Naar archief

UIT: NN #85 van 30 mei 1991   

Brusselse jongeren vechten voor humaniteit 

Voor even was Brussel weer een bruisende stad. Een kleine week is de derde staat van België (naast Wallonië en Vlaanderen) in rep en roer geweest. Rellen in de hoofdstad van België. Nu eens geen knokkende boeren of mijnwerkers die in Europees verband iets willen. Het was de eigen bevolking die politie en politici de zenuwen bezorgde. Hoewel, eigen bevolking? Daar ging het nu net om. 

In het Brusselse is de 'eigen bevolking' blank en Belgisch. De eigen bevolking met Arabische ouders, of ze nu in Brussel zijn geboren of in Noord-Afrika, wordt kort gehouden. 

Brussel is nu weer rustig. Na een kleine week van rellen tussen merendeels Marokkaanse jongeren en de politie kan de balans worden opgemaakt. De politie heeft beloofd dat er minder identiteitscontroles zullen worden gehouden, tenminste voorlopig. De jongeren hebben zich georganiseerd in het 'Comité des Jeunes'. En de Brusselse politici slapen weer rustig verder, totdat iemand ze weer wakker schopt. 

Aanleiding voor de rellen eerder deze maand was een identiteitscontrole van een Marokkaanse jongere. Volgens omstanders waren de agenten, die de jongen aanhielden, dronken en agressief. Volgens de politiecommissaris was er niets bijzonders aan de hand tijdens deze controle. "Ze deden gewoon hun werk."  

Hoe dan ook, nadat omstanders een pak slaag kregen met de lange lat, sloeg de vlam in de pan. Marokkaanse jongeren vormden groepen en gingen op oorlogspad. Meer dan tweehonderd jongeren werden bijeengedreven en gearresteerd. De avond daarna was het rustig maar toen het merendeel weer op vrije voeten was begonnen de relletjes opnieuw. 

Uitgescholden 

Misschien heeft de commissaris van politie wel gelijk. Het is in het Brusselse volkomen gebruikelijk om gekleurde jongeren willekeurig aan te houden en te controleren. Soms een paar keer per dag. Jongeren worden gedwongen om tegen de muur te staan onder dreiging van wapens. Zonder aanleiding worden ze regelmatig meegenomen naar het politiebureau, waar ze geïntimideerd, uitgescholden en geslagen worden. Sinds enkele maanden zijn de controles nog opgevoerd. 

"Wij worden hier weggepest", zegt Hlima, een Marokkaanse die ons door de wijk Vorst leidt. Vorst is een arbeiderswijk, vlakbij het belangrijke internationale treinstation Brussel-Zuid, die vooral bevolkt wordt door migranten. "De prijzen van de huizen schieten omhoog in onze wijk. Binnenkort wordt bij Brussel-Zuid een aanlandingsplaats voor de TGV-lijn gebouwd. Speculanten zijn nu bezig met het opkopen van de woonhuizen. Door dat TGV-station wordt onze buurt interessant voor kantoren en hotels, en of wij maar even plaats willen maken."  

Het is voor migranten toch al niet zo eenvoudig om aan een huis te komen. Zoals in elke grote stad in Europa zijn de huren hoog en de meeste migranten zijn werkloos. Als ze al een uitkering krijgen, is dat zo'n driehonderd gulden per maand. Wie zelfstandig wil wonen, en daar wel het geld voor heeft, krijgt bovendien nog eens te maken met een soort spreidingsbeleid. Sommige Brusselse wijken weigeren mensen van buitenlandse origine een woonvergunning. 'Om te voorkomen dat getto's ontstaan'. 

Getto is misschien niet de goede benaming maar het is wel zeker dat er aansluitende straten zijn in Brussel waar meer dan 90 procent van de bewoners migranten zijn. De ouderen in deze buurten -de eerste generatie- hebben in de meeste gevallen wel werk. Ze hebben of een baan in een fabriek, of een eigen winkeltje, of lopen 's avonds rozen te verkopen in de binnenstad aan verliefde paartjes. De jongeren zijn op school geweest, zoals andere jonge Belgen. Maar een baan hebben ze niet. 

Vlaamse taal 

Officieel is de taal een struikelblok. Iedere Brusselaar moet zowel het Vlaams als het Waals machtig zijn. Dat is een gotspe, een minderheid van de Brusselaren praat Vlaams (of heeft er gewoon geen zin in). Maar het is een uitstekende smoes om Marokkanen (die meestal geen Vlaams praten) niet in dienst te hoeven nemen. 

