilometer kleiner werd en dat het land in twee stukken werd verdeeld. Het is die straf, en niet het morele schuldgevoel waar de rest Duitsland mee probeerde op te zadelen, die het meest pijn gedaan heeft. De uitgelaten hospartijen rond de Brandenburger Tor ruim een jaar geleden zijn getuige van de effektiviteit van zo'n straf.
De mobiliteit en industrialisering zijn zo toegenomen, dat er een nieuwe noodzaak is voor ekonomische schaalvergroting. Een aantal idealisten had eerder al de handen ineen geslagen met Europa's handelsgiganten. Beide groepen wilden al langer van de grenzen en handelsbarrières af en hadden de EG opgericht. Ze waren zelfs al gekomen tot een (feitelijk machteloos) europees parlement.
Al dit voorbereidende werk zou een basis kunnen zijn voor de te vormen ekonomische grootmacht. Pijnlijk is alleen, dat er intern veel wantrouwen tegen de EG bestaat (landbouwpolitiek) en dat dientengevolge de daadkracht ook erg klein is. Dat is geen enkel probleem voor de dames en heren politici, die in het bewerkstelligen van een Europese superstaat een kans zien persoonlijk aanzien te verwerven of te vergroten.
Om de maatschappij rijp te maken voor de ekonomische, en daarna ook politieke, schaalvergroting worden de massamedia ingezet. Er moet een nieuw nationaal bewustzijn worden gekreëerd, het pan-europeanisme, dat desnoods anti-amerikaans mag zijn want als er grenzen verlegd worden moeten er ook weer nieuwe ontstaan, niet? Europa '92 is de reklame-kampanje die van de EG een werkelijke ekonomische macht moet maken, van de WEU een effektief fysiek machtsmiddel en van de CVSE een (vooral) binnenlands opererend veiligheidsapparaat. De Europese eenheid organiseert zich als ware zij een multinational, die op de mondiale markt nogal wat konkurrentie moet gaan leveren.
Het is die manier van organiseren die bewijst dat de huidige Europese leiders nauwelijks enig benul hebben vanuit welke positie ze opereren. De bedoelde grootschaligheid is totaal niet in overeenstemming met de in totaal misschien wel grote, maar verder uiterst gefragmenteerde werkelijkheid. Hun incompetentie zal leiden tot een debâcle, niet tot het voor elkaar krijgen van een eigenlijk heel erg noodzakelijke politiek-ekonomische ontwikkeling.
Het kollektief geheugenverlies van de 12 leiders keert zich op dit moment al tegen hen. In West-Europa zelf blijken nogal wat volkeren hun eigen kulturele identiteit te willen bewaren. Zo mondiaal voelt men zich niet. Hoe groter de druk om in elk geval een beetje van die identiteit op te geven, hoe groter de tegenstand wordt. Het is niet voor niets, dat men heeft moeten beloven, dat de nationale "integriteit" gewaarborgd zal blijven.
De massamedia beginnen zich, bij gebrek aan Europese daadkracht en dus nieuws, steeds meer te richten op nationale bevrijdingsstrijd (en in Duitsland met een inhaalmanoeuvre bij het verwerken van het toch al zo korte nationale verleden). Die laait dan ook sterk op. West-Europese separatisten zien zich geroepen te bewijzen hoeveel macht zij kunnen ontwikkelen tegen de centrale macht, juist nu die zich met grootschaliger zaken bezighoudt.
Slechts in Catalonië worden de wapens door de Terra Lliura neergelegd, maar of dat nu is om de belofte van nationale "integriteit", of de te verwachten toename in repressie tijdens de Olympische Spelen, blijft onduidelijk. Hun gevangenen zijn het er in elk geval niet mee eens, dus of deze ontwikkeling definitief is valt nog te bezien. Europa is geen "leeg" land, zoals de VS in de ogen van de blanken was, waar je zomaar een nieuwe staat kunt beginnen. Er moet rekenschap gegeven worden aan de herinneringen en verlangens van diverse volken en bevolkingsgroepen.
