Naar archief

UIT: eN LEKKER eN Fris, links-radikaal vakantie magazine (NN #87-88) van 3 juli 1991     

De grote leugen 

De tweede Tsjernobylramp, deel 2 

Het eerste deel van 'De tweede Tsjernobyl ramp' verscheen in het mei-nummer van Lekker Fris. In deel 2 probeert de schrijver duidelijk te maken waarom de berichtgeving over de Tsjernobyl-ramp tegenstrijdig is, welke belangen er in het geding zijn en hoe de bevolking, en het onderzoek naar de gevolgen, daarvan het slachtoffer zijn. 

Kort voor de vijfde verjaardag van Tsjernobyl bracht een Britse omroep een dokumentaire waarin Tsjernoesenko, wetenschappelijk hoofd van de kerncentrale bij Tsjernobyl, zei dat het werkelijke aantal slachtoffers van de ramp veel hoger is dan de Sovjet-autoriteiten willen toegeven. Volgens Tsjernoesenko zouden de afgelopen vijf jaar zeven- tot tienduizend liquidatoren (de zeshonderdduizend mensen die betrokken zijn geweest bij schoon maakwerkzaamheden in de 30 kilometerzone) zijn overleden. Deze getallen circuleren al sinds april 1990 in Kiev en Minsk. Veel kinderen kampen met schildklierproblemen of lijden aan immuunziekten. 

Sinds augustus 1988 beweren Moskou en het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) dat alle gegevens met betrekking tot Tsjernobyl openbaar zijn. Het betreft echter geselekteerde informatie, verstrekt door het Sovjetcentrum voor Stralingsonderzoek in Obninsk (Rusland), het hart van de Sovjet-kernenergielobby.De berichten uit de getroffen regio zijn ronduit schokkend. Deze informatie wordt door westerse journalisten echter genegeerd. Hun bronnen bevinden zich in Moskou en Obninsk. 

Het heeft er alle schijn van dat de internationale kernenergielobby de gevolgen van de kernramp tracht te verdoezelen. Een recent rapport van het IAEA meldt dat de stralingsniveaus lager zijn dan de Sovjet-autoriteiten opgaven en dat er geen ziektegevallen zijn waargenomen die zondermeer aan de gevolgen van de ramp zijn toe te schrijven. 

STRALINGSFOBIE 

"De gevolgen van de ramp in Tsjernobyl zijn niet weg te nemen. Zolang we leven zullen we er voor moeten betalen." De Oekraïense cineast Sjkljarevski is uitgesproken somber over de situatie in de besmette gebieden en hecht geen waarde aan de geruststellende woorden van de Sovjet-autoriteiten. Ik ontmoet hem voor het eerst in mei 1989 in Kiev waar zijn dokumentaire 'Microfoon' haar première beleeft. De film gaat over reakties van bewoners van boerendorpen, ongeveer 100 kilometer van Tsjernobyl. Zij krijgen geen antwoord op hun vragen. 

"Waarom worden er zoveel misvormde dieren geboren? Morgen gebeurt het ook met mensen. Misschien zijn we hier achtergelaten als proefkonijnen om te kijken of wij het overleven of niet. We mogen het bos niet meer in, we mogen niet meer zwemmen in je rivier, we mogen geen melk meer drinken van onze koeien", zegt een vrouw in de film. De angst voor wat er te wachten staat wordt door de autoriteiten afgedaan als "stralingsfobie".  

De voorzitter van de toenmalige Oekraïense regering beweerde vlak na de ramp dat er geen gevaar voor de volksgezondheid bestond: "Experts van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hebben verklaard dat er geen speciale maatregelen getroffen hoefden te worden." De film eindigt met de beelden van een grote demonstratie in Kiev, een aanklacht tegen de autoriteiten. Als een aktivist zijn woord wil doen, schakelt iemand zijn microfoon uit. De menigte begint te loeien: "Microfoon, microfoon."  

