UIT: NN #85 van 30 mei 1991
Identificatieplicht nooit!
Vissen in troebel water
Op 4 april 1991 diende de minister van Justitie, Hirsch Ballin, een wetsvoorstel in voor de invoering van de identificatieplicht in Nederland. Een wettelijke regeling voor identificatieplicht kan worden gezien als het sluitstuk van een zeven jaar durende, bij tijd en wijle onfrisse discussie. In dit artikel wordt die discussie samengevat, er wordt gekeken naar de situatie in de ons omringende landen en het wetsvoorstel zal van commentaar worden voorzien. Tenslotte zal aandacht worden besteed aan de plannen voor de praktische uitvoering van het wetsvoorstel Identificatieplicht.
DE EERSTE PROEFBALLON
Het is juni 1984 als de toenmalige minister van Justitie, Korthals Altes, zijn "strikt persoonlijke mening" geeft: hij is voorstander van legitimatieplicht uit oogpunt van de bestrijding van fraude en criminaliteit. Hij erkent dat deze verplichting op gespannen voet staat met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar diezelfde privacybescherming mag naar zijn mening niet fungeren als dekmantel voor wantoestanden als fraude.
Ook stelt de minister dat het onderwerp nu politiek nog niet actueel is, maar dat hij de discussie over legitimatieplicht nog wel eens wil voeren. De media reageren overwegend negatief op de denkbeelden van Korthals Altes.
...DE TWEEDE
De discussie over legitimatieplicht, of de steeds meer in zwang rakende 'identificatieplicht', komt pas goed op gang in februari 1985. Op dat moment blijkt dat invoering van identificatieplicht onderdeel uitmaakt van het concept-verkiezingsprogramma van het CDA.
Deze politieke partij voegt twee argumenten toe aan dat van fraude- en criminaliteitsbestrijding: het is nodig vanwege de aanstaande Europese eenwording en het wegvallen van de binnengrenzen en het zorgt voor een gelijke behandeling van Nederlanders en niet-Nederlanders. Deze laatste groep heeft al legitimatieplicht.
De koppen in de kranten liegen er niet om: "Geen pasjeswet", "Ausweis bitte", "Geen Ausweis", om er een paar te noemen. De CDA-programmacommissie schrapt de alinea over identificatieplicht ijlings.
...EN DE DERDE
Minister Korthals Altes neemt de draad twee maanden later onverdroten weer op. Volgens hem levert het nog steeds een bijdrage aan de terugdringing van fraude en (zware) criminaliteit en vergemakkelijkt het bovendien de grenscontrole. Bij deze derde proefballon maakt Korthals Altes zijn legendarisch geworden fout. Hij kan zich voorstellen dat mensen van vijftig jaar en ouder vanwege oorlogstrauma's gespaard moeten worden voor identificatieplicht.
Het komt hem op een vernietigende column van Stoker in De Volkskrant van 23 april 1985 te staan: '50 mei'. Een citaat: 'Ik heb al eerder uitgelegd dat mijn bezwaar tegen dat ding niet berust op het verleden maar op de elektronische toekomst die onze toegangen griezelig navolgbaar zal maken. Daarbij komt dat wij verneukt worden door een kerel die Korthals heet. Want natuurlijk moet je boven de vijftig een bewijs bij je hebben dat je boven de vijftig bent een identiteitsbewijs.'
DE BEURT IS WEER AAN HET CDA: DE VIERDE BALLON
Na Korthals Altes (1984), de CDA-programmacommissie (1985) en Korthals Altes (later in 1985) is, bijna vanzelfsprekend, het CDA weer aan de beurt. Bij monde van de rechtse 'die hard' Gualtherie van WeezeI, CDA-Tweede Kamerlid, herhaalt men nog eens de argumenten: verbeterde grenscontrole, bestrijding van fraude en zware criminaliteit (terrorismebestrijding duikt in de argumentatie op!).
