UIT: NN #85 van 30 mei 1991
Ibrahim al baz blijft hier
Ibrahim Al Baz is Palestijn en woont 12 jaar in Nederland.
Hij was tot voorkort voorzitter van de Palestijnse Arbeiders Vereniging in Nederland. Op 21 maart j.l. kwam het ministerie van Justitie met een verklaring waarin Ibrahim tot ongewenst vreemdeling werd verklaard. De reden? Ibrahim is staatsgevaarlijk, althans volgens de BVD in een geheim rapport. Minister van Justitie Hirsch Balin verklaarde 'dat iedereen zich wel iets bij staatsgevaarlijk kan voorstellen' en daarmee is, op kamervragen van Groen Links en de VVD na, de kous voorlopig af. Op 21 mei werd een komitee opgericht "Tegen uitwijzing van Ibrahim Al Baz", waarin een flink aantal groepen samenwerken om de uitwijzing te voorkomen. Woensdagmiddag 12 juni organiseert het komitee een demonstratie ter ondersteuning van Ibrahim. De demonstratie vertrekt om 2 uur vanaf het Stationsplein richting Ministerie van Justitie.
De argumenten van het komitee zijn volgens een persbericht van 21 mei de volgende: "Het komitee wil uiting geven aan een grote verontwaardiging over de ongewenst-verklaring en het intrekken van de vestigingsvergunning van lbrahim. (...). Hij heeft zich nooit schuldig gemaakt aan enig misdrijf noch aan verstoring van de openbare orde. Al die tijd is hij werkzaam in welzijns- en migrantenwerk. Ibrahim is een aktief pleitbezorger van de Palestijnse zaak. (...)
Nu wordt hem plotseling zijn vestigingsvergunning ontnomen. Dit gebeurt op basis van een geheim BVD-rapport. Wij gaan er vanuit dat zijn openlijke politieke stellingname aanleiding is voor deze uitwijzing. Wij eisen dat tenminste Ibrahim Al Baz zelf inzage krijgt in het BVD-rapport. Ieder mens heeft het recht zelf te weten waar hij van beschuldigd wordt opdat hij zich kan verdedigen. Wordt dit grondrecht niet erkend dan is het hek van de dam. Personen met een 'afwijkende' politieke mening kunnen dan zonder opgaaf van redenen uitgewezen of vervolgd worden."
Op 21 mei werd in Rotterdam een perskonferentie gehouden omdat het besluit van Justitie via de pers naar buiten was gekomen. Hier het grootste deel van het verhaal dat Ibrahim al Baz daar hield:
"Het Ministerie van Justitie baseert haar beslissing op ambtsberichten van het hoofd van de afdeling Binnenlandse Veiligheid Dienst in het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het Ministerie beroept zich daarbij op een veroordeling in Frankrijk, uit 1979 dus voordat ik naar Nederland ben gekomen. Hierbij wil ik opmerken dat ik zelf het Ministerie op de hoogte heb,gesteld van deze veroordeling en het vermeld heb in een aanvraag voor de verblijfsvergunning in 1980.
"Kennelijk heeft het ministerie, in deze veroordeling geen belemmering gevonden voor het verstrekken van een verblijfsvergunning en vijf jaar later ook niet voor het verstrekken van een vestigingsvergunning. Het is ook van belang te weten dat het verstrekken van een vestigingsvergunning aan voorwaarden is verbonden. Een belangrijke daarvan is dat de aanvrager geen inbreuk heeft gemaakt op de openbare orde en geen gevaar vormt voor de veiligheid van Nederland. Het Ministerie van Justitie vond mij toen nog geen gevaar voor de veiligheid van Nederland.
"Pas nadat ik in 1985 het Nederlanderschap had aangevraagd kwam Justitie in haar beslissing in 1988 met het argument dat ik inbreuk op de openbare orde zou hebben gemaakt. De zaak werd door de Raad van state behandeld en de beslissing van Justitie werd in 1990 vernietigd. Justitie werd gevraagd opnieuw een beslissing te nemen. In januari van dit jaar heeft de Raad van State Justitie gelast om' binnen twee maanden te beslissen en een dwangsom van 500 gulden per dag opgelegd als Justitie in gebreke bleef. Deze termijn liep op 25 maart 1991 af. Vier dagen voor de afloop van deze termijn kwam Justitie met de ongewenst-verklaring. Een dag later met het opnieuw weigeren van het Nederlanderschap omdat ik ongewenst verklaard was en omdat het vermoeden zou bestaan dat ik gevaar oplever voor de openbare orde en de veiligheid van Nederland."
