UIT: eN LEKKER eN Fris, links-radikaal vakantie magazine (NN #87-88) van 3 juli 1991
VAKANTIEBOEKEN
ZEEMANSLEVEN
Vroeger ging ik altijd met mijn vader op vakantie. En aangezien we dan met zijn (woon)boot gingen, waarbij automaties de boekenkast werd meegenomen, hoefde ik nooit mijn eigen boeken mee te nemen. In vier jaar heb ik zijn boekenkast van voor naar achter en van achter naar voor gelezen. Van 'Zeemansleven' tot 'Sissy, de prinses van Oostenrijk'.
Sindsdien lees ik geen "grote-mensen-boeken" meer. Des te meer "kinderboeken". Bijvoorbeeld de verhalen van Töve Janssen over de Moemvallei. Daar is het leven rustig, heeft niemand haast en schijnt meestal de zon. Dé ideale vakantielectuur als je je nergens druk om wil maken.
Het enige nadeel is dat de boeken wel snel uit zijn. Winnie de Poeh is natuurlijk ook altijd leuk. Maar het mooist zijn de boeken van Cynthia Voigt, die gaan over kinderen die maar niet willen deugen en in konflikt zijn met hun omgeving. Ze schipperen door hun leven heen en stranden, of niet. Niet altijd vrolijke zomerlektuur, maar wel gewoon mooi!
Gerbina
DE KRANT IN HET BUITENLAND
Een krant is bedoeld om weg te gooien. Dat kun je in het buitenland het best meteen na aanschaf doen. Men is er inmiddels in de verschillende provincies van Europa van doordrongen, dat wij niet allemaal op klompen lopen en in een molen wonen. Maar wat er nooit in schijnt te willen, is dat we ook niet allemaal hetzelfde vod lezen. Mocht je al iets te pakken kunnen krijgen dat de benaming krant verdient, dan is het meestal nog Komkommertijd ook.
De laatste jaren staat niet alleen het Monster Van Loch Ness erin, maar ook de nieuwste plannen van de regering. Als je je niet verveelt, dan vreet je je op omdat je in vrijwillige ballingschap bent. Niets lezen dus, en bij thuiskomst eens kijken hoe ze het zonder jou hebben gesteld.
Joke
MIJN VAKANTIEBOEK
Welk boek moet je meenemen op vakantie? Iedereen heeft daar weer andere ideeën bij. Ik vind dat een vakantieboek moet voldoen aan: veel pagina's, het moet niets te maken hebben met waar ik de rest van het jaar mee bezig ben en het moet meeslepend zijn. Verder mag het niet zweverig zijn en moet ik het boek tussendoor wel weg kunnen leggen omdat ik op vakantie ook nog wat anders wil doen dan alleen lezen.
Veel mooie boeken voldoen aan deze eisen, onder andere: 'De oorlog aan het einde van de wereld' van Mario Vargas Liosa (Peru), 'De naam van de roos' van Umberto Eco (Italië) en 'Vrouwendecamerone' van Julia Voznesenskaja (USSR).
Het boek van Liosa is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Het gaat over een messias met tienduizenden volgelingen die het gezag van de regering niet erkennen. Zij wonen in een zelfgebouwde stad (Canudos), die pas na vier expedities van het regeringsleger veroverd wordt. Het verhaal wordt vanuit verschillende personen beschreven. Daardoor leer je begrijpen waardoor deze gedreven zijn om naar Canudos te gaan. Achter op de kaft staat o.a.: "De waarheid is wat men verkiest te geloven." Als dit jou aanspreekt, zal het boek je ook wel aanspreken. (700 blz.)
Het boek 'De naam van de roos' is zowel een geschiedenisboek van het christendom in de middeleeuwen met al z'n machtsstrijd, als een detective. Het verhaal speelt zich af in een abdij waar verschillende monniken de dood vinden. De hoofdpersoon broeder William wordt door de abt opgedragen een onderzoek in te stellen. Vele verdachten vinden zelf de dood waardoor het onderzoek weer op een dood spoor zit. Uiteindelijk blijkt dat niet zo vreemd.... (522 blz.)
'Vrouwendecamerone'. Op de kraamafdeling van een ziekenhuis liggen tien vrouwen in quarantaine. Om de tijd te doden vertellen zij elkaar hun ervaringen met bijv. hun eerste liefde, verleiden, ontrouw, jaloezie, wraak, geluk, tederheid en geweld. De vrouwen zijn tien dagen bij elkaar en elke dag wordt er een ander onderwerp uitgekozen. Daardoor krijg je honderd verhalen die een afwisselend geheel vormen; het zijn tien ervaringen van één vrouw, en één onderwerp wordt door tien verschillende vrouwen belicht. Mede door deze opzet is het boek de moeite waard om mee te nemen.
Han
IK HEB AL EEN BOEK
Meestal is er maar weinig te lezen op vakantie. Je zou ter plekke iets kunnen kopen, maar als het een beetje goed is hou je het weer bij je. Zelf schrijven kan ook nog, maar we hadden het hier over konsumptie en niet over produktie. De verslaafde lezer rest nog één weg. Een boek meenemen dat nooit opraakt. Zo'n boek dat altijd nieuwe aanknopingspunten blijft bieden om voor je uit te mijmeren, te redeneren maar ook om een stevig stuk te kunnen lezen.
De Bijbel bijvoorbeeld, maar wij doen niet aan geloven. Mijn boek heet Gaudy Night (1928) van Dorothy Sayers. Een vrij ingewikkelde detektive, veel lagen en verhaallijnen, romantiek, spanning, politiek, filosofie. Alles komt perfect samen in een klinkende finale. Je vindt er zeer veel huidige feministische dilemma's in terug, wat een beetje ontmoedigend is, maar ook wel opwindend en verhelderend. Ook de stijl is nog vlot genoeg voor snelle wereld van vandaag.