De tweede dokumentaire van Sjkljarevski, 'In de schaduw van de sacrofaag' (september 1989), is een vervolg op 'Microfoon'. Een vervolg op de aanhoudende pogingen van de mensen om achter de werkelijke gezondheidsrisico's te komen. Moeders krijgen niet te horen wat er precies met hun kind aan de hand is. Een arts vertelt dat er sinds 1987 beduidend meer gevallen zijn van leukemie en misgeboorte. De ernst van de ramp is de autoriteiten duidelijk, maar deze informatie wordt alsnog in de doofpot gestopt. Sjkljarevski: "De belangrijkste problemen zijn de economische problemen. Het is gewoon niet te betalen om al die mensen te evacueren, ze medische verzorging te geven."  

De dokumentaires waren het startsein voor een reeks van artikelen in de Sovjet-pers, waarin tal van autoriteiten en wetenschappers worden beschuldigd van het verspreiden van leugens en misleidende informatie. De journalist Kolinko, de scriptschrijver van 'Microfoon', neemt hierin het voortouw. De artikelen zijn belangrijk om inzicht te krijgen in het funktioneren van het geheimhoudingsapparaat in de Sovjet-Unie tot medio 1989. 

DE GROTE LEUGEN 

Op 6 mei 1986, 10 dagen na de kernramp, bracht de minister van Volksgezondheid van de Oekraïne, Romanenko, een rapport voor de pers naar buiten, waarin werd vermeld dat er geen serieuze gronden waren voor bezorgdheid. Het enige wat hij de bevolking aanraadde was elke dag goed de tanden te poetsen en zich zorgvuldig te wassen. In zijn nevenfunktie als direkteur van het centrum voor stralingsgeneeskunde in Kiev gaf Romanenko slechts geselekteerde informatie over de slachtoffers van Tsjernobyl vrij.  

Tegelijkertijd liet hij het als minister niet na in al zijn redevoeringen en interviews de gevolgen van de kernramp te bagatelliseren, terwijl hij goed op de hoogte moet zijn geweest van de ernst van de situatie. In het voorjaar van 1987 gebruikte Romanenko als eerste de term "radiofobie" dat de angst voor straling onder de bevolking omschrijft. Hij erkende dat veel mensen ziek waren geworden, echter niet als gevolg van de straling maar ten gevolge van radiofobie. [1]  

Een ander voorbeeld van misleidende informatie: op 9 mei 1986 arriveerde een groep buitenlandse journalisten in Kiev. Ze stellen vragen over de stralingsniveaus in de buurt van de kerncentrale. Hierop werd door de autoriteiten geantwoord dat de niveaus in de zone de toegestane norm niet overschreed. Een pertinente leugen. 

Bijna een jaar later, in april 1887, verkondigt IIjin, behalve voorzitter van de Nationale Commissie voor Stralingsbescherming ook vice-president van de Sovjet-Academie van de Medische Wetenschappen, dat niemand van de duizenden specialisten die Tsjernobyl en omgeving hebben bezocht schade hebben geleden aan hun gezondheid. Iljin stelde zelfs een eventuele herbevolking voor van de geëvacueerde 30 kilometer zone rond de centrale.  

In februari 1988 schrijft Iljin in het dagblad Sovjetskaja Rossija dat de bevolking van Pripjat kaliumjodide-tabletten was gegeven onmiddellijk na de ramp. Journalisten stelden later vast dat die kaliumjodide-tabletten nooit zijn uitgereikt en dat de inwoners pas drie uur voor de evacuatie werden geïnformeerd over de ramp. Dat is 33 uur nadat de explosie van de reaktor plaatsvond. 

BESMETTING 

Vooral voor de besmetting van kinderen met het kortlevende radio-aktieve isotoop van jodium in de provincies Kiev en Zjitomir heeft de misleidende informatie ernstige gevolgen gehad. De sekretaris van het distriktskomité van Naroditsji (provincie Zjitomir), ongeveer 70 kilometer westwaarts van Tsjernobyl, deelde mij (in april '89) mee, dat meer dan de helft van de kinderen in het distrikt aan een schildklieraandoening lijdt. "Het is helemaal geen geheim meer dat na chirurgische ingrepen de genezingstijden steeds langer worden, als gevolg van verlies van immuniteit. Ook het aantal patiënten met kanker heeft zich bij ons verdubbeld." 

