UIT: NN #85 van 30 mei 1991
De leefruimte
De meest mobiele ecologische tuinderij van Nederland
'De Leefruimte', een ecologische tuinderij in Tilburg, is er tot op de dag van vandaag niet in geslaagd vaste voet aan de grond te krijgen in die plaats. Vanaf 1982 probeert de stichting een stuk grond te pachten van de gemeente voor haar bedrijfsvoering. Herhaaldelijk worden stukjes grond aangeboden, net zo vaak wordt het aanbod weer ingetrokken. En áls men een lapje grond in gebruik neemt, blijkt het weer vervuild met cadmium. Als het aan de gemeente ligt, wordt het een kwestie van -letterlijk– zand erover.
De Leefruimte is niet alleen een erg mobiele tuinderij - in acht jaar is ze op vier verschillende stukken grond gevestigd - maar ook een die een omvangrijk historisch dossier heeft voor dat ze goed en wel begonnen is. Het zou een te droge en lange opsomming worden als alle feiten en gebeurtenissen in dit artikel de revue zouden moeten passeren maar ik ontkom er niet aan een en ander op een rijtje te zetten voor ik to the point kom.
DEN BEGINNE...
In 1982 begint de voormalige stichting 'Over-Leven' een overleg met de gemeente om te komen tot de huur van een stuk grond voor een biologische tuin. In 1983 krijgt de organisatie een perceel grond toegewezen aan de Dongenseweg voor een periode van drie jaar. In deze periode wordt het beheer overgenomen door een nieuwe stichting: 'De Leefruimte'.
Voordat alles goed en wel geregeld is krijgt men te horen dat het stuk grond nodig is in verband met de vestiging van de Fuji-fabrieken. De gemeente, in de vorm van de ambtenaar van publieke Werken Dhr. G. Eikelenboom, zegt toe een vervangend stuk grond aan te bieden. De ecologische tuinders benadrukken dat de grond voor langere tijd gehuurd moet kunnen worden met eventueel kooprecht, omdat het nu eenmaal jaren duurt voordat een stuk grond geschikt is voor deze milieuvriendelijke manier van tuinbouw.
De jaren verstrijken en een aantal malen worden percelen aangeboden die totaal ongeschikt zijn, zoals tussen de afgraving en snelweg bij Goirle. Men was wel enthousiast over een perceel aan de Dongenseweg, mooi omzoomd door bomen en struiken, maar dit aanbod werd weer ingetrokken.
CADMIUM
Begin '86 biedt Dhr. Eikelenboom een klein stukje grond aan tussen de oude Eindhovenseweg en het riviertje de Ley. Ondanks de nadelen, zoals de aanwezigheid van een motorcross terrein en kans op diefstal (en er werd ook veel gestolen) wordt besloten dit aanbod te accepteren. Een aantal mensen van de stichting besloot echter te stoppen omdat men het lapje grond niet geschikt vond.
Echter niet getreurd, de grond werd in gebruik genomen: spitten, bemesten, boompjes en -struiken planten en er maar het beste van hopen. De juridische kant van de zaak was weer niet goed geregeld: slechts een tijdelijk contract en niet de garanties waar 'De Leefruimte' om had gevraagd. Gelukkig was men zo helder van geest om een bodemonderzoek in te laten stellen door het Centraal Bodemkundig Bureau Deventer.
Om het kort te houden: er zat een hoop cadmium in de grond waarvan de oorsprong niet te herleiden was. Volgens een werknemer bij het waterzuiveringsbedrijf is dit niet verwonderlijk. Het hele gebied blijkt op de provinciale saneringslijst te staan. Dit was ook bij de gemeente Tilburg bekend. Kommer en kwel, alle investeringen en inspanningen voor niets.
