UIT: eN LEKKER eN Fris, links-radikaal vakantie magazine (NN #87-88) van 3 juli 1991
Vakantie nee, expeditie ja!
16 JUNI 1990
- Vlokken?
- Heb ik, fijne havervlokken voor pap, en zelfs voor een aantal dagen geroosterde vier koren vlokken met noten en rozijnen. Müsli - alleen het water ontbreekt.
- Dat is maar goed ook! Heb je nog groente gedroogd trouwens?
- Is er niet van gekomen, we zullen het moeten doen met af en toe wat brandnetels...
- Die groeien daar niet.
- ... dan met wat kruiden misschien, en ik heb nog een paar uien, wortels en preien in huis; die zal ik meenemen.
- Wie weet komen we toch nog ergens een winkel tegen.
- Heb jij de bulgur en de gerstvlokken, voor het avondeten?
- Ja, en mie natuurlijk. Alles bij elkaar genoeg voor ruim twee weken.
- Brood?
- Drie heb ik er bij me, dat is voor 1 week ongeveer, daarna zullen we ons met havervlokken- moeten behelpen. Ik neem in elk geval flink wat arame mee, en kruidenzout, om de boel hartig te kunnen maken.
- Ik heb ook wat brood. Voor in de trein. En beleg:
appelstroop en notenpasta.
- Tahin?
- Goed dat je het zegt.
- Olie, shoyu, die dingen neem ik wel mee.
- Okee, mijn lijstje is rond.
- Het mijne ook. 0, wacht: een kompas...
- Heb ik.
- Hé, slaap lekker! De trein gaat om 10 over 12.
- Ik weet het...
- Je bent deze keer niet te laat hè?!
Zoals altijd wanneer ik de volgende dag op reis ga spoken er voor ik in slaap val duizenden gedachten door mijn hoofd. Alle mogelijke rampen die zouden kunnen gebeuren komen in me op. Treinongelukken, bomaanslagen, zelfs de weg van mijn huis naar het station, die ik normaal enkele keren per week zonder zorgen afleg, lijkt ineens vol gevaren.
Ik weet niet presies wat dit voor een tik is. Wil ik eigenlijk niet weg? Voel ik me diep in m'n hart schuldig als ik zomaar ineens de boel de boel laat en vertrek? Of is het zelfs zo dat ik niet kan aksepteren dat ik gemist kan worden, dat de vreselijk belangrijke dingen waarmee ik bezig ben zomaar ineens een paar weken stil liggen?
Vandaag begon het al: ik ging in tegenstelling tot wat ik eerst van plan was niet naar die demonstratie. M'n hoofd stond er niet naar. Ik naaide lapjes op m'n kapotte broek en ik stouwde m'n rugzak vol en er moest natuurlijk op de valreep weer van alles op de post. Nou ja. van mijn vakantie zal Shell niet rijk worden. Wordt geen enkel bedrijf rijk. Hoewel? Die trein in frankrijk...die rijdt grotendeels op kernenergie... is dat geen boykot waard?! Ik probeer rustig te ademen. Is het wel leuk om op reis te gaan? Dat vraag ik me af Het verwart me. Waarom niet gewoon zorgen dat het hier leuk genoeg is...
I7 JUNI I990
Eindelijk zitten we in de trein. In de stationshal. hebben we onze rugzakken gewogen. De mijne woog 22, die van Weia 20. Ik krijg het ding niet zonder hulp boven in het rek. Maar het hoeft niet eens: de rugzakken blijken niet te passen op het oenige bagagerekje in deze trein. We zetten ze op de bank tegenover ons. Gelukkig is het niet druk.
De trein staat nog stil, we zijn nog steeds in Utrecht. Drie vertrouwde lachende gezichten voor het raam. De trein zet zich in beweging. Zwaaien. Tienek holt wuivend met de trein mee, Michèl rent keihard vooruit totdat we zwaaiend voorbij suizen, en uiteindelijk laten we ook P'tje achter, die verwoede pogingen doet ons op zijn step bij te houden. Enkele mensen in de trein wijzen en lachen. 'Een step!' - Eigenlijk zijn we toch wel een leuke klup hè, zegt Weia.