"De jongeren hebben groot gelijk als ze om aandacht vragen", zegt een oudere Marokkaan. "Er is geen toekomst voor hen zolang ze niet geaccepteerd worden in de maatschappij." Vooral de kinderen van de arbeiders die naar het land zijn toegehaald, voelen zich Belgisch. "Wij zijn in Brussel geboren", zegt Mohmed.  

"Wij zijn hier op school geweest, hebben ons hele leven al op de Brusselse straten gespeeld en praten vaak niet eens meer Arabisch. Wij zijn Belgen, waar het ons om gaat is dat we geen minderwaardige Belgen willen zijn. We mogen ons niet laten naturaliseren, we hebben geen stemrecht, krijgen geen baan en worden door de politie opgejaagd."  

In Nederland hebben de jongeren van de derde generatie nogal eens problemen met hun ouders. Onder allochtonen in Nederland wordt vaak gepraat over integratie met Nederlanders, ofwel behoud van de eigen cultuur. Die tegenstelling is in Brussel helemaal niet aan de orde. De jongeren voelen zich Belgisch, praten Belgisch en willen zich ook in België thuis voelen. Hassan II, koning van Marokko, mag ervan denken wat hij wil: de jongeren interesseren zich niet bijzonder voor Marokko, Hassan, de islam, of de 'Arabische zaak'. 

Voetbalveldje 

De jongeren die deze maand de straat optrokken waren niet georganiseerd. Er zijn in het Brusselse nauwelijks organisaties waar deze mensen zich vertegenwoordigd voelen. Er zijn bijna geen ontmoetingsplekken, er zijn nauwelijks migrantenwerkers, en als ze er wel zijn, is er geen geld om activiteiten te ondernemen.  

Toch is het niet om een clubhuis, of een voetbalveldje waarvoor de jongeren deze maand vochten met de politie. "Eigenlijk willen we maar één ding", zegt Rachid. "Wat wij willen kost niks, maar het is tegelijkertijd ook niet af te kopen. Het gaat ons om respect. Wij willen behoorlijk behandeld worden." 

In eerste instantie waren de rellen spontaan, maar na het weekend dacht het Vlaams Blok, de extreem-rechtsen, er een slaatje uit te slaan. Met het vooruitzicht van de verkiezingen probeerden ze de migranten zwart te maken. (Het Vlaams Blok is vrij sterk in Antwerpen, en probeert nu ook in Brussel poot aan de grond te krijgen.)  

Zij verspreidden een pamflet waarin zij aankondigden een vergadering te houden in een café gelegen in één van de migrantenwijken, Molenbeek. De vergadering ging niet door maar de migranten hadden zich georganiseerd, de ramen van het café gingen er uit en een confrontatie met de politie was niet meer te voorkomen. 

De tendens in de Belgische kranten was duidelijk: rel beluste migranten. Geen spoor van de eigenlijke problemen in de buurten is nog terug te vinden in de kranten. Brusselaren hebben geen idee wat zich in de migrantenwijken afspeelt. Angst en onwetendheid overheersen: wat wil je nog meer als extreem-rechtse partij. 

Ook ons wordt te verstaan gegeven als 'witten' vooral niet alleen de wijk in te gaan. Het is onzin, maar de sfeer is gespannen. Er is achterdocht, vooral naar de pers toe." Een foto van een groepje op straat moet belicht worden, omdat we van te voren geen toestemming hebben gevraagd. 

Maar de jongeren willen stoppen met vechten, en een begin maken met een dialoog met hun stadgenoten. "Wij willen geen geweld", zegt een jongere op de Franstalige RTBF in een rechtstreekse uitzending. "Wij willen alleen maar een menselijke behandeling, ook door de politie." Waarop de politicus Picqué zegt, dat als ze overleg willen, de migranten eerst hun wapens neer moeten leggen. Hierop toon een van de jongeren zijn identiteitskaart en zegt dat dit zijn gevaarlijkste wapen is. "Ik ben ook Belg."  

Natuurlijk zijn er, zeker in de week na de rellen, allerlei clubjes (links, anti-racistisch of islamitisch) die nu hun vlag willen planten. Maar daar hebben de jongeren geen trek in. Na de televisie-uitzending richten de Marokkaanse jongeren uit Vorst zelf officieel hun comité op: woordvoerders worden aangewezen en de eisen worden geformuleerd. "Eerst moeten alle arrestanten vrij." 

Rob en Louis 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991