De biologische tuinders zochten de publiciteit en het Nieuwsblad publiceerde een verhaal over hun lijdensweg en besteedde aandacht aan de vervuilde grond. Mooi zo, zou je denken, nu zal de gemeente wel tot inkeer komen. Daar lijkt het ook op, want de gemeente biedt schadeloosstelling aan en een nieuw stukje grond… echter op voorwaarde dat men niet meer naar de pers stapt met 'futiliteiten' als cadmiumvervuiling.
Op dat moment maken de tuinders een tactische blunder van de eerste orde. Men redeneert dat men beter een goede verstandhouding kan hebben met de gemeente dan een 'algemeen milieubelang' te dienen door die vervuiling hoog op te spelen. Er wordt besloten geen ruchtbaarheid meer te geven aan de affaire en te proberen de zaakjes met de gemeente 'in goed overleg' te regelen. Achteraf verklaart men dit door goedgelovigheid en de idee dat je ook met ambtenaren "op basis van vertrouwen en normale menselijke omgang" afspraken kunt maken. Hoe hard blijkt de werkelijkheid echter weer te zijn.
JAAR NA JAAR
Het verhaal herhaalt zich. Opnieuw een aantal minder geslaagde aanbiedingen doorspekt met lange periodes van wachten. In de tussentijd huurt men een stukje grond in Goirle voor het overplanten van bomen en struiken vanuit de vervuilde grond.
Binnen 'De Leefruimte' is voor een aantal mensen de lol er wel van af en men stapt op. Weer wordt men blij gemaakt met dode mussen. Een ideaal stukje grond in de buurt van het waterwingebied aan de Gilzerbaan wordt toegewezen en weer ingetrokken nota bene omdat er strengere provinciale milieunormen van toepassing worden op waterwingebieden.
Tenslotte krijgt 'De Leefruimte' de huidige halve hectare toegewezen achter Charlotte-oord, weer in de buurt van de Dongenseweg. Er wordt een toezegging gedaan voor uitbreiding met nog een halve hectare.
Welhaast vanzelfsprekend wordt de contractuele kant van de zaak door de gemeente slecht geregeld. Geen clausules over uitbreiding of garanties voor voldoende pachttijd. Over de toegezegde schadeloosstelling wordt ook niet meer gesproken. Onveranderd slaat men weer enthousiast aan het tuinieren en wordt er een bodemonderzoek uitgevoerd. Het zal nog jaren duren voordat de grond biologisch gezond is.
DE AMBTENARIJ
En passant geeft dhr. Eikelenboom 'De Leefruimte' de opdracht een soort van bedrijfsplan op te stellen waarin werkwijze en doelstellingen uiteengezet worden. "Dit rapport zou de laatste voorwaarde zijn en hij zou het nodig hebben voor intern overleg om de laatste obstakels weg te nemen" aldus Frank Zandwijk, voorzitter van Stichting 'De Leefruimte'.
Lange tijd laat dhr. Eikelenboom niets van zich horen over de definitieve regeling van de zaak die meer zekerheid zou kunnen geven over de toekomst van de ecologische tuinderij. Bij navraag blijkt dat hij gepensioneerd is en dat een andere ambtenaar verantwoordelijk is. Nadat blijkt dat deze ambtenaar, Van Vught, van niets op de hoogte is komt ook van hem de toezegging dat hij "alles in het werk zal stellen om deze zaak te regelen".
Na een gesprek met de verantwoordelijke wethouder Van den Ende blijkt dat die ook goed opgelet heeft tijdens de les. Hij overtreft zijn eigen ambtenaren in nietszeggendheid met de opmerking dat hij zo snel mogelijk (drie weken, drie jaar?) met uitsluitsel zal komen (ja, nee, mits, tenzij?). Eerdere mondelinge toezeggingen vervallen blijkbaar.
DE POLITIEK
Het is nu november 1990. Opnieuw wordt de publiciteit gezocht. Het Nieuwsblad plaatst een nieuw artikel in de serie 'Wordt vervolgd'. De Muurkrant wijdt er een hoofdartikel aan waardoor Radio Tilburg weer geïnteresseerd raakt. Als gevolg hiervan stelt Ad de Wolf van D66 vragen over de gang van zaken in de rondvraag van de commissie Economische Zaken.