In maart '89 hield het centrum voor stralingsgeneeskunde in Kiev haar tweede perskonferentie over "de medische aspekten van de gevolgen van Tsjernobyl". Namens de Oekraïense milieuorganisatie "Zeleny Svit" (Groene Wereld) las Maria Berdasjkevitsj, in het bijzijn van Romanenko, voor uit een geheim dossier van het Ministerie van Volksgezondheid van de Oekraïne. Eén document is gedateerd op 06.05.86 (de dag dat Romanenko zijn stilzwijgen over Tsjernobyl verbrak) en heeft als titel "Over versteviging van het geheimhoudingsapparaat". Uit het dossier blijkt onder andere dat artsen in de besmette gebieden zwijgplicht kregen opgelegd. De diagnose van patiënten mochten niet in verband gebracht worden met straling. 

'Groene Wereld' en vertegenwoordigers van belangenorganisaties van stralingsslachtoffers vinden dat de verantwoordelijken voor de ramp moeten worden berecht en eisen een Neurenberg-tribunaal. Naast Romanenko worden onder andere Izrael (de voorzitter van het USSR Staatscomité voor Hydro-meteorologie en Milieubeheer) en Iljin (de voorzitter van de Nationale Commissie voor Stralingsbescherming) aangeklaagd voor het verspreiden van misleidende informatie. 

GLASNOST IN KIEV 

Een nieuwe fase in de nasleep van Tsjernobyl treedt in op februari 1990 nadat Spizjenko, de opvolger van Romanenko, publiekelijk afstand neemt van het geheimhoudingsapparaat. Aanvankelijk treedt Spizjenko in het voetspoor van zijn vroegere superieur Romanenko. Vlak na zijn aantreden in november '89 zegt hij in een interview dat de kernramp geen gevolgen heeft voor de levensverwachting van de Oekraïense bevolking. [3] 

Met betrekking tot Naroditsji, één van de zwaarst getroffen streken, merkt hij op dat de stijging van ziekten een direkt resultaat is van verbeterde diagnose en de hoge gemiddelde leeftijd in de streek. Hij beweert zelfs dat in geval van blootstelling aan stralingsdoses van 100-200 REM het menselijk lichaam eigen middelen heeft zich daartegen te beschermen zonder medische hulp (internationaal wordt een belastingslimiet van 35 REM, gedurende een mensenleven, aanvaard).  

Twee maanden later geeft Spizjenko een interview met een amerikaans weekblad toe dat ook hij onderdeel uitmaakte van het geheimhoudingsapparaat. [4] "We leefden in een regiem van strikte geheimhouding en de ambtenaren in de verschillende ministeries konden eenvoudig niet de waarheid spreken." "De oorspronkelijke kriteria voor evacuatie hingen vooral af van de economische mogelijkheden. Er was een wens niet onnodig geld te besteden aan evacuatie en her, huisvesting."  

De grote ommezwaai van Spizjenko is hoogstwaarschijnlijk gevoed door de drastische veranderingen in het politieke klimaat van de Oekraïne. Om zijn politieke huid te redden veranderde Spizjenko zijn politieke koers van konservatief naar hervormingsgezind. Met het vertrek van de Oekraïense partijleider Sjtsjerbitsky, het laatste relikwie uit het Brezjnjev-tijdperk, in augustus 1989, kwam het politieke bewustwordingsproces onder de Oekraïense bevolking in een stroomversnelling terecht dat een jaar later resulteerde in het uitroepen van de soevereine staat.  

Een soortgelijk proces speelde zich af in de republiek Wit-Rusland. Regeringsfunktionarissen namen standpunten van volksbewegingen voor perestrojka en glasnost op in hun partijprogramma en kozen onomwonden voor onafhankelijkheid van het establishment in Moskou. Niettemin hebben de honderden ministeries en instituten in Moskou het nog altijd voor het zeggen in de beide republieken. Als het Oekraïense parlement besluit de kerncentrales op haar grondgebied te sluiten is dat van geen enkele waarde. Het Ministerie van Kernenergie in Moskou zal dit besluit niet sanktioneren. Integendeel, Michael Gorbatsjov heeft grootse plannen met kernenergie.  