Nieuw in de discussie is het argument dat het bij zich dragen van een identiteitsbewijs niets bijzonders is: iedereen, die achter het stuur van een auto stapt of geld op wil nemen bij de bank moet zich legitimeren. Waarom die plicht dan niet uitbreiden?
DE LAATSTE BALLON BLIJFT HEEL
Identificatieplicht krijgt ten lange leste toch vaste grond onder de voeten. In juli 1986 blijkt identificatieplicht opgenomen te zijn in het regeerakkoord tussen CDA en VVD. Met uitzondering van fraudebestrijding worden geen argumenten voor de invoering van identificatieplicht genoemd. Saillant detail is het feit dat geen van beide partijen de verantwoordelijkheid van het opnemen van de plicht in het regeerakkoord op zich wil nemen.
Opnieuw reageren de media overwegend negatief. Toch zijn, meer dan in de voorgaande jaren, ook positieve geluiden te horen en te lezen. Enkele koppen: "Stamboekvee", "Overval", "Rumoer rond legitimatie" en "Bezwaren tegen identificatieplicht nogal overdreven en emotioneel". Opvallend is ook de tegenstelling tussen politiecommissarissen (die bijna zonder uitzondering voorstander zijn) en de twee grote politiebonden (die stellen er geen heil in te zien). PvdA en de kleine linkse partijen wijzen de plannen van de hand.
DE EERSTE STAPPEN
De regering verzoekt aan de oud-president van de Hoge Raad der Nederlanden, mr G.J. Wiarda, om te onderzoeken hoe zich de invoering van identificatieplicht verhoudt met de nationale en internationale rechtsregels. Wiarda kant tot de conclusie dat invoering van beperkte identificatieplicht niet op juridische bezwaren stuit, maar de invoering van algehele identificatieplicht misschien wel. Er moet, op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, wel sprake zijn van "pressing social need". Daarmee is zoveel gezegd dat identificatieplicht alleen maar mag als er zich grote maatschappelijke problemen voordoen.
Het rapport van Wiarda wordt op 5 juni 1987 aan het parlement aangeboden. Minister Korthals Altes trekt vervolgens de conclusie. dat invoering van identificatieplicht mogelijk is. "De regering denkt in dit verband specifiek aan de verbetering van de fraudebestrijding."
VERDERE VERBREDING VAN DE DISCUSSIE
Identificatieplicht wordt steeds vaker onderwerp van gesprek tussen regering en parlement. Het duikt op bij notities over het vreemdelingentoezicht, bij notities over grensbewaking en ook bij het wetvoorstel Anonieme Verdachte.
In 1987 en 1988 verschuift de argumentatie voor het invoeren van identificatieplicht langzaam naar het vreemdelingentoezicht. Het is ook in deze periode dat enkele denkbeelden voor de invulling van identificatieplicht boven kanen drijven. Korthals Altes denkt in maart 1988 twee vliegen in een klap te kunnen slaan: er komt een uitbreiding van verkeerscontroles (onder meer vanwege de handhaving van de maximumsnelheid op autosnelwegen), daar kan de identificatieplicht mooi aan worden gekoppeld.
Aan de verplichting kan worden voldaan met behulp van bestaande documenten, zoals rijbewijs en paspoort. Beschikt men dat niet over, dan moet men verplicht een identiteitsbewijs aanschaffen. De argumentatie is in het voorjaar van 1988 volledig veranderd: het gaat nu alleen nog maar om het gelijkheidsbeginsel: iedereen moet zich kunnen legitimeren ten behoeve van het vreemdelingentoezicht als de Europese binnengrenzen wegvallen.
HET EINDE VAN DE DISCUSSIE LIJKT IN ZICHT
Korthals Altes belooft de Tweede Kamer om identificatieplicht in 1990 in te voeren. De Vaste Commissie van Justitie van de Tweede Kamer is het eens met Korthals Altes dat tot invoering moet worden overgegaan. Nu wordt toch weer het argument van de misdaadbestrijding op tafel gebracht. Verdachten moeten zich soms kunnen legitimeren.
