UIT: NN #83 van 2 mei 1991
Vluchtelingenbeleid jaren dertig
Zo vlak voor 4/5 mei, de jaarlijkse herdenking van oorlog, bevrijding en haar slachtoffers is misschien een goed moment om eens een boekje open te trekken over het in Nederland gevoerde In beleid t.a.v. uit Duitsland gevluchte t mensen. Daar is tot op heden bijzonder weinig over geschreven. En dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het weinig heel laat van de nederlandse mythe van tolerantie en gastvrijheid.
Daarbij dringen zich veel vergelijkingen op met het huidige gevoerde vluchtelingenbeleid, ook iets wat in bepaalde kringen het liefst buiten diskussie gehouden wordt. Wat nog wel algemeen bekend mag worden verondersteld is de benoeming van A. Hitler op 30 januari '33 tot Rijkskanselier van Duitsland. Hiermee was het pad voor de Nazidictatuur geëffend. Voor veel links-radikale en joodse duitsers was dit het signaal om Duitsland te ontvluchten. Niet ten onrechte, zoals zo langzamerhand wel duidelijk geworden is.
Direkt na de benoeming van Hitler tot kanselier nam de nederlandse regering de eerste maatregelen om binnenkomst van gevluchte duitsers in nederland te bemoeilijken. Met name links-radikale Duitsers zag men in regeringskringen in deze dagen liever gaan dan komen. Gelijktijdig speelde in Nederland de affaire met het pantserschip de 7 provinciën. De voornamelijk indonesiese bemanning van dit schip was op 4 februari gaan muiten uit protest tegen een aangekondigde loonsverlaging. Linkse groepen voerden kampagne voor de muiters.
Onder de heersende kringen bracht dit de oude traumaas van de mislukte 'Troelstra-revolutie' weer boven. Zes dagen na aanvang van de muiterij liet de nederlandse regering het schip bombarderen, 23 mensen werden hier bij gedood. Deze gebeurtenis droeg nog verder bij aan de gespannen binnenlandse politieke verhoudingen.
Terwijl in Duitsland na de Rijksdagbrand de sterk verdeelde linkse beweging lamgelegd en of verboden werd en links-radikale activisten uit kommunistiese, anarchistiese, sociaal-demokratiese en vaksbondskringen opgepakt werden, werden in Nederland verder maatregelen genomen tegen politieke vluchtelingen.
Op 30 mei kwam er een circulaire van het Ministerie van Justitie waarin gesteld werd dat revolutionaire elementen uit ons land geweerd dienden te worden. In juli kwam er een verbod voor vluchtelingen om zich met politieke activiteiten in te laten. Deze maatregelen hadden verstrekkende gevolgen. Gevluchte duitse communisten konden als 'revolutionaire elementen' een legale status wel op hun buik schrijven. werden zij in Nederland aangetroffen dan werden ze rücksichtsloss over de grens gezet.
Ook het verbod op politieke aktiviteiten had verstrekkende gevolgen. Zo werden de 16 buitenlandse deelnemers aan een congres van het Socialisties Jeugdverbond in februari '34 in Laren na een smeris inval gearresteerd en Nederland uitgezet. Elf van hen die in Amsterdam opgesloten werden hadden geluk, zij kregen op grond van een artikel uit de vreemdelingenwet de keus over welke grens zij gezet wilden worden en kozen voor België. De andere 4 die in Laren vast bleven zitten werden door de burgemeester van dit recht onthouden. Zij werden naar Duitsland uitgewezen en verdwenen daar in tuchthuizen en concentratiekampen.
Een van deze vier verwijderde "revolutionaire elementen" was overigens Willie Brandt, die het later tot burgemeester van West-Berlijn, Minister van Buitenlandse Zaken en Bondskanselier van West Duitsland schopte zonder dat er daar ooit iets plaatsgevonden had wat op een revolutie leek.
Uitlevering aan Duitsland kwam veelvuldig voor. Een brochure uit 1934 van de Internationale Rode Hulp, een communistiese steungroep voor politieke vluchtelingen, geeft diverse voorbeelden van de behandeling van vluchtelingen door de nederlandse staat een duitse vrouw werd direkt na haar bevalling in het ziekenhuis gearresteerd, de arrestatie op grond van een duits uitleveringsverzoek van iemand die een vriend had helpen ontsnappen uit een concentratiekamp, de arrestatie van een duits schrijver wegens belediging van een vreemd '(bevriend?) staatshoofd, een duitser die door de SA uit Nederland werd ontvoerd en weer naar Nederland wist te ontkomen werd door de nederlandse smeris gearresteerd en weer aan Duitsland uitgeleverd.
