Naar archief

UIT: eN LEKKER eN Fris, links-radikaal vakantie magazine (NN #87-88) van 3 juli 1991   

Toerisme naar de derde wereld 

Wil je op een kameel door de Sahara, op jungle-trektocht door de Andes, koraalduiken in Thailand, tropische vogels kijken in Ecuador, op de fiets door Maleisië, in een luchtballon over Kenya of vissen in de Rode Zee? Veel Nederlanders zijn uitgekeken op hun eigen land en op Europa. Ze gaan steeds verder weg voor nieuwe ervaringen. Naar schatting 500.000 Nederlanders kozen het afgelopen jaar voor een exotische vakantiebestemming. Er is vast wel een reisorganisatie die je wens kan vervullen. En mocht er geen kant-en-klare reis beschikbaar zijn, dan biedt een gespecialiseerd reisburootje wel uitkomst.  

Jaarlijks reist een half miljoen Nederlandse toeristen naar de Derde Wereld. Daarvan zijn meer dan de helft strandtoeristen die hun Costa Brava eens hebben verruild met de stranden van Turkije of Tunesië. Of die de echte tropische zon willen in de Dominicaanse Republiek, Thailand of Kenya. Behalve deze zonaanbidders zijn er de kultuur- en natuurliefhebbers. Zij gaan georganiseerd of individueel naar landen als Egypte, Indonesië, India, Nepal en Mexico. 

Toerisme naar de Derde Wereld bevindt zich in een stroomversnelling. Bijna elk Derde-Wereldland is wel in de aanbieding. Gezien de inspanningen van overheden in veel Derde-Wereldlanden zou je verwachten dat het massatoerisme een uitermate lukratieve handel was. Niets is minder waar. Het massatoerisme ontwortelt de gemeenschap, corrumpeert en leidt tot prostitutie, bedelarij en drugsgebruik. De winsten vloeien terug in de zakken van.de westerse hotelketens en touroperators. Ook hier geldt dat er gezaaid wordt in de Derde Wereld, maar geoogst in de Eerste Wereld. 

Toerisme naar de Derde Wereld lijkt een trend die meer te maken heeft met een behoeftebevrediging van de Eerste Wereld dan van de Derde Wereld. Maar hoe je ook draait of keert, het toerisme bestaat nu eenmaal. Tenslotte is de natuurlijke nieuwsgierigheid naar elkaar positief en niet tegen te houden. Laten we daarom proberen de schade zo veel mogelijk te beperken. 

HET GROTE AVONTUUR 

Steeds meer Nederlanders willen zich tijdens de vakantie in een avontuur storten. Ze worden op hun wenken bediend door de toeristenindustrie. Gespecialiseerde reisburootjes schieten als paddestoelen uit de grond en zien hun omzet van jaar tot jaar verdubbelen. De reisburo's bieden in glanzende, veelkleurige brochures de hele aardbol aan. 

Vast staat dat er een enorme drang naar avontuur bestaat. Nog maar luttele jaren geleden togen de Nederlanders massaal en in optocht naar de Spaanse kusten om zich kollektief te laten bruinen door de Spaanse zon. Nu trekken hele horden met kajaks, off the road-motoren, mountain-bikes en fourwheel-drive-jeeps de vrije natuur in. Wildbeken worden geteisterd door files van veelkleurige kano's en rubberboten, de lucht is zwanger van parachutisten en parasailers, langs de berghellingen worstelen zich fietsers en motorrijders eendrachtig naar boven. En met het oprukkend avontuur doen 'de zakenlui in avontuur' goede zaken. 

Bestaat heldendom eigenlijk nog? 'Donker Afrika' werd ontsloten door Stanley en Livingstone, Marco Polo wandelde naar China en het duo Scott-Amundsen zocht verkoeling op de Zuidpool. Wat voor het nageslacht overbleef, waren de platgetreden paden, afgerasterde wildparken, kaalgeslagen regenwouden. De laatste Afrikaanse stammen werden al decennia geleden onderworpen aan het centraal gezag en op Borneo heeft de missie Gods Woord al tot in de verste gehuchten verspreid. 