Ook in de uitvoerende sfeer komen steeds meer plannen op tafel. In februari 1989 laten de grotere gemeenten in Nederland weten dat zij van plan zijn zelf een fraudebestendig identiteitsbewijs te ontwikkelen.
Ondertussen is de PvdA een minder, verklaard tegenstander van identificatieplicht geworden. Het standpunt schuift zelfs in de richting van het aloude CDA-adagium 'Ja, mits'. Het is 1990. Er treedt rust in. Stilte voor de storm, zo zal begin 1991 blijken.
DE COMMISSIE BINNENLANDS VREEMDELINGENTOEZICHT
Op 18 maart 1991 verschijnt het rapport van de Commissie Binnenlands Vreemdelingentoezicht, beter bekend als de Commissie-Zeevalking. De commissie wijst er op dat er nu discriminerende werking van identificatieplicht uitgaat, omdat slechts niet-Nederlanders de plicht hebben zich te legitimeren. Er wordt gepleit voor de invoering van algemene identificatieplicht om het probleem van de zich Nederlander noemende vreemdeling op te lossen.
De commissie stelt daarbij overigens wel voor om de handhaving vooralsnog met zachte hand aan te pakken: iemand, die zijn of haar identiteitsbewijs is vergeten, mag het (al dan niet onder begeleiding van een ambtenaar in functie) thuis gaan ophalen. Dit wordt 'toonplicht' en geen 'draagplicht' genoemd.
WETSVOORSTEL IDENTIFICATIEPLICHT
Op 4 april 1991 is het dan (eindelijk) zover: Minister Hirsch Ballin geeft het wetsvoorstel Identificatieplicht vrij en stuurt het naar een aantal adviesorganen. Ik citeer uit het persbericht van het ministerie van justitie:
'Nederlanders moeten in bepaalde gevallen hun identiteit, bewijzen met een paspoort of met de nieuwe identieitskaart. In situaties waarin de nationaliteit niet van belang is, wordt ook het rijbewijs toegelaten. Bij vreemdelingen gelden de verblijfspapieren als identiteitsbewijs. Nederlanders die daaraan behoefte hebben, zullen op het gemeentehuis een identiteitskaart kunnen krijgen.'
En: 'Het voorstel heeft tot doel bepaalde wetten .beter te kunnen handhaven. Identificatieplichten vergroten de effectiviteit van de fraude- en criminaliteitsbestrijding en maken een betere controle mogelijk op illegaal verblijf van vreemdelingen.'
Identificatieplicht gaat gelden in de volgende gevallen:
-bij financiële transacties:
-tegenover de werkgever bij indiensttreding;
-op het werk als controlerende ambtenaren daarom vragen;
-tegenover ambtenaren voor het vreemdelingentoezicht;
-bij het laten opmaken van een akte door de notaris.
Op 4 april 1991 is men er nog niet uit of er ook identificatieplicht in het openbaar vervoer (bestrijding van zwartrijden) en bij voetbalstadions (tegengaan van vandalisme) moet komen. Een maand later is dat wel duidelijk: ook voor deze twee situaties moet een identificatieverplichting gaan gelden.
Het wetsvoorstel gaat niet uit van 'toonplicht' (zoals de Commissie-Zeevalking heeft voorgesteld), maar van 'bewijsplicht'. Men noemt het geen 'draagplicht', maar er is geen feitelijk onderscheid.
DE VERDERE PROCEDURE
Er is over het wetsvoorstel advies gevraagd aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, aan het Coördinerend Politieberaad, aan de Sociale Verzekeringsraad en aan de Raad voor de Persoonsinformatievoorziening. Zij hebben tot begin juni 1991 de tijd om te reageren. Vervolgens zal de minister van Justitie het wetsvoorstel aan de Raad van State aanbieden voor commentaar. Na deze adviesronde is het wetsvoorstel rijp voor parlementaire behandeling.