ZOETHOUDERTJES 

Eén van de volmachten die president Gorbatsjov vorig jaar vroeg en kreeg van het Sovjet-parlement resulteerde in het afschaffen van de Regeringsraad en de vorming van een kabinet onder leiding van premier Pavlov. Dit kabinet, overwegend bestaande uit leden van het konservatieve kamp, nam in januari haar eerste besluit. Dat besluit is aan de hand van twee artikelen uit de Pravda [5] en uit 'Nieuws van de regering' [6] samen te stellen: er worden maatregelen genomen om het gebruik van kernenergie te stimuleren door onder de bevolking meer begrip te kweken voor het toepassen van kernenergie.  

Tien procent van het kapitaal wat jaarlijks wordt geïnvesteerd in kernenergie gaat vanaf nu worden besteed aan grote financiële tegemoetkomingen voor mensen die in de buurt van kerncentrales wonen. De mensen in dergelijke dorpen en nederzettingen gaan vijftig procent minder betalen aan elektriciteit en belasting, en zullen worden voorzien van betere gezondheidszorg die bovendien goedkoper zal zijn dan elders. 

Daarnaast worden betere mogelijkheden geboden voor verzekeringen en allerlei andere faciliteiten. Naast deze zoethoudertjes worden er zelfs speciale privileges gegund aan kinderen (bijv. speeltuinen) die binnen een straal van 10 kilometer van de kerncentrale wonen. Het doel van dit alles zal duidelijk zijn: de lokale autoriteiten en bevolking warm maken voor kerncentrale op hun grondgebied. 

Ondanks de grote weerstand onder de bevolking tegen kernenergie heeft dit stimuleringsbeleid grote kans van slagen, vooral in de arme gebieden van de Sovjet-Unie. Hier zijn genoeg voorbeelden van. Bijvoorbeeld de enorme waterkrachtcentrale in Katoen' in het Altai-gebergte (Siberië). De inwoners van Katoen' staakten hun verzet tegen de bouw van de waterkrachtcentrale doordat de autoriteiten hen ruimere pensioenen in het vooruitzicht stelde. 

MEER CENTRALES 

Direkt na het ongeluk in Tsjernobyl werd het Sovjetprogramma tot uitbreiding van kernenergie fors teruggeschroefd. Met het besluit van het kabinet Pavlov is dit definitief voorbij. Dit jaar lanceerde Sovjet-minister van energiezaken Konovalov een plan om de komende twintig jaar 20 nieuwe kernreaktoren te bouwen. Op dit moment zijn er al 25 in aanbouw. Meer kernenergie acht Konovalov van vitale betekenis voor de Sovjet-Unie.  

Door de algehele malaise in de Sovjet-Unie bij de winning van olie, gas en kolen wordt uitbreiding van industrie ernstig vertraagd. Een IAEA-analyse van de Sovjet-energiebalans laat zien dat het aandeel van andere bronnen in de energievoorziening fors moet stijgen waarbij slechts een bescheiden rol is weggelegd voor zonne-, wind- en getijde-energie. Kernenergie hangt dan ook nauw samen met de economische hervormingen van Garbatsjov. Vorig jaar kondigde hij aan dat hij de hele nucleaire keten onder verantwoordelijkheid van de centrale regering (de Unie) wil houden en niet wil delegeren naar de republieken.  

De plannen zijn een harde slag voor het Oekraïense volk. In de Oekraïne, dat 2,7 % van het oppervlak van de Sovjet-Unie bestrijkt, bevinden zich 20 kernreaktoren, wat neerkomt op 45 % van het totale aantal in de Sovjet-Unie en 35 % van de totale Sovjet-kapaciteit. De 25 reeds in aanbouw zijnde reaktoren en de 20 die Konovalev in het vooruitzicht stelt, staan en komen hoofdzakelijk terecht op Oekraïens grondgebied. 

ONAFHANKELIJK? 