Wildernissen zijn voorzien van gemarkeerde routes, de regenwouden platgebrand, jungle-dorpen gekerstend, maar het reisburo blijft avonturen verkopen. Voor de touroperators is er ook leven na Stanley en Livingstone, en wel: fietsen door de Sahara, dansen in Ghana, verkenning in de Himalaya, aapjes kijken in Afrika, vlotvaren in de BioBio. 

Om hun aanbiedingen een extra avontuurlijk cachet te geven, wordt in de folders het cliché niet geschuwd. Zo blijken bussen in de Derde Wereld per definitie krakkemikkig te zijn en als de bussen stranden, gebeurt dat wonderbaarlijk genoeg altijd in 'the middle of nowhere'. Jungles zijn altoos ondoordringbaar, bergen ongenaakbaar, vergezichten onvergetelijk. De hitte in India valt bij het afdalen van de vliegtuigtrap steevast als een klamme deken over je heen. 

Stoere taal, maar kun je tegenwoordig nog omkomen op een reis? Volgens Ronald Naar, zelf bergbeklimmer en organisator van 'Himalaya-trekkings' moet de echte liefhebber van het grote avontuur de gevestigde reisburo's vooral mijden. "Bij de reizen die ik organiseer, zeg ik altijd tegen de deelnemers: er is een kans van een op tien dat je niet terugkomt. De deelnemers moeten bij inschrijving een handgeschreven verklaring inleveren waarin staat waar ze begraven willen worden en moeten bereid zijn mijn trainingsvoorschriften te volgen."  

Ronald Naar kent nog wel enkele buro's die 'leuke dingen' doen. Maar dan moet de reiziger zich wel bij een buitenlands reisburo vervoegen. "Adventure Network in Canada heeft reizen op Antarctica die bloedlink zijn", geilt Ronald Naar. "Zij verplaatsen zich in kleine vliegtuigjes; als er iets gebeurt, is er geen mogelijkheid tot redding. Op de basiskampen staan geen helikopters en bovendien is Antarctica zo groot als de VS en Canada samen. Het dichtstbijzijnde basiskamp is al gauw meer dan duizend kilometer verwijderd, te ver in elk geval voor helikopters, want onderweg staan geen benzinepompen. De kosten van dergelijke reizen belopen 80.000 tot 100.000 gulden voor twee tot drie weken. Een paar jaar geleden heeft Adventure Network zelfs acht Amerikanen in de voetsporen van Scott en Amundsen naar de Noordpool laten lopen, een tocht van zes weken. De prijs, 150.000 gulden per persoon, werd grif betaald." 

Heel eigentijdse dingen doet ook 'Holiday for Maniacs' in Londen, dat reizen organiseert naar oorlogsgebieden. Probleem daarbij is natuurlijk dat het steeds moeilijker wordt voor de toerist om te genieten van het fluiten der kogels door het uitbreken van vrede in Kampuchea, Angola en andere brandhaarden. Maar als Beiroet wat afgezaagd wordt, biedt 'Holiday for Maniacs' als goede alternatieven een commando-opleiding in de Filippijnse jungle en twee weken vissen in de extreme kou in Siberië. 

En met het oprukkend avontuur doen 'de zakenlui in avontuur' goede zaken. De groei van de gevestigde reisorganisaties is des te opmerkelijker, omdat de slag om de markt steeds feller wordt en kleine burootjes als paddestoelen uit de grond schieten. Globetrotters met een indiaan in hun kennissenkring organiseren jungletochten door het Amazonegebied. Overjarige hippies gaan met een gezelschap lekker dansen in Afrika. 

Studenten in geldnood weten een werkzame vulkaan waar het leuk kamperen is. Vooral het ruigere werk in verre oorden vindt gretig aftrek. Alleen al in Nederland meldden vorig jaar zich 12.000 mensen aan voor de 'Camel Trofee', een race door het Amazonebekken, hoewel ze wisten dat uiteindelijk twee hunner op kosten van de sigarettenboer naar Brazilië zouden mogen.  