In mijn ogen prikken een paar tranen die er niet uit willen. Ik denk terug aan het moeizame gedoe soms onderling, de afgelopen jaren, en het is alsof ik alleen al door het idee er een paar weken helemaal uit te zijn een prettig soort afstand voel. Van nu af aan, lijkt het mij, zal alles veel beter gaan. We zullen door gaan met elkaar kritiek geven, zonder ons in kleinzerig, overgevoelig gedoe te verliezen.
Voor Woerden hebben we ons eerste plan alweer gemaakt: een spel maken; een spel dat zo in elkaar zit dat degenen die het spelen merken dat ze meer gebaat zijn bij samenwerking dan bij konkurrentie. (Presies het omgekeerde van wat de zogenaamde spelteorie beweert!) Hoe zou je voor mekaar kunnen krijgen dat deze gedachte er uitrolt, zonder dat het braaf of moralisties overkomt?
We leunen achterover. Het gevoel dat ik dit idee meteen zou moeten gaan uitwerken zet ik van me af Misschien komt het er van tijdens onze reis, misschien ook niet. Het is niet zo belangrijk. Het belangrijkste is dat ik uitrust, dat ik geniet, dat mijn ongeduld. mijn resultatenhonger, verdwijnt. Toch vind ik het leuk om te merken dat het plannetjes verzinnen doorgaat, ook al zijn we op reis. De kloof tussen ons leven in de stad (volop bezig zijn met de vraag hoe de mensenwereld te veranderen) en een paar weken in de natuur rondtrekken (waarin genieten van het hier en nu voorop staat) wordt er minder groot door.
Na Rotterdam eten we de koekjes die Michèl ons gaf We vinden het de lekkerste die hij ooit bakte. Ook de gevulde broodjes van Tienek smaken fantasties. Het zijn waarschijnlijk de laatste 'luukse produkten' tot we weer terug zullen zijn van onze, eh... tja, noem het maar gerust expeditie!
Expeditie, nou ja... Niet naar de Noordpool, niet naar de Sahara, noch naar een ander onbevolkt of onvruchtbaar gebied. Onze bestemming is gewoon frankrijk: Le Bousquet d'Orb en de omgeving van Octon in de Haute Languedoc. Een mooie streek, die we al een beetje kennen van jaren geleden.
Toch hebben we voor ruim twee weken voedsel bij ons: we weigeren, ook als we met vakantie zijn, supermarkten en andere onbiologiese winkels te 'spekken'. We eten alles 100% biologies en IOO% veganisties, en omdat we niet goed weten in hoeverre dat kan in het gebied waar we heen gaan hebben we alles meegenomen. Stiekem hopen we natuurlijk wel ergens aan verse groenten en vers fruit te komen. Pruimen, aardbeien, bessen, juist in deze tijd is het er volop, ik vind het wel jammer als ik het zou moeten missen. Maar onbiologies hoef ik het niet, als ik weet dat ergens een zooi chemikaliën voor is gebruikt, dat het op een grootschalige en kommersiële manier gekweekt is, dan kan ik er niet meer van genieten.
Afgezien van of het nodig is om zoveel op je rug te laden, is het een grappige ervaring om zo zwaar bepakt rond te lopen. Het vrije gevoel om geen winkels nodig te hebben. Tegelijkertijd is het een vreemd idee dat we niet net als andere beesten gewoon al etend van wat de omgeving biedt door de natuur kunnen stappen.
In Brussel stappen we over. ('Bruxelles M' stond op het kaartje; gelukkig bedacht ik nog net op tijd dat 'Midi' zuid betekent en niet centraal.) We belanden in een zeer luukse trein, maar... weer geen goeie plek voor dikke rugzakken. Toch kunnen we er dit keer niet omheen om ze op te tillen en in de smalle bagagerekjes te proppen. Ik lees over Sokrates. Een bemoedigend idee dat zo'n figuur in zijn tijd ook maar een klein kringetje om zich heen had. Kleine kringen kunnen toch uiteindelijk ver reiken.