In de laatste week van mei presenteerde een commissie van internationale stralingsdeskundigen haar onderzoeksresultaten op een IAEA-konferentle over de gevolgen van Tsjernobyl. De konklusie van het rapport is verrassend: vijf jaar na de ramp zijn onder de bevolking geen nadelige effekten van radio-aktiviteit te konstateren. Kritiekloos nemen de wetenschapsjournalisten van de Volkskrant [7] en het NRC Handelsblad [8] deze belachelijke konklusie over. Ieder weldenkend mens weet dat zo'n uitspraak flauwekul is, maar omdat een zogenaamd onafhankelijke kommissie van wetenschappers deze bewering doet zal het wel waar zijn. De konklusie houdt echter geen enkel verband met de reële situatie in de besmette gebieden. 

Funktionarissen uit Wit-Rusland (Minsk) en de Oekraine (Kiev) maakten ernstige bezwaren tegen het rapport. Na afloop van de konferentie overhandigden zij een verklaring aan het IAEA waarin staat dat zaken als moeilijkheden met de bloedstruktuur (aantasting rode beenmerg), het afweersysteem en de schildklier in het rapport ontbreken. 

Het gaat hier om ziektebeelden die duidelijk verband houden met straling. Het Sovjet-centrum voor Stralingsonderzoek, onder leiding van de eerder genoemde beroepsleugenaar Iljin, en het IAEA achten het niet nodig deze informatie naar buiten te brengen. Daar hebben ze ook geen enkel belang bij.  

Hun rapport wordt nog absurder als je bedenkt dat de kommissie van Internationale Stralingsdeskundigen niet beschikt over de expertise om een fijnmazig medisch onderzoek naar de gevolgen van Tsjernobyl. 

De IAEA zette voor de Sovjet-Unie een multinationaal team van deskundigen op die zelfstandig onderzoek zouden gaan doen in de getroffen Sovjet-republieken. De deskundigen, verenigd in wat sinds begin 1990 het Internationaal Tsjernobyl Projekt van de IAEA heet, wisten zich verzekerd van de medewerking van zes internationale organisaties: de EG, de VN-Wereld Voedsel Organisatie (FAO), het Internationaal Arbeids Bureau, het Wetenschappelijk Comité van de VN voor de Effekten van Nucleaire Straling (Unscear), de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO).  

Al deze organisaties staan volgens het IAEA borg voor de onafhankelijkheid van het onderzoek. "Onafhankelijkheid" is echter een zeer relatief begrip wanneer het gaat om gemonopoliseerde kennis. Als voorbeeld neem ik twee belangrijke VN-instituten, de IAEA en de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP) nader onder de loep. Deze bureau's spelen een grote rol bij het Internationaal Tsjernobyl Projekt. 

DE LOBBY 

Het voor de hand liggende bureau waar (niet-nucleaire) landen terecht kunnen voor informatie is de IAEA in Wenen. Met VN-mandaat promoot de IAEA "het vreedzaam gebruik van atoomenergie". In feite dus de promotietak voor nucleaire technologie. Er bestaat geen vergelijkbaar VN-bureau voor het promoten van andere energie opties, noch is er een VN-bureau uitgerust om serieus onderzoek naar de negatieve gevolgen van straling te doen. 

Het tweede meest relevante bureau waar landen terecht kunnen voor informatie is de ICRP. Deze "commissie voor stralingsbescherming" doet aanbevelingen om de stralingsbelastingsstandaard te verruimen voor stralingsgevoelige organen als schildklier en beenmerg. Men noemt zichzelf onafhankelijk, maar ontvangt financiële steun en krijgt suggesties voor nieuwe leden vanuit het Internationale Congres van Radiologie (bron voor het leveren van "onafhankelijke" stralingsdeskundigen). Leden van de ICRP worden gefinancierd door de lidstaten of hun werkgevers vanuit de nucleaire industrie. 