Naar mijn inschatting duurt het nog ten minste een jaar voordat identificatieplicht in Nederland een feit is. Het zou mij niet verbazen als de minister van Justitie ernaar zou streven om er in elk geval voor te zorgen dat de identificatieplicht is ingevoerd op het moment dat de Europese eenwording definitief is. De afspraak is om die eenwording op 1 januari 1993 plaats te laten vinden.
Gezien de vele haken en ogen (met name de harmonisatie van wetgeving levert veel problemen op) lijkt die datum niet haalbaar. Toch houd ik het er op dat op 1 januari 1993 de identificatieplicht in Nederland ingevoerd zal worden.
WAT VINDT NEDERLAND EIGENLIJK VAN IDENTIFIKATIEPLICHT?
Er zijn enkele opiniepeilingen over identificatieplicht gehouden. In 1985 gebeurt dat door het NIPO. De cijfers: 44,4% van de ondervraagden vindt identificatieplicht een goed idee, 16,0% kan het niet schelen, 37,4% is er tegen en 2,2% heeft geen mening. In 1986 doen de Telegraaf en het NIPO samen een onderzoek: voor is dan nog 34% van de mensen, het kan 19% van de mensen niet schelen, 44% is tegen en 3% heeft geen mening.
Het Onderzoekerskollektief Utrecht houdt in 1987 een enquête. Een van de vragen is: "wat vindt u van de volgende stelling: In Nederland zou iedereen altijd een persoonsbewijs bij zich moeten hebben?". Slechts 24% van de mensen is het daarmee helemaal eens, 8% is het er 'tamelijk' mee eens, 6% is 'neutraal', ook 6% is het er 'tamelijk' mee oneens, 53% is het er helemaal niet mee eens en 3% weet het niet.
In 1989 hebben de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumentenaangelegenheden (SWOKA) en de Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie een onderzoek uitgevoerd naar de beleving van privacy in Nederland. Daarbij is ook aan identificatieplicht aandacht besteed.
Enkele cijfers uit het rapport "Privacy doorgelicht": 40% van de ondervraagden vreest dat de privacy wordt aangetast door invoering van legitimatieplicht. Wel denkt ongeveer 48% van de mensen dat identificatieplicht op de een of andere wijze bijdraagt tot de bestrijding van fraude en criminaliteit. Uit het onderzoek blijkt dat vooral aanhangers van VVD, CDA en de kleine confessionele partijen geloven dat de criminaliteitsbestrijding geholpen is met identificatieplicht. Aanhangers van Groen Links, de PvdA en D66 vinden vaker dat de privacy er door wordt aangetast.
DE SITUATIE IN ANDERE LANDEN
Het niet kunnen voldoen aan de identificatieplicht is in Italië strafbaar. Italianen kunnen er de bak voor indraaien, de zwaarste sanctie voor buitenlanders is uitzetting. Met name rond vliegvelden schijnt de controle op identiteitsbewijzen hevig te zijn. Een en ander houdt verband met het bij tijd en wijle opbloeien van het terrorisme in Italië. Verzet tegen identificatieplicht is er nauwelijks.
In België is er sinds de Duitse bezetting tijdens de Eerste Wereldoorlog sprake van identificatieplicht. Deze is overigens gekoppeld aan een wet om landloperij tegen te gaan. Iedereen moet zich kunnen legitimeren, maar daarnaast beschikken over een klein bedrag in contanten, omdat men anders opgepakt kan worden wegens landloperij. In België kan men bij officiële handelingen vrijwel niets gedaan krijgen zonder zich te legitimeren.
Vanwege de 'traditie' is er in België geen maatschappelijke discussie over identificatieplicht. Ook in Frankrijk is het niet kunnen voldoen aan de identificatieplicht strafbaar. Men kan wegens het vergrijp tot gevangenisstraf worden veroordeeld of (in geval men vreemdeling is) het land worden uitgezet. Soms worden in Parijs hele straten afgezet voor identiteitscontrole. Niet de doorsnee-Frans uitziende burger wordt gecontroleerd, wel diegenen met een wat donkerder uiterlijk.