Een ander sigarettenmerk had verleden jaar Borneo in de aanbieding. Het idee was om per watervliegtuig de loop van een rivier stroomopwaarts te volgen tot de plek waar nog juist kan worden geland. Dan gaat het verder in een prauw, en als het niet meer verder kan, begint het voetenwerk. Acht dagen wordt er continu gelopen; gestopt wordt er alleen om de bloedzuigers van de benen te verwijderen. Kosten van deze paradijselijke reis: 4610 gulden. 

ECOTOERISME 

Er is echter een groeiend aantal toeristische fijnproevers die weer andere minder gebaande paden volgen. Zij willen het tropisch oerwoud zien -nog net voor het verdwenen is. Milieu is ongetwijfeld een top-item in de jaren negentig. Wat ligt er dan meer voor de hand dan een combinatie van deze twee trends? Ecotoerisme kortom, dat gaat het helemaal maken.  

Ecotoerisme is een 'booming' industrie. Maar is het ecotoerisme naar de Derde Wereld een bijdrage aan de natuurbescherming daar? Of wordt in de praktijk een oerwoudpad gebaand voor een niet te stuiten en allesvernietigende stroom toeristen? En is de ware ecotoerist soms degene die gewoon thuis blijft? 

Zacht zoemend glijdt de kabelbaan door het oerwoud. Opgewonden wijzen de toeristen in de open kabines elkaar op de wonderen der natuur. Pal voor hun ogen ontvouwt zich het bonte oerwoudleven, schijnbaar ongestoord door de zeer nabije menselijke aanwezigheid. Kabelbanen en monorailsystemen door het oerwoud. Een milieuvriendelijk alternatief voor de aanleg van wegen door kwetsbare natuurgebieden?  

Het Amerikaanse tijdschrift Nationa1 Geografic vindt van wel en schrijft vervolgens dat om de bedreigde regenwouden en plant- en diersoorten te redden, 'slechts fantasierijke plannen en snelle aktie, gericht op alternatieve inkomsten' toereikend zijn. "Ecotoerisme biedt die hoop", volgens het tijdschrift. Het idee om van de meest bedreigde delen van het regenwoud 'themaparken' te maken, met inbegrip van kabelbaan en monorail, is 'een van meest opwindende oplossingen'. 

"Gevaarlijke onzin" is de onomwonden reaktie van de bioloog Ben Smeets, medewerker van het in Nijmegen gevestigde burootje 'Ecotravel'. "Waar kabelbanen zijn, staan ook ergens enorme generatoren te loeien, heeft ontbossing plaatsgevonden om de baan aan te leggen, bevinden zich in- en uitstapstations, zijn wegen aangelegd om de toerist aan en af te voeren. Kortom, een geweldige verstoring van de natuur. Kabelbanen zijn een van de belangrijkste veroorzakers van de natuurvernietiging in het Alpengebied. Herhaal dat in godsnaam niet in het regenwoud."  

Ecotravel wil een bijdrage leveren aan natuurbehoud. De reizen zijn kleinschalig en mogen geen schade toebrengen. Een reis van drie weken naar Borneo kost 6575 gulden. Hoeveel komt ten goede aan de lokale ekonomie? Medewerker Jans van Ecotravel: "Een derde gaat naar Malaysian Airlines en zo'n tweeduizend gulden naar de kok, bootsman, gids en entreegelden. We maken gebruik van lokale mensen. Dayaks, die we goed betalen. We overnachten in aparte lodges en niet in hun lodges, waar soms wel veertig families onder één dak wonen. Dat zou hun kultuur te veel verstoren. Wel gaan we een keer bij 'onze' Dayaks op visite."  

Als de stichting in de toekomst met winst draait, dan gaat het geld naar natuurbeschermingsprojekten. Op het ogenblik denkt , Ecotravel aan juridische steun aan de Penan in hun strijd tegen de ontbossing op Sarawak. 

Terwijl op Borneo ecotoerisme een nieuw verschijnsel is, bestaat dit op de Galapagos-eilanden al langer. En het begint daar al aardig uit de hand te lopen. Ecotravel heeft deze vulkaaneilanden als bestemming geschrapt. Smeets: "We vonden het niet langer verantwoord. Er komen te veel toeristen en de kwetsbare eilanden kunnen de toeristen stroom niet verstouwen. Een toenemende druk door toeristen kan het einde van de attrakties betekenen waar die toeristen nu juist op afkomen."  