Of is het juist geen bemoedigend idee? Wil het zeggen dat alle nieuwe ideeën zich per definitie uiterst traag over de mensheid verspreiden? Of zegt het gewoon helemaal niets, omdat wij Sokrates niet zijn en andere ideeën en een andere aanpak hebben?
Weia is vrolijk. Ik heb haar in geen tijden zo vrolijk gezien.
- We zijn op vakantie!, zegt ze steeds. En ik, ik ben al m'n zorgen van gisteravond kwijt. Natuurlijk kan er altijd van alles misgaan. Maar dat hoort nu eenmaal bij het leven. Je kan thuis ook door een stoel zakken.
DE NACHT VAN 17 OP 18 JUNI
Overstappen in Parijs. Van het ene overvolle grauwe station met de overvolle grauwe metro naar het andere overvolle, net zo grauwe station. Bedompte donkere gangen, mensenmassa's. waar is de natuur waar naar we op weg zijn? Maar Parijs, het heeft toch ook wel weer wat. Het snelle franse gerebbel. Het klinkt prettig en vertrouwd in mijn oren. Wat is Utrecht al ver weg. En die boeken van ons... Zullen ze die hier ooit lezen? De wereld is zo groot. Duizenden, miljoenen mensen leven hier; zal het ooit mogelijk zijn met deze mensen een andere wereld op te bouwen? Kijk ze eens lopen... Waar stevenen ze zo gehaast op af? Het avondeten? De volleybalklup? De nieuwste film-waar-je-echt-heen-moet-
Bij Gare de Lyon eten we brood, buiten. Wegrijdende auto's, uitzicht op lelijke half afgebroken huizen. Een onmiskenbare lucht van mannenpies. We blijven opgewekt. In de trein naar Béziers vinden we onze couchette. Hoewel het nog vroeg in de avond is begint iedereen meteen het bed op te maken en zich gereed te maken voor de nacht. Nu al slapen? Dat lukt me nooit! Maar ik kan natuurlijk liggend lekker uit het raampje kijken naar de voorbijtrekkende landschappen.
En ik kan gaan lezen. Weia gaat slapen, ze is geen nachtbraakster zoals ik. We geven elkaar een kusje. Vreemd, zo'n couchette, ineens lig je met totaal onbekenden in een piepklein hokje. Rijk of arm, rechts of links, jurk, stropdas of spijkerbroek, allemaal willen ze uitrusten - geen mens kan lang zonder slaap, we zijn kwetsbaar... maar waarom geven zo weinigen dat openlijk toe? Waarom doen de meeste mensen zo groot. Zo fatsoenlijk, zo afstandelijk, zo koel?
Weia ligt al in bed. Ook Beertje en Konijntje zijn uit de rugzak gekomen en liggen nu bij haar, tegen haar buik, ik weet het, maar dat mag niemand zien, het is geheim. Ik pak Hommol alvast. Dan begin ik ook m'n bed klaar te maken. Ik voel me net een vogeltje in een nestkastje. Een langdurig gehannes met koffers, kleren, schoenen, lakens en andere spullen, maar uiteindelijk ligt iedereen dan toch in bed.
De trein rijdt al. Ik geniet van voorbijtrekkend Parijs, van de voorsteden, van het landschap dat daarna verschijnt. Ik geniet omdat ik weet dat het uitzicht steeds mooier zal worden. Ik weet het al: ik ga niet slapen vannacht. Heerlijk. Naar buiten kijken, dromen. nadenken! Mijn motto: 1 uur leven, 2 uur bezinnen, de laatste tijd heb ik dat niet waar weten te maken. Ondergedompeld als ik was in de veelheid van plannetjes en bezigheden. Vannacht, vannacht ga ik dat inhalen!
- Voulez vous fermer le huppelepup?
- Comment?
- Fermer, le huppelepoulepé...
Hij wijst naar het rolgordijn voor het raam. Moet dicht? Ja, natuurlijk bedoelt hij dat. Ik aarzel. Hij denkt dat ik het niet begrijp, stapt uit bed en met een ferme ruk gaat het gordijn naar beneden. De lichten gaan uit. Het is in één klap pikkedonker. Er zijn privélichtjes, piepklein, waarbij je kunt lezen. Maar deze afgesloten ruimte inspireert me niet erg. Dan maar proberen te slapen. Ik lig naast m'n rugzak want voor dat ding was geen plek meer in het bagagerek. Het is niet bijster komfortabel, maar toch riant als ik het vergelijk met hoe ik vroeger in treinen heb liggen en zitten slapen. En vooral met hoe ik er NIET heb kunnen slapen.