De nederlandse smeris had haar eigen methode om vast te stellen of iemand een revolutionair element en dus ongewenst vreemdeling was. Zij nam hiertoe kontakt op met de duitse smeris. Stond de persoon in kwestie op de lijst van door nazies gezochte aktivisten dan was zij/hij daarmee tot ongewenst vreemdeling verklaard.
Terwijl linkse duitsers in Duitsland op grond van hun anti-fascistiese aktiviteiten in concentratiekampen verdwenen werden zij door nederland aan de nazies uitgeleverd als zij trachten hier aktiviteiten te ontwikkelen. Op deze manier droeg de nederlandse staat haar steentje bij aan het monddood maken van de duitse antifascistiese oppositie.
Vanaf 1935 ging de nederlandse regering zelfs over tot het in gebruik nemen van kampen om duitse politieke vluchtelingen op te sluiten. Steun kregen politieke vluchtelingen hoofdzakelijk van gelijkgestemde nederlanders die hiertoe een aantal komitees hadden opgezet. Naast de al eerder genoemde Internationale Rode Hulp waren er nog het Mateottifonds, opgezet door sociaal-demokraten die zich overigens alleen met legale vluchtelingen bezighielden, en het proletariese Steunfonds.
Er bestaat erg weinig duidelijkheid over het aantal politieke vluchtelingen die uiteindelijk in Nederland geholpen werden. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat de meeste vluchtelingen hier illegaal verbleven omdat ze vanwege hun politieke achtergrond direkt verwijderd zouden worden.
Er is zoals al eerder werd vermeld erg weinig geschreven over de lotgevallen van politieke vluchtelingen in Nederland in deze periode. Ongetwijfeld heeft dit alles te maken met het onsympathieke beeld dat het zou geven van de nederlandse samenleving en met name bestuurders uit die dagen. Hier komt nog bij dat in mei 1940 alle dossiers die betrekking hadden op uitleveringszaken van politieke vluchtelingen aan nazi-Duitsland door de overheid vernietigd zijn.
Na 1935 liep het aantal politieke vluchtelingen sterk terug, dit werd met name veroorzaakt door het uitbreken van de Spaanse Revolutie. De KPD (kommunistiese partij) riep haar aanhangers op om naar Spanje te trekken en daar mee te vechten tegen de spaanse fascisten onder leiding van Franco.
Joodse vluchtelingen
Over het lot van joodse vluchtelingen is wat meer geschreven, het geeft een al even twijfelachtig beeld van nederlandse onverschilligheid en ongastvrijheid. Al in maart '33 werd het Comitee voor Bijzondere Joodse Belangen opgericht door een aantal joodse nederlanders. Een van de subcomitees hiervan was het Comitee voor Joodse Vluchtelingen. Na onderhandelingen met de nederlandse regering kreeg dit komitee de toezegging dat joodse vluchtelingen gastvrijheid in Nederland zouden genieten.
Er zaten echter wat dubieuze voorwaarden aan deze toezegging vastgekleefd. Zo moest het comitee de kosten van opvang uit eigen middelen betalen, zouden vluchtelingen meegebracht kapitaal in de nederlandse economie moeten pompen (!), en moest verdere emigratie vanuit Nederland van een ander deel der vluchtelingen bevorderd worden.
Op 1 april kondigden de nazi's in Duitsland een economiese boycot voor joden af. Dit veroorzaakte een eerste groep vluchtelingen. Na met name het probleem van de duitse vluchtelingen werd er in de Volkerenbond een verdrag over de status van vluchtelingen opgesteld. Nederland heeft echter geweigerd dat verdrag te ratificeren omdat het op twee bezwaren stuitte.
Ten eerste weigerde Nederland vluchtelingen arbeidsrecht toe te kennen. Ten tweede ging Nederland niet akkoord met de in het verdrag opgenomen verplichting om vluchtelingen niet terug te zenden naar het land van herkomst.
Op 30 mei '34 schreef de overheid een circulaire met als doel de stroom vluchtelingen te keren. Enkel zij die aantoonbaar gevaar voor eigen lijf en leven te vrezen hadden zouden nog toegelaten mogen worden. Ook werd in deze circulaire gesteld dat uitwijzing van vluchtelingen afkomstig uit Duitsland naar andere landen dan Duitsland achterwege moest blijven.
Vluchtelingen werd dus het arbeidsrecht ontzegd, hiertoe beriep de overheid zich op de in Nederland heersende werkloosheid. Zij waren zodoende volkomen afhankelijk van steun van het comitee. Ook werden er speciale beperkingen uitgevaardigd voor het volgen door vluchtelingen van opleidingen.
De Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland in maart '38 veroorzaakte een nieuwe groep vluchtelingen. Als reactie hierop gooide Nederland zijn grenzen dicht. Volgens minister-president Colijn bestond er voor Nederland geen oostenrijkse vluchtelingen probleem want; "Nederland grenst niet aan Oostenrijk". Alleen die vluchtelingen zouden nog toegelaten worden die konden aantonen dat ze zonder problemen na hun verblijf in Nederland naar Oostenrijk of Duitsland zouden kunnen terugkeren. Een op zijn zachtst gezegd walgelijke eis.
Op 7 mei kwam het Ministerie van Justitie met weer een nieuwe circulaire,' hierin viel onverbloemd te lezen; "een vluchteling zal voortaan als een ongewenst element voor de nederlandse maatschappij en derhalve als ongewenst vreemdeling te beschouwen zijn, die derhalve aan de grens geweerd, en binnenlands. aangetroffen, over de grens gebracht zal moeten worden".
De nieuwe Minister Goseling (van Justitie) verklaarde tijdens een kamerdebat over de permanente vestiging van vluchtelingen in Nederland; "het laatste gezichtspunt is ook van belang voor wat betreft het standpunt van die leden, die van menig zijn dat tegen toelating van vreemdelingen op nederlands grondgebied met kracht dient te worden opgekomen, daar een verdere binnendringing van vreemde elementen schadelijk zou zijn voor de handhaving van het karakter van de nederlandse stam. Ook de regering is van oordeel dat in beginsel ons beperkt territoir voor de eigen bevolking moet blijven gereserveerd."
Dit soort taal en denkwijzen komen al dicht in de buurt van datgene dat door de machtspotentaten bij onze oosterburen gebezigd werd. Iemand die meewerkte met het Joodse Comitee voor Vluchtelingen heeft zijn eigen ervaringen met deze minister Goseling, die als christen het begrip naastenliefde weer een geheel nieuwe invulling gaf; "Minister Goseling, die moest je hebben. Ik heb het een keer gehad, toen waren er ook 17 (vluchtelingen.red.). Ik belde naar Den Haag en ja, meneer is aan het eten. Ik zeg: ja maar, het gaat om 17 levens misschien. Nou ja, ik zal nog eens even horen, zeggen ze dan. Nee, meneer heeft geen... Dat kan toch niet? Heb ik naar Amsterdam gebeld, die man was ook meer bekend misschien daar als ik. Die heeft ook nog moeite gedaan, maar hij kwam met nee. Zo hebben we het wel vaker gehad."
Desbetreffende minister Goseling verdween na '40 overigens zelf als gijzelaar in een concentratiekamp en stierf er. Een in het kamp met hem bevriend geraakte kommunist wist na de oorlog te vertellen dat Goseling enorm gekweld werd door het door hem gehanteerde beleid tav de duitse vluchtelingen. Hij lag er nachten wakker van.
De laatste groep vluchtelingen werd na de Rijkspogromnacht (nov. '38), helaas beter bekend onder nazi-naam Kristallnacht, toegelaten onder sterke druk van de nederlandse bevolking. Zevenduizend geselecteerde vluchtelingen mochten nog nederland binnenkomen. Zij moesten onder andere over 10.000 gulden beschikken. De vluchtelingen werden ondergebracht in speciaal daarvoor ingerichte kampen zoals Westerbork, dat later door de nazies dankbaar in bruikleen genomen werd.
Toen en nu
Er zijn sterke overeenkomsten te bespeuren tussen vluchtelingen beleid nu en dat in de jaren dertig. Het woordgebruik zoals dat in regeringskringen en reactionaire pers sprak over wassende toevloed, stromen, vreemde elementen e.d. Ook tegenwoordig is dit de gebruikelijke terminologie als er over vluchtelingen gesproken wordt. Op deze manier wordt er een negatieve waas om het begrip vluchteling gehangen. Net als nu werd er in de jaren dertig onderscheid gemaakt tussen zogenaamde economiese vluchtelingen en politieke vluchtelingen. Ook op deze manier wordt het begrip vluchteling in een negatief kader geplaatst.
Tot slot valt de voorkeur op om vluchtelingen op te sluiten in kampen in geïsoleerde dunbevolkte streken. Dit is een beproefde methode om vluchtelingen af te zonderen van de bevolking zodat hete negatieve stereotype beeld dat men van vluchtelingen heeft, wat zo nauwgezet door overheid en pers opgebouwd is, te handhaven.
Wie verder wil lezen over vluchtelingenbeleid zou bijvoorbeeld de boeken 'Tussen vrees en vervolging' van mr. J.A. Hoeksma of 'Een tijd van komen' van Daan Bronkhorst ter hande kunnen nemen. Verders staan er in 'Voor de oorlog, herinneringen aan de jaren 30' van Martin Schouten een aantal veelzeggende interviews met duitse vluchtelingen. Deze boeken zijn ook dankbaar voor dit artikel gebruikt.
Yanno