Naar archief

UIT: eN LEKKER eN Fris, links-radikaal vakantie magazine (NN #87-88) van 3 juli 1991   

De gemanipuleerde zondvloed 

De rücksichlosigkeit van de biotechnologie 

Veldproeven met genetisch gemanipuleerde planten zullen dit jaar op grote schaal plaats gaan vinden. Alleen het biotechnologie bedrijf Mogen zal in 1991 al meer dan twintig veldproeven uitvoeren. De discussie over veldproeven en biotechnologie sleept zich ondertussen voort, zij het op academisch niveau en niet al te spectaculair. 

In 1990 was het met het optimisme rond veldproeven triest gesteld. Voor het tweede achtereenvolgende jaar hadden tegenstanders het troetelkind van de biotechnologie geruïneerd door genetisch gemanipuleerde aardappels op nachtelijke tijdstippen te oogsten. In september van dat jaar werd bekend gemaakt dat een voorlopig einde van veldproeven met genetisch gemanipuleerde planten mogelijkerwijs in de lucht hing. 

Want wat heeft het voor zin om kostbare proeven te doen als deze toch weer vernield worden, was de verklaring die voor deze opmerkelijke wending in het onderzoek werd gegeven. Veldproeven zijn voor het biotechnologisch onderzoek een onmisbare schakel om het gesleutel in laboratoria in de open lucht op effectiviteit te onderzoeken. 

Zonder veldproeven is het onderzoek veroordeeld tot de steriele ruimtes van de practicum-lokalen en wordt een belangrijke component van het onderzoek gemist. Hoe genetisch gemanipuleerde organismen zich in de vrije natuur gedragen blijft altijd de grote onderzoeksvraag. De wending in het onderzoek heeft zich echter niet voorgedaan. Ook in 1991 zal menig genetisch gemanipuleerde plant het licht zien in de vrije natuur. 

Het in Leiden gevestigde biotechnologie bedrijf Mogen heeft voor dit jaar de meest grootschalige veldproef voor ogen die zich in Nederland tot nu toe heeft voorgedaan. Op meer dan 30 lokaties gaan de gemanipuleerde bintjes de grond in. De proef is een voortzetting van de vorig jaar vernielde aardappelveldjes in Wageningen en Emmeloord.  

De schaal waarop de aardappels dit jaar proefondervindelijk verbouwd gaan worden, doet vermoeden dat commercialisering van de aardappels in het verschiet ligt. Dit betekent dat het niet lang meer op zich zal laten wachten voordat de eerste gemanipuleerde aardappels langs verschillende kanalen hun weg zullen vinden naar boer(in) en consument(e). Langzamerhand zullen de eerste vruchten van de moderne biotechnologie markt-rijp worden. 

Om te voorkomen dat er spaken in de wielen van de biotechnologie worden gestoken zijn de aanvragen voor hinderwetvergunningen door de nodige veiligheidsmaatregelen omgeven. Hinderwetvergunningen zijn normaliter vrij in te zien op gemeentehuis of in de bibliotheek, de tegenwoordige bekendmakingen van veldproeven met genetisch gemanipuleerde planten zijn dat niet. 

De aanvragen bevinden zich in gesloten mappen op het ministerie van VROM en de gemeentehuizen waar de veldproeven plaats moeten gaan vinden. Slechts met toestemming van het ministerie kunnen de hinderwetvergunningen ingekeken worden. 

Terwijl de overheid hinderwetvergunningen blijft afgeven en de gemeenten hun medewerking verlenen aan proeven waarop zij geen enkele controle over kan uitoefenen, gaat de discussie over de risico's van veldproeven door. Niet alleen tussen organisaties die keer op keer een papieren windmolen-gevecht beginnen tegen de toegekende hinderwetvergunningen aan de ene kant en de vlijtig vergunningen verstrekkende overheid aan de andere kant, maar ook tussen wetenschappers onderling. 

Biotechnologen gaan er van uit dat het toevoegen van extra genen tot gevolg heeft dat de overlevingskans van de organismen afneemt. De toegevoegde genen zouden zorgen voor 'extra ballast'. Door deze ballast zouden de gemanipuleerde organismen op den duur niet kunnen overleven en worden 'weggekonkurreerd' door hun niet gemanipuleerde broers en zussen. Ecologen brengen hier tegen in dat op de gemanipuleerde organismen de natuurlijke selectie werkt, waardoor de sterksten zullen overleven. De natuurlijke selectie heeft tot gevolg dat de overlevingskans van het gemanipuleerde organisme ook zal worden vergroot. 

Veiligheid en risico's van gemanipuleerde organismen in de vrije natuur worden bepaald door een aantal factoren. Ten eerste de biologische eigenschappen van het (gemanipuleerde) organisme, ten tweede de eigenschappen van het vreemde gen dat in het organisme wordt ingebracht en ten derde het vermogen van het organisme om in wisselwerking met de natuur te treden. 