En ook hier is er weinig verzet, veel Fransen menen dat identificatieplicht helpt bij het oplossen van het vreemdelingenprobleem. Het Front National is zeer te spreken over identificatieplicht met betrekking tot het kunnen terugsturen van Algerijnen, Marokkanen en andere Noord-Afrikanen.
In Israël kent men identificatieplicht, waartegen hier en daar bezwaar wordt gemaakt. Zo vond de linkse oppositie in 1986 dat het kenmerk 'leom' (ethnische/kerkelijke afkomst: jood, Arabier, Druus, etc.) van het identiteitspapier diende te verdwijnen. De plicht heeft hier geleid tot een uniform bewijs in de vorm van een klein blauw boekje.
In Duitsland is er minder protest geweest tegen het 'Ausweis' op zich, maar wel veel tegen de invoering van een nieuw, computer-leesbaar 'Ausweis'. De oppositie tegen dat nieuwe' 'Ausweis' heeft de slag verloren. Verder kent men onder andere in China, in Spanje en in veel Latijns-Amerikaanse landen vormen van identificatieplicht.
Een soort tussenvorm vinden we in Zweden. Dit land kent dan weliswaar geen identificatieplicht, maar wel het sociale zekerheidsnummer. Zonder dit nummer kan een Zweed bij geen enkele instantie (van de overheid of in het bedrijfsleven) iets gedaan krijgen. Landen zonder identificatieplicht zijn verder: Denemarken, Noorwegen, Finland, Australië, Canada, de Verenigde Staten en (hoe lang nog?)... Nederland.
SAMENVATTING VAN ARGUMENTEN VOOR IDENTIFICATIEPLICHT
In de loop der jaren zijn een aantal argumenten genoemd om identificatieplicht in Nederland in te voeren:
-fraudebestrijding;
-criminaliteitsbestrijding;
-terrorismebestrijding;
-opheffen van ongelijkheid tussen Nederlanders en buitenlanders;
-afstemming met ons omringende landen, die identificatieplicht reeds hebben ingevoerd;
-invoering wordt niet in de weg gestaan door nationale en internationale wetgeving, met andere woorden:
het is juridisch haalbaar;
-verbetering van de controle in Nederland zelf bij het wegvallen van de Europese binnengrenzen;
-in tal van situaties bestaat al identificatieplicht, het wordt nu alleen uitgebreid en geformaliseerd;
-beter vreemdelingentoezicht.
WAARDERING VAN DE ARGUMENTEN
Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie heeft in 1989 een onderzoek uitgevoerd naar de voor- en nadelen van identificatieplicht. De voornaamste conclusies uit het rapport 'Ik zal eens even vragen naar zijn naam':
-voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten levert identificatieplicht niet of nauwelijks voordelen op. De politie kan weliswaar sneller proces verbaal opmaken na het begaan van een overtreding, maar dit weegt niet op tegen de geschatte kosten voor verbeterde opsporing, vervolging en algemene controles;
-een beperkte legitimatieplicht draagt niet bij tot het oplossen van het probleem van het vreemdelingentoezicht bij het wegvallen van de Europese binnengrenzen. Slechts een algemene draagplicht zal hierbij kunnen helpen;
-de naleving van identificatieplicht vereist een goed controle-apparaat en bereidwilligheid van de totale bevolking om altijd een identiteitsbewijs te dragen;
-de preventieve werking van identificatieplicht wordt overschat: juist de groepen, waarop zich de preventie moet richten (o.a. illegalen, (zware) criminelen, terroristen, etc.), zullen zich aan de verplichting gaan onttrekken;
-onderzoek in landen waar identificatieplicht is ingevoerd leidt tot de conclusie dat fraude en criminaliteit niet zijn teruggedrongen als gevolg van de identificatieplicht.