In West-Europa zijn nationalistische krachten politiek destabiliserend, in Oost-Europa is het de bom onder het Sovjet-Imperium. Nationalisme is blijkbaar de enige manier om uiting te geven aan opgekropte spanningen, de enige manier die een volk heeft om zich tegen het gehate systeem af te zetten. Maar er is meer dan alleen de onderdrukking ten behoeve van de revolutie (en dus eigenlijk ten faveure van bepaalde klieken). Er zijn onder de omstandigheden daar nieuwe onderlinge verbanden ontstaan tussen mensen die oorspronkelijk niets met elkaar te maken hadden.
Toen Stalin iedereen die de Duitse taal van huis uit geleerd had te spreken naar Siberië stuurde, ontstond daar een saamhorigheidsgevoel onder de overlevenden, dat generaties lang niet uit te bannen zal zijn. Je kunt dit vergelijken met nationalisme, met dien verstande dat het hier niet om een volk gaat, noch om een land.
Wonderlijk genoeg is binnen het Sovjet-blok ook een staat binnen de staat ontstaan: die van de nieuwe paria's van het socialisme, de apparatsiks, de Stasi's, de KGB-ers en hoe ze allemaal heten. Zij hebben hun eigen onderlinge kontakten en gewoonten ontwikkeld. Hun grondgebied is het kazerneterrein en hun kantoorruimte. Vormen zij niet een volk op zich, dat een gedrag vertoond, dat parallel loopt aan het nationalisme? De integriteit die zij tegen de buitenwereld beschermen is die van de socialistische revolutie.
Als er één konflikt is dat iets duidelijk maakt over de spanning tussen nationalistische gevoelens, de west-europese behoefte aan ekonomische expansie en verstarde Oost-West verhoudingen, en bewijst dat het niet mogelijk is iets te veranderen aan de Europese buitengrenzen zonder rekening te houden met het verleden, dan is het de burgeroorlog in de slechts een halve eeuw oude staat Yugoslavië. Sinds 1300 en nog wat vechten de Serviërs een onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turkse onderdrukker.
Niet veel later ontstaat het Habsburgse rijk, dat Slovenië en een deel van Kroatië tot haar grondgebied kan rekenen. De Oostenrijks-Hongaarse adel zag Slovenië aan de oostkant van haar rijk als ideale plek voor uitstapjes naar kuuroorden en andere soorten vakanties. Lijdzaam keek zij toe hoe het beduidend armere servische volk eeuwenlang voor haar vrijheid vocht. De lijn onder Zagreb werd door de Habsburgers beschouwd als een grens waar ze tevreden mee konden zijn. (Die grens ga je in de nabije toekomst nog vaker tegenkomen, weet je overigens nog iets van de schoollessen over het begin van de Eerste Wereldoorlog?).
In elk geval, er kwam een revolutie, de Turken werden teruggedreven en er ontstond een betrekkelijke vrede. De Duitsers gooiden als in de laatste eeuw gebruikelijk roet in het eten. In Kroatiá‰á ontstond een fascistische satelietstaat, die van de Ustase, die enthousiast begonnen de Serviërs uit te moorden (omgekeerd gebeurde ook het een en ander): de wederzijdse haat was definitief gevestigd, goed voor generaties lange konflikten.
Na de oorlog greep Tito, die als rechtgeaard socialist ervan overtuigd was dat de revolutie belangrijker was dan de gevoelens onder zijn volk, een aantal keren fors in, waarbij met name de Serviërs stukjes land op moesten geven. Behalve in de Voerstreek zijn er op de wereld weinig plekken te vinden waar de bevolking elkaar zo na aan de keel staat.