Een vreemd gevoel zo in het pikkedonker in de trein liggen. Ik voel niet eens welke kant we uitgaan. Ik raak de war, voel me zweven. Opgesloten, maar ik voel ook een berusting daarin; rijdt de trein zich te pletter, dan gebeurt dat maar, ik kan er geen invloed op uitoefenen; vriezen we dood dan vriezen we dood. Ik ben samen met Weia, en we zijn op weg naar prachtige gebieden frankrijk. Eindelijk, na zes jaar in nederland te zijn gebleven weer eens langdurig in de trein. De vorige keer dat we dat deden was in I983. Zeven jaar geleden...
VROEGER
Terugdenkend aan alle vakanties die ik heb genoten het duidelijk dat ze steeds minder konsumptief zijn geworden. Heel vroeger, de vakanties met mijn ouders naar prachtige gebieden, bergen meestal, veel wandelt maar wel reizen met de auto; overnachten in een huis gebruikmakend van stoeltjesliften en koffie-met-gebak gelegenheden.
Later, toen ik alleen of met anderen op vakantie ging, veranderde er wel wat (met de trein in plaats van de auto, kamperen in plaats van huisjes) maar lang niet alles. Wat bleef was een komsumptie houding tegenover het verschijnsel vakantie zelf: ik wil liefst elk jaar ergens anders heen, en liefst elk jaar verder weg, naar warme, hoge of ander zins spektakulaire gebieden. Ook had ik heel erg in m'n hoofd dat ik dit jaar met vakantie MOEST, als het niet doorging, om war voor een reden dan ook (geldgebrek meestal), dan ervoer ik dat als een enorme teleurstelling. Ik kende Thijsse's uitspraak nog niet: 'Wie het geluk niet binnen 100 meter van huis vindt die vindt het nergens!'
1980
Toen ik Weia pas kende en wij net verliefd op elkaar waren had ik al een vakantie vastliggen: eerst naar Kreta, daarna een tocht door de Dolomieten. Dat alles bij elkaar duurde vijf weken. Daarna ontmoette ik Weia in Avignon, en al liftend kwamen we in Octon terecht.
Omdat de naaktcamping vol was en wij zo onze twijfels hadden bij het verschijnsel camping, zetten we onze tent op in een prachtige ruïne. 'Liever lesbies' kraste Weia met een scherpe steen in het verweerde stucwerk van een binnenmuur. Weia was nog nooit langer dan een week op vakantie geweest. Was niet blasé/verwend zoals ik nog wel een beetje was in die tijd; ze vond alle bergen oog, want 'zo hoog was zij nog nooit geweest'!
Na ongeveer een week trokken we verder naar een pottenkamp in de Pyreneeën. In die vakantie begon ik een eet je in de gaten te krijgen dat het óók leuk was om NIET op een terrasje te gaan zitten, dat je de sfeer van een bruin café niet nodig hebt voor een diepzinnig gesprek. Ik overdrijf nu een beetje - zo erg was het nou ook niet met me gesteld. maar dat geeft niet. Het gaat me er niet om mijzelf af te kraken, maar wel het verschijnsel, het gedrag. de gemakzuchtige houding.
Zoek je je plezier buiten jezelf. laat je je vermaken, of ga je je leven zelf aktief vorm geven? Het is hetzelfde als met TV kijken of naar de film gaan. Niet dat die dingen per definitie verwerpelijk zijn (in de kroeg kan je heus wel een goed gesprek hebben) maar het vanzelfsprekende doorbreken is de moeite waard.
Hoewel die franse potten vreselijk veel van diskussies bleken te houden, kregen we een wat hoogdravende indruk van de inhoud daarvan. en aangezien Weia nauwelijks frans verstond gingen we veel wandelen. Onderweg kwamen we van die leuke rood-witte tekentjes tegen: GR-paden (sentiers de grande randonnée; lange afstandpaden), en we namen ons voor in een volgende vakantie zo'n pad te gaan lopen.