"JIJ EEN IJSJE, IK OOK..."
Bekijken we andere argumenten voor de invoering van identificatieplicht, dan moeten we constateren dat sommige daarvan nogal kinderachtig zijn: "andere landen hebben het, dus Nederland moet ook". Dat lijkt op het jongetje, die zijn buurjongetje een ijsje ziet eten en daarom zelf ook een ijsco wil.
Van dezelfde orde vind ik het argument dat we in Nederland al op, tal van plaatsen (bijvoorbeeld bij banken en in de auto) onze identiteit moeten kunnen bewijzen. Bij banken is dat immers nogal logisch: je moet zien te voorkomen dat een wildvreemde er met je geld vandoor kan gaan.
Ook in de auto ligt het voor de hand: de legitimatieplicht is er daar niet op gericht om vast te stellen wie je bent, maar om vast te stellen of je wel bevoegd bent om een auto te besturen. Het is niet voor niets dat een rijbewijs maar beperkt bruikbaar is voor de vaststelling van de identiteit: de nationaliteit van de drager staat er niet op!
Ook het argument van discriminatie van vreemdelingen snijdt geen hout: het is toch niet vol te houden dat men uit oogpunt van gelijkheid de vrijheid van de gehele samenleving gaat aantasten? De gelijkheid tussen Nederlanders en vreemdelingen kan op dit punt ook worden bereikt door de identificatieplicht voor vreemdelingen af te schaffen.
En zo blijven er geen valide argumenten voor invoering van identificatieplicht. Het enige argument dat van kracht is en blijft wordt in de discussie over identificatieplicht angstvallig verborgen gehouden. Identificatieplicht is een middel om de controle op burgers in Nederland te vergroten.
Het moge duidelijk zijn wie daarvan de meeste hinder zullen ondervinden. Niet de witte-boorden crimineel in driedelig pak met de Antillenroute, de Malta-constructie, de Zwitserse bankrekeningen en de postbussen op de Kanaaleilanden in zijn onverwoestbare Samsonite-koffer. Wel de niets vermoedende gekleurde burger, die op maandagmiddag in het zonnetje een wandeling maakt in het park...
Mensen die dit effect blijven ontkennen, hebben nooit goed geluisterd naar de voorbeelden. Het voorbeeld van de Surinamer met de Nederlandse nationaliteit, die gevraagd wordt zich te legitimeren in de tram. In hetzelfde Amsterdam liepen IRA-terroristen rond, 'onzichtbaar' vanwege hun 'normale' uiterlijk.
De proef op de som bij het oversteken van de grens met Duitsland: het voorbeeld van de 'witte' en de 'zwarte' in dezelfde auto: de 'witte' blijft buiten schot, de 'zwarte' wordt binnenste buiten gekeerd. En het voorbeeld van de kleurling in een 'gewone' auto: alles uitpakken, terwijl de 'witte' in een afschuwelijk uitziend wrak zonder problemen verder mag.
SLOT
Invoering van identificatieplicht in Nederland is onzin, gezien de ervaringen in het buitenland. Men heeft op geen enkele wijze kunnen aantonen dat identificatieplicht helpt bij het terugdringen van fraude en criminaliteit. Het is gevaarlijke onzin bovendien: het opheffen van ongelijkheid tussen Nederlanders en vreemdelingen is een praatje voor de vaak.
De huidige praktijk in Nederland, maar ook de praktijk in het buitenland wijst uit dat vooral 'anders uitzienden' aan de plicht tot identificatie worden onderworpen. Gelegitimeerde discriminatie, zullen we maar zeggen.
Invoering van identificatieplicht is weer een prachtig voorbeeld van (niet effectieve) symptoombestrijding: fraude en criminaliteit wordt niet met een papiertje of plastic kaartje verminderd, maar door de oorzaken ervan weg te nemen.