Zijn Smeets en Jans niet bang dat zij de wegbereiders zijn voor stromen toeristen naar kwetsbare natuurgebieden? Ze beseffen dat ze met een riskante zaak bezig zijn: "Het is een enge gedachte als je beseft wat je zou kunnen aanrichten." Maar ze vinden vooralsnog dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. 

Daartegenover stelt Ton van Egmond, voormalig docent aan de Hogeschool voor Toerisme en Verkeer in Breda: "De meest zuivere ecotoerist is degene die thuisblijft." Een harde uitspraak. Van Egmond publiceerde onlangs het boek 'Toerisme: Verbroedering of Verloedering?', een kritische kijk op het hedendaagse toerisme. 

Van Egmond waarschuwt voor de wegbereiderfunktie van de ecotoerist. "Mij zul je niet horen over die uiterst bewuste reiziger die een week in gezelschap van een bioloog in een oerwoud gaat zitten. Maar de kans is groot dat over een paar jaar de grote groepen komen."  

We staan nog maar aan het begin, denkt Van Egmond, van de grote trek naar de laatste onbedorven plekken op deze aardbol. "Het meest afgelegen eiland van de Stille Zuidzee is inmiddels een toeristische attraktie. Eilanden die in de regel een uiterst kwetsbaar biologisch evenwicht hebben, dat in korte tijd door het toerisme onomkeerbaar verstoord kan worden. Hef vandaag de beperkingen op het reizen naar Antarctica op en morgen ziet het er zwart van de mensen."  

Kritische kanttekeningen en dreigende taal, maar ondertussen ontdekt het ene na het andere land de mogelijkheden van de nieuwe ecotrend. Moet het toerisme naar de laatste natuurparadijzen in de wereld bevorderd worden? Natuurbeschermingsorganisaties hebben het er maar moeilijk mee. Na het verschijnsel een aantal jaren bestreden te hebben of gewoon genegeerd, lijkt het er nu in ieder geval aan de top van de organisaties op dat er een kentering gaande is. Je kunt de mens niet meer tegenhouden in zijn drift de boeiende natuur te ontdekken. Er is een grote vraag naar pure natuur. 

Wel zouden sommige gebieden absoluut verboden moeten worden voor het toerisme. No-go gebieden. Het gebied van de Yanomani-indianen bijvoorbeeld op de grens van Brazilië en Venezuela. Dat is zo uniek, de plek waar heel veel oerrassen van allerlei planten hun oorsprong hebben. Antarctica, nog zo'n uiterst kwetsbaar ecosysteem. En voor de rest zullen de overheden moeten helpen hun kaders te stellen. Zij moeten uiteindelijk zeggen waar wel en waar niet. Regulering dus wat wel en wat niet mag. 

Kan toerisme wel milieuvriendelijk zijn? Milieudefensie vroeg zich in haar blad wel af of "recreëren in Center Parcs niet milieuvriendelijker is dan wandelen door ongerepte natuur". In juli '90 werd een nummer aan 'De Vliegende Vervuiler' gewijd. Stan Termeer wijst op de "bijdrage aan het broeikaseffekt door de hoge energiekosten". Verre vliegreizen kosten veel energie en veroorzaken veel vervuiling.  

De uitstoot per persoon per vliegtuigkilometer bedraagt gemiddeld bij een modern vliegtuig 300 gram CO2 en 1,1 gram NOx. Een ecotrip naar Borneo (22.254 vliegkilometers) betekent per persoon een CO2-uitstoot van maar liefst 6,5 ton en een NOx-emissie van 24,5 kilo. Dit betekent dat een persoon een onbehoorlijk grote portie vervuiling produceert. Als dit gedrag door meer mensen nagevolgd zou worden, zouden de milieuproblemen helemaal onoplosbaar zijn. In die zin is ecotoerisme naar de Derde Wereld dus allerminst milieuvriendelijk en blijft de ware ecotoerist inderdaad gewoon thuis. 