1981
Het jaar daarop was het zover. We stapten in Valenee de trein uit en liepen 700 kilometer. We kampeerden wild. Het almaar lopen beviel ons uitstekend. Ergens in de Ardèche kwamen we door een leegstaand dorp. Volgens Wat vage afspraken zouden we daar een paar vriendinnen uit Amsterdam ontmoeten. Ze waren er niet. Natuurlijk waren ze er niet. Ze hadden wilde plannen gemaakt om er te gaan wonen. Prachtige natuurstenen huizen, een ruige, rotsige omgeving. Mooi!
Maar waar zou je van kunnen leven? De grond zag er droog uit. Ik kon me niet voorstellen dat je hier prei zou kunnen verbouwen. Maar wie weet... We liepen door. Een prachtige tocht: rotsen, beekjes, gele brem, libelles, bijeneters (kleurrijke vogels die een bellerig geluid maken); de enige stoorzenders waren de honderden vliegen en tientallen dazen die in een wolk om ons heen zwermden. Die maakten dat we maar liever liepen dan zaten.
Problemen met eten hadden we niet, hoewel we bleven zoeken naar een beetje stevig. zo volkoren mogelijk brood, iets wat in frankrijk helaas nog steeds een zeldzaamheid is. We aten vleesloos/visloos, en dronken koffie noch alkohol, maar voor de rest waren we vaste klant van de (gangbare) kruideniers en bakkers die we tegenkwamen.
Naast het 'nuttige' eten kochten we soms koekjes of chocola. En het lekkerste van alles: croissantjes, met op elke hap een dikke laag boter... In St Hippolyte zagen we een bakkerij die er op de een of andere manier volkoren uitzag. We vroegen naar 'pain de campagne'; ze hadden het, en het was nog biologies ook! Terwijl we betaalden viel ons oog op een grote bak met een wit goedje.
- C'est du beurre?
- Non, non, non!
Het was palmboter - nooit van gehoord. We proefden, het smaakte heerlijk! De jongen achter de toonbank lachte en wees naar een mand met croissantjes: die bleken met die palmboter gemaakt te zijn. We kochten er vier, die we meteen in een nabijgelegen parkje opaten. Tegelijk dronken we een pak melk leeg, gekocht in een supermarkt.
- Grappig dat die mensen hier niets moeten hebben van dierlijke dingen als melk en boter enzo, zei ik tegen Weia, dat is heel anders dan bij ons, bij ons eten vegetariërs juist meestal extra kaas en eieren.
- Ik vind dit de lekkerste croissantjes van ooit!, riep Weia, en ze sprong op om er nog vier te halen.
Kort na die vakantie besloten we uit soberheidsoverwegingen (en ook omdat het gezonder is, en omdat er iets verslavingsachtigs in al dat gesnoep kan zitten) te stoppen met alles waar suiker in zit.
Zo'n loopvakantie geeft een enorm gevoel van vrijheid. Uit de trein stappen en weglopen, de natuur in. Elke dag verder lopen. Geen gebruik maken van sneller vervoer dan je eigen benen. Nog leuker is het natuurlijk om meteen lopend van huis te vertrekken. Dat deden we dus het jaar daarna.
1982
In het toenmalige theehuis in Wageningen geloofden ze ons al nauwelijks toen we zeiden dat we uit Utrecht kwamen lopen. We waren intussen weer wat kritieser geworden op voedselgebied en hadden een hele lijst met adressen van 'volkorenwinkels' bij ons. In de natuurvoedingswinkel van Roermond waren ze verbaasd over onze plannen en zeiden: dat zijn de echten! In Heerlen aten we lekker vegetaries & volkoren & grotendeels biologies in een restaurantje dat door twee flikkers gerund werd.