PLO
"Ik ben niet van plan om te speculeren over de achtergronden van het besluit van het Ministerie van Justitie maar het is voor mij van groot belang om op een aantal punten de nadruk te leggen. Ik ben Palestijn en heb nooit ontkend bij de Palestijnse strijd betrokken te zijn geweest. Mijn loyaliteit voor Nederland als land dat mij heeft ontvangen en onderdak biedt kan en zal nooit in strijd zijn met mijn loyaliteit voor de rechtvaardige zaak van mijn volk, het Palestijnse volk. Ik ben het kind van een volk dat grotendeels werd verdreven. Hen zijn have en goed is ontnomen. Een volk dat nog steeds onderdrukt is en wier rechten worden ontkend. Ik geloof dat het verzet van het Palestijnse volk rechtvaardig is.
"Vanuit dit geloof heb ik gehandeld en steun ik de PLO en onderhoud ik regelmatig contacten met haar en uiteraard met de leidende organisatie binnen de PLO, Al Fatah. Wij Palestijnen in Nederland hebben ons altijd verheugd wanneer in Nederland leidende mensen van Al Fatah en de PLO officieel werden ontvangen. Het is naar mijn weten nooit gebeurd dat Nederland deze organisaties verboden heeft verklaard. Integendeel, er bevindt zich sinds jaren een PLO-kantoor in Nederland waarmee de Nederlandse regering officiële contacten onderhoudt. Ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken hebben, bij begeleiding van de PLO-vertegenwoordiger in Nederland, bijeenkomsten van de Palestijnse gemeenschap in Vlaardingen, bezocht en toegesproken. Ik vraag me af of het Ministerie van Justitie op een andere lijn zit dan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
"Ik ben ongewenst verklaard op basis van een geheim rapport van de BVD waar mijn advokaat noch ik inzage van kunnen krijgen. Hoe kan ik mijzelf verdedigen, op welke manier kan ik tegenbewijzen aanbrengen als ik niet weet waarvan ik beschuldigd wordt? In ons herzieningsverzoek aan de Staatssecretaris trachten wij, mijn advokaat en ik, de Staatssecretaris te overtuigen dat dit alles in strijd is met de rechten van de mens en het Nederlandse recht.
"Soms, als ik over de beslissing nadenk vraag ik me wel eens af in welk opzicht Nederland m.b.t. mijn zaak van de diktatoriale regimes verschilt. Immers bedienen deze regimes zich ook niet van geheime diensten om legitimatie aan hun beslissingen te geven, om mensen te kunnen onderdrukken? Toch heb ik de hoop niet opgegeven dat uiteindelijk de echte demokratische krachten het zullen winnen. Mijn overtuiging dat de Nederlandse Rechter onafhankelijk van de politiek is doet mij geloven dat ik volledig gerehabiliteerd zal worden en dat men mij het Nederlanderschap uiteindelijk zal geven.
"Ik leef bijna twaalf jaar in Nederland. Ik heb inmiddels een vrouwen een in Nederland geboren kind. Door mijn toedoen heeft hier in Nederland nog nooit iemand schade ondervonden. Ik heb ook nooit een politieagent bij ml] voor de deur gezien. Er lopen geen rechtszaken tegen mij. Ik heb mijn werk in Nederland altijd tot tevredenheid van mijn werkgevers gedaan.
"Ik behartig niet alleen de belangen van Palestijnen maar ook van andere groepen migranten. De ongewenst verklaring en het intrekken van mijn vestigingsvergunning heeft diepgaande gevolgen op mij persoonlijk en op mensen en instellingen waarmee en waarvoor ik werk. Het gevolg zal zijn dat dit mij van mijn gezin zal scheiden, wat overigens ook Justitie toegeeft. Het een en ander heeft ook allerlei instellingen en mensen waarmee ik werk in diskrediet gebracht, waarvoor ik mij schaam. Ik vraag mij af wie voor dit alles de verantwoordelijkheid zal durven dragen."
Een interview met Ibrahim Al Baz stond in de bijlage over Palestina in NN #17, 1 december 1988.