Sinds de eskalatie kompleet is, bestaat de Trojka van van der Broek. Op de achtergrond is Hans Dietrich Genscher al aan het roepen (namens de CVSE en de WEU, waarvan hij voorzitter is). De Twaalf van Europa kunnen geen gedonder gebruiken aan hun buitengrenzen. De kwestie Gibraltar is dan nog wel niet opgelost, maar stabiele buitengrenzen zijn van het allergrootste belang voor de politiek ekonomische geloofwaardigheid van de toekomstige "superstaat".
Het lijkt te lukken. Even lijkt het te lukken. Broekemans krijgt het middels een akkoord voor elkaar, dat in Slovenië maar een paar mensen sneuvelen. In Beograd is men er intussen achter, dat de Twaalf twee verschillende talen spreken: "Dit is duits Imperialisme!". Bang dat de hen door Tito afgenomen servische gebieden in Kroatië in handen van de Duitsers vallen, grijpen servische nationalisten de wapens. Dan blijkt nota bene dat de wapens in de twee zichzelf afscheidende republieken regelrecht in een boot over de Donau uit de ehemalige DDR zijn aangevoerd (die hebben cash nodig). Aiaiaiai.
Terwijl Broekemans vrede probeert te stichten, wil Genscher Euro-ingrijpen middels de WEU. Tenslotte zijn niet alleen de nieuwe grenzen van belang, maar is ook nog wel behoefte aan een stukje kapitaalkrachtige afzetmarkt. Veel belangrijker nog is, dat als de Twaalf hetzij via de EG (ekonomische sankties), hetzij via de WEU (militair ingrijpen door Europa, vooralsnog zonder duitse deelname) op enigerlei wijze een voor de blik van de wereld bevredigende oplossing gevonden kan worden, de Twaalf aan prestige winnen. Ze kunnen dan zeggen, dat Europa tot daden in staat is, daar valt een Europese identiteit mee te kweken. De eerste Euro©klap is een daalder waard. Daarom doet het waarschijnlijk zo'n genoegen Broek met gebogen hoofd af te zien druipen.
Als de laatste jaren één mythe onderuit gehaald is, dan is het de socialistische doktrine omtrent nationale vraagstukken. Maar de west-europese leiders zijn al net zo min in staat met nationalistische strijd in het Oosten om te gaan, als ze dat op eigen terrein kunnen. Wat ons te wachten staat is een jarenlange bemoeienis van het (imperialistische) westen met nationalistische sentimenten om die ter eigen gunste te keren.
Op het moment dat het Westen wel gebieden als afzetmarkt annexeert, maar als dat gebeurd is, zich niet meer bekommert om de gevoelens van de mensen die er wonen, dan keren die zich uiteindelijk tegen hen. Dat is, grofweg, wat er in de DDR aan het gebeuren is. Er wordt wel eens gezegd, dat het kapitalisme geen grenzen kent, mondiaal is. Maar de spreekwoordelijke deksel op de neus wacht als de vrije-marktekonomie niet brengt wat ervan verwacht werd. Men zal dan de volkeren moeten gaan onderdrukken, die met mooie beloftes naar het kapitalisme gelokt zijn.
Eigenlijk is radikaal-links al jaren bezig zelf een staat binnen een staat te vormen, met haar vrijplaatsen, mikro-ekonomie en strukturen en gewoontes. Ze heeft zich, als pseudo-mensenrechten aktivisme, wel bemoeit met west-europees nationalisme, maar nooit echt haar steun uitgesproken. Dit omdat het geweld afstotelijk was en de betreffende bewegingen net zo gemakkelijk kontakt onderhield met links als met extreem-rechts.
Wie om redenen van politieke destabilisatie kiest voor het steunen van welke nationalistische strijd dan ook, om vooral de macht dwars te zitten, zal bloed aan de handen krijgen. Zolang binnen datzelfde links mensen rondlopen, die bezig zijn hun eigen mythe, hun eigen "natie" te vormen, zal datzelfde gebeuren. Het andere uiterste is de non-strategie, niets doen en zitten afwachten. Die Twaalf verknallen het toch wel, ze hebben alleen af en toe een zetje en een vette grijns nodig.