In Eupen was de biologiese winkel op maandag gesloten. Natuurlijk. we hadden het kunnen weten. En het was het laatste adres dat we hadden kunnen vinden. Van weeromstuit kochten we friet. Weer speurden we de winkels af op zoek naar een beetje stevig brood. Brood was ons enige stapelvoedsel want een kookstel hadden we niet bij ons! Stokbrood, roggebrood met kaas, slaatjes met tomaten. radijsjes, komkommer en ui, en veel fruit aten we. En we dronken melk - arme koeien met hun overvolle uiers; ik kon dat beeld niet uit m'n hoofd zetten, maar ik bleef het spul drinken.
We trokken door de Ardennen, kwamen verregend aan in de Vogezen. Zonder een meter te liften of van ander vervoer gebruik te maken bereikten we de Jura en na 8 weken stonden we aan de voet van de Jungfrau in de zwitserse Alpen. We maakten nog wilde plannen om haar heup te bereiken, kwamen op haar knie terecht, schreven daar: 'auch die Jungfrau ist 'ne Lesbe' en vonden het toen wel welletjes. De trein bracht ons in niet veel meer dan één nacht terug naar Utrecht.
Na die tocht, waarin we ons zeer aan koemelk, croissantjes met boter en stokbrood met kaas te buiten gegaan waren, besloten we veganisties te worden. De aanleiding daarvoor was een voor de vakantie gelezen artikel waarin stond dat een koe alleen voldoende melk blijft geven als ze elk jaar een kalfje krijgt, waarvan de meeste geslacht worden. Vegetariërs die melkprodukten nuttigen kunnen niet zeggen dat er voor hen geen dieren gedood worden. Gek dat ik die simpele informatie niet veel eerder had gehoord.
1983
In 1983 gingen we met de trein naar Lapland. Omdat we veganisties waren en het zowiezo onduidelijk was wat daar te koop zou zijn hadden we onze rugzakken volgestouwd met granen, spliterwten, rozijnen, noten, enzovoort. Die ene keer dat we boodschappen deden en (bij gebrek aan beter) in het volkorenhoekje van een supermarkt terecht kwamen, kwamen we ineens vierkorenvlokken van Lima tegen; de uiterste verkoopdatum was reeds lang verstreken (en dat was te proeven) maar biologies waren ze!
Ook biologies voedsel is dus op vele plekken te krijgen, je moet het echter maar net weten. of er toevallig tegenaan lopen. We kochten met een wat onvoldaan gevoel ook wat onbiologiese groente, wat ons des te meer tegenstond doordat bijna alles in plestik verpakt was.
Na de vakantie besloten we 100% biologies te gaan eten. Honderd prosent, omdat we genoeg hadden van de halfheid om ons heen. Omdat 100% veel duidelijker klinkt, en duidelijker voelt, en veel meer uitstraling heeft dan 'grotendeels' of 'meestal' of 'zoveel mogelijk' (wat meestal betekent: zolang het niet te veel moeite kost). Hoe half zijn ook de natuurvoedingswinkels zelf, uit eigen halfheid, of uit angst hun klanten kwijt te raken als die voor de biologiese tahin een paar kwartjes meer zouden moeten betalen dan voor de onbiologiese.
Op een paar uitzonderingen na reageerde onze omgeving alsof we ons tot een of andere ongelooflijk strenge sekte hadden bekeerd. '0, dit mogen jullie niet hè?' werd er gezegd, en steevast antwoordden wij: 'jawel hoor. maar we willen het niet.' Voor mij is het een kwestie van gezond verstand, van logika, niet meer en niet minder.
In nederland valt zeer goed honderd-honderd (100% veganisties én 100% biologies) te leven. Er zijn vele natuurvoedingswinkels (en voedselkoöperaties!), en met een veganistiese, alkoholloze en sobere voedingswijze kom je niet duur uit. Zelf een tuintje beginnen zou ook nog kunnen. je hebt dan het voordeel dat je in de gelegenheid bent zonder dierlijke mest te werken helaas verkeert veganistiese landbouw nog in een zeer pril stadium. Op vakantie gaan is ingewikkelder; het betekent of van te voren veel uitzoeken over het biologies gehalte van waar je heengaat, of een risiko nemen, namelijk het risiko dat je ofwel honger zal lijden ofwel zwicht voor een onbiologies noodrantsoen.