In het voorjaar van 1956 sloot de ICRP zich formeel aan bij de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) als een deelnemende niet-gouvernementele organisatie (NGO). Het lidmaatschap van de ICRP is zeer selektief en staat onder strakke kontrole. Deelname wordt gedomineerd door collega's vanuit het militaire, civiele nucleaire establishment en de medisch radiologische verenigingen, die elkaar nomineren. Deelname van medici in de commissie is beperkt tot medisch radiologen. Epidemiologen, biostatistici en volksgezondheidsspecialisten zijn uitgesloten van deelname. Juist deze wetenschappers zijn waardevol bij het onderzoek naar de medische gevolgen van Tsjernobyl en zouden eigenlijk een vooraanstaande rol moeten hebben bij het onderzoek. 

PROEFKONIJNEN 

Tijdens een kongres in Kiev, vorig jaar april, over de medische gevolgen van Tsjernobyl, klaagden wetenschappers de Sovjet-autoriteiten in Moskou aan. Ze worden bij hun onderzoek hardnekkig tegengewerkt door Moskou. Dr. Melnikov van het pathologisch instituut van het Ministerie van Volksgezondheid van de Oekraïne verrichtte een uitgebreid immunologisch onderzoek onder de geëvacueerde inwoners van Pripjat en Tsjernobyl, de militairen die bij schoonmaakwerkzaamheden waren betrokken en inwoners van Kiev.  

De resultaten wijzen uit dat de aantasting van het afweersysteem onder de inwoners van Kiev gelijkenis vertoont met dat van andere groepen. Melnikov's konklusie luidde dat de 30 kilometer-zone moet worden uitgebreid tot een 100 kilometer-zone. Kiev (3 miljoen inwoners) valt daarmee binnen de zone en zou moeten worden geëvacueerd. Microbiologe Dr. Svetlala Bidnenko konstateert dat lage doses straling het immuunsysteem in eerste instantie stimuleren (afname verkoudheden), maar vervolgens afbreken. Akkurate diagnose wordt dan moeilijk en medicijnen onbruikbaar doordat de microbes veranderen. 

De bevindingen van deze wetenschappers ter plaatse zijn heel wat minder geruststellend dan die van hun kollega's in Obninsk. De internationale atoomlobby ziet Tsjernobyl als de belangrijkste proeftuin na Hiroshima en Nagasaki. Moskou wil verdienen aan Tsjernobyl. Onlangs maakte het IAEA bekend dat de Sovjet-Unie epidemiologische gegevens beschikbaar wil stellen in ruil voor harde valuta. Ook het verlenen van toestemming aan internationale organisaties als de WHO, voor het verrichten van bevolkingsonderzoek in besmet gebied, stuit op financiële eisen van de Sovjets.  

De Nederlandse radio-bioloog dr. G. Wagemaker, verbonden aan de TNO en lid van de missie die in oktober '90 besmet gebied bezocht, zegt op een perskonferentie: "De Sovjets bieden zich aan als proefkonijnen voor epidemiologisch onderzoek naar de gevolgen van lage stralingsdoses". [9] Het kommerciële belang van deze gegevens ligt in het feit dat de risico-analyses waarmee de kernenergie-industrie wereldwijd werkt, gefundeerd zijn op gebrekkige gegevens uit Hiroshima en Nagasaki. 

De epidemiologie stond in die tijd nog in de kinderschoenen. Miljoenen mensen betalen met hun gezondheid en wellicht met hun leven voor de instandhouding van een wetenschappelijke mythologie. De mythe dat lage stralingsdoses geen gevaar opleveren voor de volksgezondheid. 

Henk 

Landelijk documentatie- en onderzoekscentrum over kernenergie en het verzet daartegen, LAKA, Pesthuislaan 118 1054 RM A' dam 020 - 6168294 

Voetnoten:

  1. Radio Kiev, 14 april 1987
  2. Radjanska Oekraïna, 6 februari 1990
  3. Nauta i suspilsjtvo, no 9, 1989
  4. Philadelphia Inquirer, januari 1990
  5. Pravda, 26 januari 1991
  6. Pravitelistvenny vestnik, 15 januari 1991
  7. de Volkskrant, wetenschapsbijlagen 25 mei en 1 juni 1991
  8. NRC Handelsblad, 23 mei 1991
  9. Het Financieel Dagblad, 27 april 1991
Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991