RUGZAKTOURISME 

In het spoor van Jack Kerouac en Easy Rider trokken ze in de jaren zestig de wijde wereld in. Toen heetten ze nog hippies. Nu zijn ze reizigers. Ze willen meer dan strand en zon. Tempels, pyramides, kathedralen, en daarnaast maagdelijke landschappen, ongeschonden dorpen, exotische markten. Overal zijn ze te vinden. Ze gaan met kleine reisburo's. Of ze zoeken het zelf wel uit. Ze ontmoeten elkaar bij dé Thorntree in Kenya of op de gringo-rail in Latijns-Amerika. 

Rugzaktoeristen hebben maar bitter weinig respekt voor de lokale bevolking, plaatselijke gewoonten en omgangsvormen. Het zijn de mensen die in eigen kring denken te scoren door in onherbergzame dorpjes verzeild te raken en bij mensen uitgenodigd te worden. Ze maken misbruik van de traditionele gastvrijheid in de Derde-Wereldlanden.  

Deze rugzaktoeristen beschouwen zichzelf als de ware pioniers. Het zijn pure individualisten die in hun eentje de Derde Wereld willen ontdekken. Maar in feite hebben ze hun eigen Mallorca's en Torremolinossen waar ze elkaar bezoeken. Het woord 'toeristen' vermijden ze angstvallig; ze noemen zichzelf 'reizigers'. 

Rugzaktoeristen hebben allemaal het boek 'South East Asia on a shoestring' of het 'South American Handbook' op Zak (hun Neckermann!) en komen elkaar tegen in de Gouden Driehoek en het Mexicaanse San Cristobal. Daar ligt in the middle of nowhere een kroeg met galerie, waar sfeer en publiek precies hetzelfde zijn als in het Nijmeegse 0'42: linkse types, een tikje alternatief gekleed, allemaal blank.  

In feite zijn het low-budget travellers die weinig respekt voor de plaatselijke gewoonten en omgangsvormen aan de dag leggen. Ze dringen ook het diepst door tot de lokale bevolking; iets dat van de groep die alleen maar strand en zon zoekt, niet gezegd kan worden. De rugzaktoerist krijgt de meeste kritiek uit de Derde Wereld. Vreemd genoeg is hij of zij wel het best geïnformeerd, leest van tevoren veel over de te bezoeken landen.  

Rugzaktoeristen zijn ook het moeilijkst te bekeren tot een andere houding. Zij beschouwen zichzelf niet als toeristen, maar zien zich als één met de bevolking vanwege de solidariteit die zij met de Derde-Wereldburgers hebben. 

Ruw minimum-budget van een rugzaktoerist voor 3 maanden: 

*Vaccinaties voor de reis (50)

*Reisverzekering (180)

*Reisapotheek (40)

*Rugzak, slaapzak (300)

*Schoeisel (60)

*Veldfles, mes, zaklamp enz. (20)

*Toiletspullen (20)

*Reisgidsen, landkaarten (40)

*Kamera + filmpjes (150)

*Kleding (150)

*Vliegreis (1500)

*Geld om 3 mnd te leven + reizen (900) 

f. 50 + f. 180 + f. 40 + f. 300 + f. 60 + f. 20 + f. 20 + f. 40 + f. 150 + f. 150 + f. 1500,- + f. 900,- maakt TOTAAL f.3550,- 

Ter vergelijking: het jaarinkomen van een inwoner van Haïti bedraagt jaarlijks zo'n 874 gulden. 

ANDERS REIZEN VERANTWOORD REIZEN? 

Een groot aantal toeristen komt als massa. Zij krijgen kant-en-klare programma's voorgeschoteld. Dit biedt hun weinig vrijheid. Zij worden gekonditioneerd en als makke schapen rondgeleid. Zij reizen geïsoleerd in hun airconditioned bus. Hun hotels zijn gescheiden van het openbare leven. Met de lokale bevolking komen zij niet in kontakt omdat die op afstand van het luxe leven gehouden wordt. 

Het massatoerisme zorgt voor een kulturele verloedering. In plaats van dat de kultuur bijdraagt tot een verrijking van het leven, wordt het een kommercieel produkt. De kulturele voorstellingen die mensen te zien krijgen, hebben vaak weinig meer van doen met de oorspronkelijke inhoud en uitvoering. Hierdoor krijgt de toerist een verkeerd beeld van de kultuur van een land.  