1984
We gingen we er als vanzelfsprekend vanuit dat we die zomer weer op vakantie zouden gaan. Tienek wilde fietsen in frankrijk, Weia en ik wilden weer lopen, en we besloten onze vakantieplannen op elkaar af te stemmen. Maar een knagend gevoel zeurde in m'n achterhoofd. Geen zin - waarom niet? Een vaag voorgevoel dat het niet gezellig genoeg zou worden met ons drieën; teveel geregel, en dan de onduidelijkheid of we wel aan biologies eten zouden kunnen komen.
Een paar dagen voordat we weg zouden gaan stelde ik voor om dit jaar maar eens in nederland te blijven. Weia, regelmoe. was er meteen voor in. Tienek was eerst teleurgesteld, maar uiteindelijk besloot ook zij haar plan te laten varen. We trokken door Drente, en het regende niet eens. De rest van de zomer bivakkeerden we bij Tienek in Amsterdam waar we hard werkten aan de opzet van een dik boek over al onze ideeën. Voor mij voelde het bevrijdend om het idee van 'elk jaar echt ver eg' te doorbreken. Toch had ik af en toe een gevoel van heimwee naar de wijdsheid van uitgestrekte natuur, vooral als ik bij Tienek uit het raam keek en de saaiheid van de huizen aan de overkant in me kroop.
En de zomers daarna? Ik weet het niet eens presies meer. oms een paar weken naar Zeeland om aan schrijven e wandelen toe te komen. soms kamperen op Terschelling of Tessel om van de vogels, de zee en de stilte te genieten. Ik miste de verweg-vakanties niet. Het leek ook wel alsof we het altijd te druk hadden om lang achter elkaar weg te gaan. Dan 'moest' dit weer af en dan dat.
Herfst 1989 waren eindelijk onze dikke boeken af. We stuurden ze rond en wachtten in spanning op de reakties. r gebeurde... bijna niets. Zes jaar lang braken wij ons hoofd, en stiekem hoopten we natuurlijk dat we een nieuwe beweging van de grond zouden krijgen. Kringen in het water; hoe radikaler het is wat je uitdraagt hoe verder de golven zullen reiken. Dachten we. En denken we nu nog. Maar het gaat wel erg langzaam. Zo langzaam dat het voorlopig nog wel een ,soort expeditie zal blijven om 100-100-vakanties te houden.
De trein vermindert vaart. Staat met een schokje stil. Ik schuif het rolgordijn wat opzij en kijk naar buiten. Grijze muren van een stationnetje, fel neonlicht. Ik ga weer liggen en draai me om. De trein rijdt verder. Eindelijk krijgt de slaap vat op me.
DONDERDAG 21 JUNI 1990
- Des haricots verts...
- Oui!
- Ou salade...
- Oui, oui! C'est tout de culture biologique?
- Oui, bien sure!
Een leuke ontmoeting met Martine, die hier in de omgeving woont, en samen met vriend en kinderen groente kweekt. Een of twee keer per week komt ze op een naturistencamping haar produkten verkopen. Ik vertel haar dat wij alleen biologies verbouwd voedsel willen eten.
-Que biologique?! Ze lacht en er is een nieuwsgierige twinkeling in haar ogen. Ze pakt pen en papier en geeft ons haar adres, dan kunnen we ook zelf groente komen halen. Leuk! Een fles druivensap drinken we in een keer op. Ik lever de fles weer in en koop meteen een nieuwe. Voor later. Dagenlang geen fruit, en dan ineens druivensap... Is dat het aantrekkelijke van ons soort vakanties? Ontberingen en daarna genieten van dingen die je thuis bijna gewoon vindt?
Een helling oplopen in de brandende zon, een zware rugzak op je zwetende rug. en dan een koel beekje tegen komen... Paden kwijtraken bovenop de bergen en urenlang door velden met allerhande soorten prikstruiken lopen voordat je een begaanbare weg naar beneden gevonden hebt... Hebben ze dan toch gelijk, de mensen die zeggen dat er geen genot kan zijn zonder lijden?