Maar er is nog hoop: in de eerste plaats zullen de tegenstanders moeten proberen het parlement er van te overtuigen dat invoering van identificatieplicht onzinnig en onzindelijk is. Dat zal tot leuke hetzes leiden: de voorstanders van identificatieplicht hebben zich tot op dit moment nooit gerealiseerd dat persoonlijke vrijheid gewoon een grondrecht is en niet een kwestie van 'jullie zijn beschermers van criminelen, fraudeurs en illegalen, en zelf zul je ook wel wat te verbergen hebben'.
Ook nadat het parlement het nu voorliggende wetsvoorstel heeft aangenomen en ook nadat de identificatieplicht daadwerkelijk in Nederland is ingevoerd is er hoop. Het staat al bij voorbaat vast dat de wet niet handhaafbaar is. Als velen weigeren zich te identificeren, dan is de lol er gauw af: zo ontzettend veel politiecellen zijn er nu ook weer niet beschikbaar om mensen 6 uur vast te houden.
Wat dat betreft lijkt het allemaal een beetje op het begin van de discussie over persoonlijke vrijheid in Nederland. In 1970 werd het niet meedoen aan de Volkstelling strafbaar gesteld. Op weigeren stond een boete van maximaal f.500,- of een hechtenis van maximaal 14 dagen. Desondanks deden op 14 februari 1971 ruim 20.000 mensen bewust niet mee. Alle zaken werden geseponeerd op grond van de 'Wet van de grote aantallen'. Ik betwijfel of dat bij de handhaving van de Wet identificatieplicht veel anders zal zijn.
Ruud Ketelaar,
Stichting Waakzaamheid en Persoonsregistratie
[ KADER ]
STOP IDENTIFIKATIEPLICHT
Sinds Hirsch Ballin z'n conceptvoorstel voor invoering van 'beperkte' identifikatieplicht, zijn er op diverse plaatsen in Nederland min of meer spontaan aktiegroepjes ontstaan.
Zo is er in Rotterdam het Komitee tegen de Identifikatieplicht opgericht. Deze groep mensen gaat zich bezig houden met het verspreiden van gedegen informatie over de gevolgen die invoering van identifikatieplicht met zich mee brengt. Voorts wil men petities aan gaan bieden aan leden van de Tweede kamer, ondertekend door sociale advokatuur, vereniging voor rechtshulp, vakbonden e.d. Een derde facet waar het Komitee zich op gaat richten, zijn publieksakties op straat. Op zaterdag 25 mei is men daarmee begonnen. Op het Rotterdamse Binnenwegplein hebben in uniform geklede aktivisten aan passerende mensen om hun legitimatiebewijs gevraagd.
In Amsterdam is de jongerenorganisatie Dwars, gelieerd met Groen Links, op soortgelijke wijze aan de slag gegaan. Zo werd er op bevrijdingsdag op het Leidseplein een toneelstukje uitgevoerd, waarmee omstanders gewezen werd op de nadelige effekten die aan identifikatieplicht kleven. Verder zijn er honderden affiesjes in de stad geplakt, met verschillende afbeeldingen en als kop 'Stop Identifikatieplicht'.
Weer andere aktivisten hanteren sjablonen en spuitbussen: op betaalautomaten, kale muren, postkantoren, PvdA gebouwen, treinwagons e.d. staat overal te lezen 'Identifikatieplicht Nooit!'. In Leiden organiseerde infokafé De Invalshoek onlangs een thema-avond over 'Identifikatieplicht en 1992', dit als onderdeel van een reeks thema-avonden over de gevolgen van de Europese eenwording.
Als er meerdere initiatieven genomen zijn of worden tegen de identifikatieplicht, stuur je bericht op naar NN {adres in kolofon op pag.2). Posters tegen de Identifikatieplicht kunnen besteld worden bij Aktie Strohalm, Oudegracht 42, 3511 AP te Utrecht.