1.Het gevaar van organismen is niet gebaseerd op theoretische veronderstellingen of laboratorium-testen, maar is een weergave van de praktische ervaringen die technologen in het verleden met deze organismen hebben gehad. Van de organismen waarvan geen gevaarlijke effecten bekend zijn, is een lijst opgesteld, de GRAS-lijst (Generally Recognised as Safe).

De GRAS-organismen worden beschouwd als veilig. Hiermee is niet gezegd dat de organismen ook daadwerkelijk niet gevaarlijk kunnen zijn. Er blijft een risico. De opstellers van de lijst tekenen daarbij aan dat het onmogelijk is om de aanvaardbaarheid van de risico's te beoordelen. Ook al beoordelen zij de risico's als klein, een uitspraak over aanvaardbaarheid van risico' s kan alleen gebeuren in een proces van maatschappelijke en politieke besluitvorming. Het maken van waardeoordelen (aanvaardbaar of niet) beschouwen technologen niet hun taak, maar een afweging die de politiek moet maken. 

De situatie is nu echter zo dat de politiek verantwoordelijken hun beoordeling baseren op de risico-analyses van de technologen. Volgens onderzoek zou er geen gevaar zijn. Terwijl technologen juist aangeven over de aanvaardbaarheid niet te kunnen oordelen. 

2.Het kennen van de eigenschappen van genen blijkt in de praktijk niet voldoende om te kunnen voorspellen hoe een gen zich gedraagt als het in een ander organisme wordt ingebouwd. Een voorbeeld hiervan is het mosgen. Het mosgen is een van de genen met een regulatie functie in dierlijke cellen. Als dit gen echter wordt overgebracht naar een andere omgeving veranderd het in een oncogen en zorgt het voor kankervorming. 

3.De mogelijkheden tot wisselwerking van gemanipuleerde organismen met de omgeving is bestudeerd door de Wageningse wetenschappers Zadoks en Evenshuis. Zij hebben onderzocht in hoeverre cultuurplanten als aardappel en suikerbiet in wisselwerking kunnen treden met wilde verwanten. 

De mogelijkheden om in wisselwerking te treden verschilden van soort tot soort, afhankelijk van het voorkomen van soortgenoten in de vrije natuur, maar behoorde tot de mogelijkheden. Er is echter nog niet goed onderzocht met welke wilde planten cultuurplanten kunnen kruisen. Tevens is er weinig bekend over de mogelijkheden van verwildering van cultuurplanten. Ondanks dat gebrek aan systematische kennis schatte Dr. Ingo Kowarik van de Freie Universität Berlijn in 1989 de kans een tot drie procent dat de gemanipuleerde planten zich blijvend in de natuur vestigen. De kans zou een op de duizend zijn dat er een plaag met ecologische en economische schade ontstaat. 

voor meet informatie: 

Biotechnologie archief Nogen

Burgtstraat 3 6701 DA Wageningen    

[ KADER ] 

OKTROOIEN OP LEVEN 

In vorige NN's schreven we over de ontwikkelingen rond de toekenning van patenten op levende wezens. De aanleiding was een picket-line bij een kongres over oktrooien in Den Haag. Naast het kongres dat handelde over wereldwijde afspraken over patenten is er ook op Europees en nationaal nivo diskussie over het mogelijk maken van patenten op leven. 

'Oktrooi op leven' is de naam van een krant van het Inter Kerkelijk Vormingswerk Ontwikkelingssamenwerking (IKVOS) die eind juni uitkwam. In de krant zijn alle bezwaren tegen patent op leven en de belangrijkste ontwikkelingen op een rij gezet. In een komende NN volgt een bespreking van de krant. Hier de belangrijkste data voor de rest van het jaar die de reden voor het juist nu uitbrengen van de krant aangeven: 

POLITIEKE AGENDA 

augustus 1991:

Tweede kamer debat over oktrooi- en kwekersrecht 

september 1991:

Agrarische en Juridische Commissie van het Europarlement geven advies over de richtlijn tot bescherming van biotechnologische vindingen  

oktober 1991:

Europees Parlement stemt over de Richtlijn tot bescherming van biotechnologische vindingen  

eind 1991:

Onderzoeksafdeling van het Europese Oktrooi Buro beslist, over het eerste oktrooi op een dier (de 'Kanker-muis)  

1991/1992:

Oppositieafdeling van het Europees Oktrooi Buro houdt een hoorzitting in de rechtszaak over het eerste oktrooi op een gemanipuleerde plant  

1991/1992:

Europese Ministerraad beslist over de Richtlijn tot bescherming van biotechnologische vindingen 

De krant is tegen verzendkosten te bestellen bij Ikvos-regio Utrecht, Oosterkade 13, 3582 AT Utrecht. Bel voor meer informatie 030-540412.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991