Naar archief

UIT: eN LEKKER eN Fris, links-radikaal vakantie magazine (NN #87-88) van 3 juli 1991   

REISLUST 

Het woord vakantie heeft mij altijd al tegengestaan, vooral omdat het zo'n modern woord is dat het leven - de werkelijkheid - beziet in zwart-wit termen, radikaal van elkaar gescheiden brokstukken ervaring. Op vakantie gaan is vrije tijd konsumeren. Reizen daarentegen heeft een ontzettend rijke klank, vol bijbetekenissen. Reizen is het ontmoeten van andere ruimtes en tijden, reizen is het rondgaan met een open en geïnteresseerde blik, de bereidheid tot het delen en mee beleven van andermans ervaringen, ideeën en gevoelens. Zonder deze ruim opgezette formulering is reizen een bijna alomvattend begrip, in dit artikel zal ik proberen het toe te spitsen op daadwerkelijke belevingen buiten mijn woonplek, 'mijn' landsgrens. 

Ik ben zojuist een kwart eeuw oud geworden en aan het eind van een levensfase gekomen. Ruim zes jaar ben ik bezig geweest met een universitaire studie, sinds een half jaar is die afgerond, ben ik (oh ironie) erkend gewetensbezwaarde en opnieuw op zoek naar bezigheden om doel, zin en richting aan mijn toevallige individuele bestaan te geven. In die zes jaar heb ik veel gereisd, gemiddeld zo'n vier, vijf keer per jaar, veelal liftend, naar vele uithoeken van het europese kontinent. Soms was de aanleiding een spontane en autonome behoefte aan afstand van mijn dagelijks leven, een schreeuw naar nieuwe ervaringen, soms was het een plan van vrienden of een groepering waar ik deelgenoot van was en wiens plan mij inspireerde. Vaak was het simpelweg de drang tot avontuur, de innerlijke noodzaak om mijn leven kleur en diepgang te verlenen. De verveling met de banaliteit van alledag. 

Deels vanuit budgettaire en ook deels vanuit diezelfde avontuurlijke drang bestond het eigenlijke, grensoverschrijdende deel van mijn reizen uit soms ellendig lange lifttochten. Urenlang met een schetsbord en een viltstift bij een Raststätte langs de Autobahn staan, het volgende reisdoel steeds dichterbij zoekende. Vooral die tankstations langs de snelwegen zijn mij bijgebleven, hoeveel uren van mijn leven ik niet in deze naargeestige decors heb doorgebracht.  

Als er één symbool is voor het jachtige moderne, vervreemdende leven dan is het wel een tankstation langs een snelweg. Mensen, vaak alleen in al hun enkelvoud achter het stuur van hun met veel pijn, moeite en arbeidsonvrede opgespaarde heilige koe, de noodzaak om een nieuwe dosis energie te injekteren, de gemechaniseerde en in sommige landen (Frankrijk!) zelfs met kogelvrij glas beschermde kassa's en hun menselijke aanhangsels, de stank van verschraald rubber en versleten uitlaatgassen, de verschrikkelijke en formeel afstandelijke houding van chauffeurs/euses die veel te gespannen zijn om op een eerlijke manier met mijn verzoek om een lift om te kunnen gaan, de afstomping van urenlang nee, smoesjes en grove ontkenningen van mijn aanwezigheid te hebben ontvangen, oh ik zou een oneindige litanie van liftellende kunnen opschrijven. 

Maar dat is slechts een zijde van de werkelijkheid en mijn ervaringen daarmee, tenslotte ben ik blijven door liften. Een gouden regel is dat je met genoeg geduld en volhardingsvermogen altijd daar komt waar je wilt komen. En de zelfselektie van liftgevers leidt ertoe dat tegenover de meerderheid van botte weigeraars een minderheid staat van vriendelijke medemensen die je letterlijk en figuurlijk vooruit helpen. Tenslotte ben je in zeker opzicht vogelvrij in de wegberm, heb je slechts een gesprek en menselijk kontakt te bieden voor de gunst om in het Walhalla van het leven - beweging -, in de interne ruimte van de privé-personenauto te worden toegelaten. 

Na een halve nacht lang bijna doodgevroren te zijn bovenop de Brenner-pas en dan een lift krijgend van een italiaanse timmerman die in zijn auto vrolijke muziek en een thermoskan vol hete zwarte koffie heeft, is een extatiese ervaring. Of bij Thessaloniki besluiten eerst te gaan slapen voordat er naar Istanbul gereden wordt en tezamen met de vrachtwagenchauffeur en fles raki leegdrinken en pistachenootjes knabbelen terwijl we het hele komplexe familieleven bespreken, dat kan een dag goedmaken. 