Nee, want als ik echt zou lijden onder die prikstruiken zou ik ze uit de weg gaan. Je kan hevig genieten van dingen waarnaar je verlangd hebt, maar je kan ook genieten van iets waaraan je totaal niet had gedacht en wat je nooit hebt gemist. Ontberingen zijn geen voorwaarde voor geluk. Wel helpen ze je beseffen dat niets vanzelfsprekend is. Thuis elke dag fruit, wat een luukse. En dat een tijdje missen al een ontbering noemen: luukseproblemen! Straks eten we lekker gerstvlokken met ui en boontjes.
Een salade vooraf Smullen!
DINSDAG 3 JULI 1990
De terugreis is begonnen. Eerst lopend van Octon naar Le Bousquet d' Orb; een klein eindje maar. Je zou het makkelijk in één dag kunnen halen, maar we hadden zin om er langer over te doen: langs een mooie ruïne (dezelfde waar we ons een paar dagen geleden ongans aten aan de wilde moerbeien en waar we even later een groep wilde bijen achter ons aankregen...), en langs een prachtig plekje bij een beek waar het wemelde van de libelles. Ons tentje hebben we op dezelfde plek gezet als op de heenweg, in een hoek van een wei, vlak naast een stukje bos. Het is zonnig weer maar het waait. Voor het eerst in twee en een halve week heb ik m'n trui aan. Ik hoor steeds geklingel; zouden hier koeien lopen? Er ligt wel stront.
Wat het eten betreft: een honderd-honderdvakantie in deze streek kan. Hoeft zelfs geen expeditie te zijn. Aan biologiese groente konden we steeds vrij makkelijk komen. Brood en fruit waren schaars, althans binnen beloopbare afstand. Een paar keer liepen we, of een van ons, naar Lodève heen en weer; ruim 24 kilometer. Daar was een reformzaak waar ze zo ongeveer niets echt biologies hadden. maar op zaterdag stonden er op de markt een paar kraampjes met biologies brood en biologiese groenten.
Morgen met de trein naar huis. Ik verheug me ontzettend op het eten met ons vijven de dag daarna, als we aankomen. Zou Michèl weer zo'n lekkere pizza maken? Lekker hartig en lekker vet; lekker gebakken. De bulgur en de havervlokken komen ons de strot uit En de arame.... na al die dagen pap-met-zeewier zijn we het spuugzat. Verwende apen zijn we, verwende fruit en pizza-apen. Tahoe-apen. Tempehapen, shoyuapen. Bananen zou ik ook wel lusten.
We hebben veel lol de laatste dagen. De hele vakantie eigenlijk al; het is weer net als vroeger. We lachen om niks, of om alles, vooral als we op onze rug liggen, of een zware helling op lopen.
-Die duffe zwartkop, zegt mijn vriendinnetje terwijl een vogel ongekend sprankelend zingt. Ik schater het uit.
-Zijn we thuis niet veel te serieus bezig? vraagt Weia zich af.
We komen tot de konklusie dat vakantie, een bepaalde tijd écht er uit gaan, toch wel een verfrissende funktie heeft. Natuurlijk betekent dat eigenlijk dat er iets aan onze manier van leven niet klopt. M'n ideaal is zo te leven dat ik geen vakantie nodig heb. geen kunstmatige scheidingen tussen in- en ontspanning. Maar misschien is dat niet haalbaar zolang je in een stad woont, de wereld grotendeels een puinhoop is en zolang je je in zo ontzettend veel bezigheden stort zoals we nu doen. (Minder willen; hoe doe je dat?)
- Hé...
- Ja?
- Eigenlijk is het allemaal nog eenvoudiger als je op zulk soort vakanties een fiets bij je hebt.
- Misschien iets voor volgend jaar...
- Zou kunnen, en dan niet met ons tweeën maar met meer... Zodat ik niet steeds hoef te fietsen, want ik hou niet van fietsen!
- We zouden een vaste plek kunnen afspreken, van waar uit iedereen tochten en tochtjes kan maken.
- Oei, zou dat goed gaan... met ons vijven?
- We zitten niet aan elkaar vast.
- Hm... nee, dat klopt... maar eh...
- Wat is er?
- Gaan we dan volgend jaar alwéér?!
Rymke