Wethouder Van den Ende antwoordt dat de gemeente een 'ereschuld' heeft ten aanzien van 'De Leefruimte' en dat alles in het werk gesteld wordt om... bla bla. De gemeente blijft echter volharden in haar weigering een langdurig pachtkontrakt met 'De Leefruimte' af te sluiten. Volgens Frank Zandwijk omdat "de gemeente daar in de toekomst, misschien, nog iéts anders mee wil gaan doen. Terwijl in de bestemmingsplannen staat dat de grond agrarische bestemming heeft en dat ook nog voor lange tijd zal hebben". Wat de gemeente er dan nog voor 'anders' mee wil gaan doen wordt in de loop van april 1991 duidelijk.
ZANDSTORT
Het stuk landbouwgrond van twee hectare, direct grenzend aan het huidige perceel van 'De Leefruimte' blijkt in een mum van tijd omgetoverd tot een zandvlakte omringd door zandwallen. De moed zinkt de vier overgebleven mensen van de tuinderij in de schoenen. Op het perceel akkergrond is de totale 'teellaag' van veertig centimeter verwijderd en opgeworpen als zandwal om zo een kuip te maken voor het opspuiten van zand. Een overstortvijver van een nabijgelegen industrieterrein moet blijkbaar uitgegraven worden en het zand daarvan zal opgespoten worden in het bassin.
Volgens Frank funest voor de tuinderij: "In deze overstortvijver loopt een slootje uit met daarin lozingspijpen van de omliggende fabrieken. Het zand wordt opgespoten met veel water. Dit water zakt de grond in en komt in het grondwater met alle eventuele vervuiling van dien. De aangevoerde grond is waarschijnlijk vervuild en bovendien is het droog geel zand wat gaat stuiven en onze planten onderstuift".
Het is alsof de gemeente ervoor wil zorgen dat het laatste restje hoop van 'De Leefruimte' verdwijnt door de vechtlust weg te spuiten met modderwater. Dit lukt ten dele want veel mensen haken af, maar diegenen die de moed niet opgeven bijten zich in de strijd vast.
'De Leefruimte' heeft besloten een kort geding aan te spannen tegen de gemeente, met de eis de werkzaamheden met onmiddellijke ingang te staken en te komen tot een schadeloosstelling. Het advocatencollectief aan de Korenbloemstraat heeft deze eis nu bij de gemeente neergelegd.
Voor het kort geding is men naarstig op zoek naar de verblijfplaats van de gepensioneerde ambtenaar dhr. Eikelenboom, zodat hij gedagvaard kan worden. Hij heeft namelijk namens de gemeente voortdurend toezeggingen gedaan waaruit de stichting hoop putte. Tijdens een rechtszaak zal hij moeten bevestigen dat hij die toezeggingen gedaan heeft.
Of hij als ambtenaar zulke toezeggingen had mogen doen is weer een andere vraag. Het is goed mogelijk dat de hele kwestie juridisch op drijfzand is gebouwd omdat er zelden iets zwart op wit is gezet. Mondelinge toezeggingen van ambtenaren die verantwoording schuldig zijn aan wethouder en gemeenteraad hebben tot nu toe nog nooit veel mensen verder geholpen.
Ad de Wolf (D66) is gevraagd de kwestie te agenderen bij de commissie Economische Zaken, zodat ook spreektijd geëist kan worden, maar die ziet daar blijkbaar toch van af. "Misschien toch te bang om de boot te hard te laten schommelen of zo" verzucht Frank.