Tijdens het begin van mijn liftescapade's hield ik mij nog bezig met onzinnige kwantitatieve records, zag het liften meer als middel dan als doel in zichzelf. Zo kwam ik eens vanuit Rome in Amsterdam in 22 uur en reed ik eens diep in de duitse nacht in een van de meest luxe wagens die Mercedes-Benz ooit van de lopende band heeft laten rollen met de zinsverbijsterende snelheid van 300 kilometer per uur over de vrijwel verlaten Autobahn. 

Later begon ik de charme van de reis zelf beter in te zien, de strijd van het kwetsbare individu met zijn/haar lullige/kuttige stukje karton tegen het anonieme leger van vreemdelingen dat door blik omhuld door mijn blikveld en wensdromen heen stormt. Filosofiese gesprekken diep in de nacht, zonder voorgeschiedenis of latere voortzetting, vergelijkingen en relativeringen van totaal verschillende levenssituaties. 

Eens liftte ik alleen naar Turkije. Die reis duurde vijf lange, eenzame dagen en hielp mij bijna voorgoed van het liftvirus af. Negen volkomen identieke uren - en daarbinnen nog minuten etc. - bij een joegoslaviese tolwegovergang, het regende en iedereen ging vrolijk naar het volgende dorp. Bezit, de ander, verandering, de gedachten jagen voort tussen de gelukzalige meditatieve lege momenten, de reis staat stil.  

Vroeger was er de noodzaak en zo af en toe het uitzonderlijke losgeslagen individu, nu reist iedereen en sta ik verdrietig en verloren langs het stille natte asfalt, waarom, thuis zijn er vrienden en een warme kamer, waarom. Drie zatte oude mannen die de hele week in een metaalfabriek in München hebben gewerkt vieren het aanstormende weekend en v09rdat ik verder mag belanden, wij gevieren in de kroeg, drinken het lang verwachte weekend binnen, onweer over het met zeil afgedekte terras, ik word bij een pomp gedumpt en slaap in een greppel, morgen verder. 

Bij mijn ouders hing boven de eettafel in de bijkeuken een tegeltje met zo'n typisch oud-hollands gezegde, van het concert des levens schrijft niemand een program. Nee er is nauwelijks een slechter idee, slechts een schier eindeloze verveling die wacht op het sluiten der gordijnen resteert, nee, kruip uit de greppel, er is zowaar een weliswaar nurkse edoch toeschietelijke vrachtwagenchauffeur die naar Thessaloniki gaat. De man kwam ook uit Nederland, was op zijn veertiende op de grote vaart gegaan en nu al twintig jaar vrachtwagenchauffeur, iemand met een groot besef van goed en kwaad en een verbazingwekkend vermogen tot mopperen. Twee-en-een-halve dag waren wij tezamen en al die tijd, als er gesproken werd, werd er gemopperd. Ik doezelde mijzelf door zijn monoloog, mompelde af een toe een bevestigend geluid en genoot van het betoverende zuid-joegoslavische landschap.  

Bij de griekse grensovergang gebeurde een klein wonder, de vrachtwagen naast ons werd bestuurd door een half nederlandse Turk die op weg was naar Ismir en mij met een glimlach begroette. Vier dagen was ik onderweg en ik had gewanhoopt als nooit te voren, met in mijn achterhoofd het verhaal van twee vrienden die enkele weken tevoren, op weg naar noordoost Griekenland, bij Salzburg omgekeerd en pijlsnel huiswaarts gelift waren. 

Nu zat ik hoog boven acht wielen die mijn bestemming, Istanbul, aan zouden doen, naast een vriendelijke chauffeur. Zoals in het (dagelijkse) leven depressieve buien onaangekondigd binnenstormen en blijven bivakkeren totdat zij door een onhoorbare bel uitgeluid worden, zo veranderde de beweging in dit reizende leven plotsklaps tot een doelgerichte tocht met een zeer geschikte compagnon, het kan verkeren. 

Wat zie ik onderweg, Kerouac's dromen van de volgende horizon, de bittere realiteit van het juiste adres voor de nacht, de klassieke combinatie van armoede en gastvrijheid, het verlies van het belang van het (mijn) toevallige leven, de kleurrijke details die het zinloze leven smaak en zinnelijkheid geven. Ik weet het niet en kom weer thuis. Ooit ga ik weer, ooit ga ik voorgoed. 

Frank

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991