Op een dergelijke manier wordt elke poging tot wederzijds begrip meteen al de grond in geboord. Dit wordt nog eens versterkt door het beeld dat de lokale bevolking van westerlingen heeft. Ze zien de westerlingen in hun vijfsterren-hotels en denken dat iedereen in het westen zo rijk is en geld als water heeft. 

Biedt 'alternatief' toerisme voor de Derde Wereld dan geen oplossing? Het woord 'alternatief' is verwarrend, pretentieus en beladen -geitewollen sokken en rugzakken-. Het wordt juist door de grotere, kommerciële organisaties al snel gebruikt. Toerisme dient gericht te zijn op wederzijds respekt, solidariteit en gelijkwaardigheid.  

Omdat het begrip 'alternatief toerisme' tegenwoordig voor elke andere soort van toerisme gebruikt wordt, wordt ook wel de term 'verantwoord toerisme' gebruikt. 'Verantwoord toerisme' is gebaseerd op de gedachte dat mensen een natuurlijke wens hebben om elkaar als mensen te leren kennen. Om dat met toerisme te kunnen realiseren zal de organisatievorm een heel ander karakter moeten -krijgen. De grootte van een groep zal kleiner moeten zijn en het programma dient ook een bezoek aan dorpen te bevatten, zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten en van elkaar kunnen leren. 

In het westen moet iets gebeuren om de negatieve gevolgen van- de toeristenstroom op de kultuur en de samenleving te beperken. De voorlichting aan de toeristen moet verbeterd worden, zodat de vreemde kulturen niet als minderwaardig worden beschouwd en behandeld, er rekening wordt gehouden met andere waarden en normen en begrip ontstaat voor de immense problemen waar de Derde Wereld mee gekonfronteerd wordt. 

Men dient te beseffen dat het normaal is dat men als gast de plaatselijke zeden en gewoonten respekteert. Om de kans op fouten zoveel mogelijk te beperken is een goede voorbereiding voor iedere Derde-Wereldganger een vereiste. Op tal van manieren kan men zich voorbereiden op een reis, door informatie van een bepaalde landengroep, door romans over het land te lezen, door te praten met reizigers die er al geweest zijn, enzovoorts.  

Mogelijk biedt een een gelijkwaardige verhouding tot de kultuur van een Derde-Wereldland de westerling mogelijkheden écht iets te leren van zo'n reis. De Derde Wereld kan voor de westerling een spiegel zijn, kritiek die tot verrijking kan leiden. In figuurlijke zin, wel te verstaan. 

Vooralsnog zitten de Derde-Wereldbewoners met dat opdringerige toerisme flink in hun maag. Toen op 10 november 1987 het eerste chartertoestel uit West-Duitsland in de Indiase deelstaat Goa arriveerde, bleken de Duitse toeristen niet welkom. Het welkomstspandoek van het reisburo voor de Duitse gasten werd rijkelijk met koeiemest besprenkeld en er volgde een felle demonstratie waarbij de toeristen met eieren werden bekogeld. De bevolking van Goa is fel gekant tegen de komst van toeristen, omdat de luxe hotels die er stonden, "onze dorpsgenoten van hun land, het gebruik van het strand en hun traditionele broodwinning beroven", zo schrijven ze in een pamflet. 

De hotels zijn er de oorzaak van dat de bevolking wordt teruggedrongen tot een leven dat onder het bestaansminimum ligt. "Om aan uw vraag naar ontspanning en plezier te voldoen, beroven de hotels -met volle instemming van de regering- de bevolking van eerste levensbehoeften zoals water en elektriciteit". De dorpelingen zelf hebben nog geen uur per dag water, terwijl de hotels overvloedig van water zijn voorzien om de toeristen te kunnen laten baden in het zwembad en om de gazons fleurig te houden met sproeiers. 

Gebeurtenissen zoals in Goa zijn nog geen dagelijks nieuws, maar wel een duidelijk sein naar regeringen en toeristenindustrie. Als het toerisme niet aan de mensen wordt teruggegeven, dienen we ons te realiseren dat we op een vulkaan zitten. Beneden ons ontkiemt en groeit het verzet tegen het toerisme. 

Gerard Raemaekers

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991