EKO-MERK
Tussen alle beslommeringen door heeft de stichting nog de tijd gevonden een EKO-merk aan te vragen. Het EKO-merk is noodzakelijk voor een ecologische tuinderij om haar produkten te kunnen verkopen aan ecologische winkels. De stichting Ekomerk Controle stelt bij de beantwoording van de aanvraag dat een licentie vanaf het teelseizoen 1991 verstrekt zal worden p[ voorwaarde dat er een langdurige pachtovereenkomst getekend is met de gemeente. Dit is een voorwaarde omdat een ecologische tuinderij een continuïteit moet kunnen garanderen in haar bestaan. Het kost sowieso enkele jaren voordat de grond aan alle eisen voldoet.
Kortom, door de gemeentelijke tegenwerking kunnen de produkt en momenteel niet verkocht worden binnen het gangbare circuit. Naast de eigen consumptie zit er niet veel anders op dan de spullen uit te delen aan vrienden en kennissen en sporadisch wat te verkopen in het informele circuit. De reguliere ecologische winkels hebben toegezegd de produkten af te zullen nemen op het moment dat het EKO-merk verleend is. Door de sterk stijgende vraag naar ecologisch geteelde produkten zal de toekomstige afzet dus geen problemen opleveren. Bedrijfseconomisch gezien is er een goede toekomst voor de tuinderij.
DOELSTELLING
Daarmee komen we bij de doelstellingen van de stichting 'De Leefruimte'. Volgens het in februari 1990 gepubliceerde rapport van de stichting wil men "zinvolle vrijetijdsbesteding en gezonde werkgelegenheid creëren in de kleinschalige ecologische sector". Frank denkt dat er twee volwaardige arbeidsplaatsen geboden kunnen worden op het moment dat het voortbestaan gegarandeerd kan worden.
In het rapport wordt gesteld dat het cruciaal is dat in een gezonde samenleving professionele mensen (beroepskrachten) samenwerken met vrijwilligers. "Ik ken verschillende mensen die zin hebben om mee te gaan doen als dat gedonder voorbij is". Hij stelt ook dat hij graag stagiaires van de landbouwuniversiteit wil ontvangen, maar dat dit in de huidige situatie niet kan. Er blijkt grote belangstelling voor dit soort projekten te bestaan bij studenten uit Wageningen.
Naast het produceren van op ecologische wijze verbouwde tuinbouwgewassen, ligt de nadruk bij de stichting sterk op het weer op gang helpen van mensen. "De Leefruimte beschikt over eigen deskundigheid om zowel een resocialisatieproject als een revalidatieproject professioneel te begeleiden." Bij een deel van de huidige vrijwilligers leidt het werk in de tuin tot een beter funktioneren.
Frank: "Je ziet soms mensen chagrijnig binnen komen en fluitend weer vertrekken". Er zijn verschillende parallellen te trekken met de manier waarop de Tilburgse 'afvalhergebruiker' La Poubelle (een eigen initiatief voor het resocialiseren van mensen en het verzamelen en opknappen van 2e hands spullen. Red.) werkt: mensen opnieuw aan de gang helpen en een produkt leveren. Tenslotte biedt de tuin natuurlijk uitstekende mogelijkheden voor milieu-educatie. "Je kunt hier laten zien wat mensen wel en niet moeten doen".
DE BIZARRE WERKELIJKHEID
Tsja, en wat wil de gemeente nu. Van bovenaf gedirigeerde Sociale Vernieuwing in plaats van het ondersteunen van mensen die initiatieven nemen in deze richting? Een Gemeentelijk Milieubeleids Plan dat het goed doet in de publiciteit en tegelijkertijd ecologische initiatieven van ondernemende Tilburgers de grond in boren? Hoe kan dit nu allemaal zo gebeuren? Bureaucratie, kwaadwillendheid, laksheid, incompetentie?
Ik weet het niet. Kafka zou er zijn vingers aan af likken en een bekende Tilburgse praxis-filosoof zou stellen: "De werkelijkheid blijkt iedere keer weer absurder en bizarder dan de menselijke filosofie."
Edwin (met dank een Anja)