De complexiteit maakt het boek bij de eerste kennismaking, wanneer het je nog voornamelijk om de 'whodunnit' gaat, tamelijk zwaar. Reeds vele lezers zijn onderweg gesneuveld. De beste methode voor de eerste lezing is: het boek snel door raggen om de plot te weten, bij verveling een stukje verder bladeren, of anders de zwaar uitgedunde prisma-vertaling (Onrust in Oxford) lezen. Hierna kan de pret beginnen.
De paperback is licht en handzaam, ondanks een bijna 300 pagina's, maar niet zo duurzaam. Ik ben nu al aan mijn tweede exemplaar toe, omdat het eerste versleten was. Het vergezelt me als een teddybeer.
Marja
LICHTGEWICHT
Om boeken mee te nemen op vakantie, daar is geen beginnen aan. Ze zijn zo uitgelezen, dus moet je er een hele berg van meenemen die je dan de rest van de tijd mee moet slepen. Je kunt natuurlijk een dik boek meenemen. Zo'n afschuwelijke familiekroniek waarin mensen voornamelijk geboren worden en dood gaan. Of van die stomvervelende "lekker dikke spionageboeken" met als voornaamste boodschap dat niets en niemand te vertrouwen is. Of iets anders onverteerbaars, zoals 'Duin'. En laten we hier maar even zwijgen over het naar blut-und-boden ruikende 'Fantasy'.
Dunne boeken kun je tenminste nog stuk voor stuk weggooien, op het laatst scheelt dat wel. Met een dik boek zit je aan het eind nog altijd met het begin opgescheept. Tenzij je elke gelezen bladzij meteen weggooit. Waar ook wel wat voor te zeggen valt, trouwens. Als je toch met alle geweld leesvoer mee wil nemen, neem dan iets mee waarvan de verhouding tijd / gewicht / creativiteit gunstig ligt. Ik bedoel natuurlijk wiskunde.
Waldo
BOEK OP VAKANTIE
Een onzinnig onderwerp. Een leven hoort niet te bestaan uit de clichématige afwisseling van regen en zonneschijn, 'werk' en 'vakantie' . Bovendien: het is snikheet op vakantie, je moet midden in de nacht een heel eind lopen om te plassen, in de tent naast je zitten ze tot drie uur in de ochtend te feesten of het hotel heeft een disko.
Wel ga ik op reis. Een keer per jaar reis ik naar een onbewoond eiland. Ik bivakkeer er met een sateliettelefoon, laptopje en een modem, een voorraad van dat harde biologische brood dat natuurlijk vol zit met chemicaliën, anders zou het nooit zolang goed blijven, 5 pakken Solidariteitskoffie, een kooktoestel op zonne-energie, een tent en een doosje condooms voor als Vrijdag langs komt.
Daar schrijf ik een boek en piep het door naar de uitgever: Als de koffie op is ga ik naar huis. Het mooiste is als ik in de aankomsthal op Schiphol een bleek uitgeslagen figuur het al zie lezen. 'Sukkel', denk ik dan sadistisch.
PvO
ONTHEEMD OP VAKANTIE
De vraag 'wat is je favoriete vakantieboek?' is voor mij een moeilijk te beantwoorden vraag. Ik heb eerder favoriete schrijversters dan favoriete boeken. Van mijn favoriete schrijversters lees ik het liefst alles waar ik mijn hand op kan leggen. George Orwell, Aldous Huxley, Herman Hesse, Emma Goldman, Peter Kropotkin, Anton Constandse, Anja Meulenbelt, Shere Rite, Carlos Castanida, Domela Nieuwenhuis, Red Rat, Astrix en Obelix en Guust Flater zijn daar voorbeelden van.
Toch heb ik een vakantieboek gevonden: De Ontheemde van Ursula Le Guin. Het is een roman waarin op een goede manier wordt beschreven op welke manier een principieel anarchistiese samenleving kan ontsporen. Zeker een dorpje als Akigoloké van Atalanta loopt denk ik dezelfde risikoos als de planeet Anarres in De Ontheemde.
Wat ik bedoel komt denk ik goed naar voren in het volgende fragment: 'Waar wil je nou heen?' mopperde Takver en kroop verder onder de dekens. (…) 'Naar het volgende: dat het sociale geweten het individuele volkomen domineert in plaats van ermee in evenwicht te zijn. We werken niet meer samen, we gehoorzamen. We zijn bang om uitgestoten te worden, om te worden uitgekreten voor lui, egoïstisch, onfunctioneel. We hebben meer angst voor de mening van onze buurman dan we respect hebben voor onze eigen vrijheid van keuze. (...) We dwingen iemand zich buiten onze goedkeuringssfeer te begeven en dan veroordelen we hem ervoor! We hebben wetten gemaakt, wetten van conventioneel gedrag, we hebben muren om ons heen gebouwd en we kunnen ze niet eens zien omdat ze deel uitmaken van ons denken.'
Ook in Akigoloké kan dit gebeuren. Zeker als je daar wél mag genieten van een honderd procent biologiese taart van wilde appels, maar niet van een even biologies stukje spacecake van wilde wiet. Als je je daar niet aan houdt mag je 'je eigen dorpje stichten' (je wordt dus geacht op te hoepelen). Mooie idealen gaan blijkbaar niet altijd gepaard met een even mooie praktijk! Juist omdat de diktatuur van de sociale kontrole sneller optreedt naarmate je idealen hoger gespannen zijn is dit het vakantieboek dat ik aan wil raden aan alle links-radikale idealisten. En zeker aan de mensen van Atalanta.
Renéetje