Naar archief

UIT: NN #83 van 2 mei 1991   

Hidden agenda: destabilisatie en moord in noord-ierland 

Op 4 april is de nieuwste film van de Engelse regisseur Ken Loach in Nederland in première gegaan, getiteld 'Hidden Agenda'. De film is een politieke thriller over Noord-Ierland, gebaseerd op twee recente affaires. Hieronder volgt een opwarmer voor wie de film nog niet gezien heeft, en een tipje van de sluier van de werkelijkheid waar Hidden Agenda uitdrukkelijk naar verwijst. 

Ten eerste de beschuldigingen dat de Britten gebruik maken van een 'shoot-to-kill' beleid tegenover de IRA en IRA-sympathisanten. Dit beleid heeft onder andere bekendheid gekregen door de 'Stalker-affaire', genoemd naar John Stalker die enige jaren geleden onderzoek deed naar een serie dodelijke incidenten. 

De tweede affaire is de operatie 'Clockwork Orange', een operatie die begon als een kampagne om een aantal kopstukken uit de Noord-Ierse politiek in diskrediet te brengen, maar die uitmondde in een gedirigeerde destabilisatie-kampagne tegen de Labour-regering van begin jaren zeventig, die de weg vrijmaakte voor het konservatieve leiderschap van Margaret Thatcher. 

In de film is een internationale groep mensenrechten-aktivisten bezig met een onderzoek naar de ondervragingspraktijken van de Royal Ulster Constabulary (RUC, de Noordierse politie). Als het onderzoek al min of meer is afgerond, krijgt een Amerikaanse advokaat van de groep een geluidsbandje toegespeeld. Op het bandje staat een opname van een vergadering van vooraanstaande konservatieve politici, die de val van partijleider Heath voorbereiden om vervolgens Thatcher naar voren te kunnen schuiven.  

Op weg naar de afzender van het cassettebandje wordt de advokaat door politiekogels gedood, zogenaamd omdat hij "in gezelschap van een gewapende terrorist is". Londen stelt een onderzoek in, het is tenslotte een Amerikaan, en in de rest van de film volgen we de naspeuringen van een Britse rechercheur (gespeeld door Brian Fox) en een Amerikaanse mensenrechtenadvokate (Frances McDormand). 

Deze speurtocht leidt ons naar de beerput van 'shoot-to-kill' -incidenten, geheime diensten, rechtse samenzweringen enz. In een pubgesprek wordt voor de kijker de Republikeinse visie op Noord-Ierland uit de doeken gedaan door Jim McAllister, die als Sinn Fein-gemeenteraadslid zichzelf speelt. 

Als belangrijk adviseur van de film is opgetreden Fred Holroyd, een voormalige MI-6 agent (de Britse buitenlandse inlichtingendienst), die zelf het nodige heeft bijgedragen aan onthullingen over smerige Britse praktijken in Noord-Ierland. Holroyd werkte voor de MI-6 en werd in 1973 in Noord-Ierland aangesteld als verbindingsofficier tussen de RUC, de 'Special Branch' (politieke politie) en de militaire inlichtingendienst. 

Holroyd's klachten over het meedogenloze optreden van met name de SAS-kommando's leidden ertoe dat hij uit Noord-Ierland werd gehaald en tijdelijk in een Psychiatriese inrichting werd opgesloten, waarna hij ontslag nam. Volgens Holroyd was het met name de nauwe samenwerking tussen de SAS en MI-5 (de binnenlandse inlichtingendienst) die verantwoordelijk was voor de vuile operaties in beginjaren zeventig. Dit beleid zou met het aan de macht komen van Thatcher tot officieel beleid verheven zijn.  

Dat Holroyd door zijn openhartigheid de 'Official Secrets Act' overtreedt, doet hij naar eigen zeggen "om mijn eigen hachje" te redden. Holroyd: "Van de mensen die in deze jaren bij geheime operaties betrokken waren, zijn er tot nu rond de dertig op mysterieuze wijze om het leven gekomen. Ik wil niet dat hetzelfde met mij gebeurt. Ik praat bewust. Publiciteit is de waarborg voor mijn leven". 

Van de kant van MI-5 zijn over deze operaties onthullingen gedaan door de ex-agent Collin Wallace, de echte naam van de man die in de film met het cassettebandje op de proppen komt. 

Tussen MI-5 en MI-6 bestond in die periode in Noord-Ierland een konkurrentiestrijd. Wallace hierover: "MI-6 kon zich veel gemakkelijker aanpassen aan de politieke kleur van de partij die aan de macht was. MI-5 is qua karakter een veel rechtsere organisatie. Zij had een heel andere visie op hoe de situatie in Noord-Ierland aangepakt moest worden.  

MI-5 was overtuigd van een wereldwijde kommunistiese samenzwering, dat banden met het internationaal terrorisme onderhield. Ze geloofde dat onder een Labourregering de geheime dienst zou verzwakken. Het verkiezingsprogramma van Labour beloofde dit ook. MI-5 geloofde in die tijd min of meer dat hun ergste dromen werkelijkheid zouden worden als de socialisten aan de macht zouden komen."  

En het was een woelige tijd: "Er bestond veel onrust binnen de vakbonden, er waren anti-Vietnam demonstraties en de Amerikaanse inlichtingendienst oefende druk uit, om wat aan de groei van links te doen". 

Wallace was destijds hoofd van de 'Information Policy Unit', een afdeling voor psychologiese oorlogsvoering van het Britse leger in Noord-Ierland; ook wel bekend als het 'dirty tricks department'. Wallace: "Het gaat daarbij vooral om desinformatie en om misleidende operaties, die samenvallen met normale veiligheidsoperaties."  

Tegen deze achtergronden werd vlak voor de verkiezingen van 1974 de operatie 'Clockwork Orange' opgestart, de lasterkampagne tegen Labour vanuit MI-5. Toen de verkiezingen toch door Labour van Wilson gewonnen werden, breidde de operatie zich tegelijkertijd uit naar een destabilisatie-kampagne tegen de nieuwe Wilson-regering en een coup binnen de Konservatieve Partij.  

Wallace: "Tijdens die operatie is veel belastende informatie over Labour politici naar voormalige MI-5-officieren doorgespeeld, die inmiddels prominente leden van de Konservatieve Partij waren geworden en die informatie goed voor propagandistiese doeleinden konden gebruiken. Deze leden vormden de 'Tory Action Group'. De sleutelfiguur in deze groep was wijlen Airey Neave, een ex-officier van de geheime dienst. Ik heb zelf enkele jaren onder hem gewerkt. Hij was het brein achter de kampagne om Ted Heath (de toenmalige konservatieve partijleider) te wippen. Het was Neave die Thatcher uitkoos als de persoon die hij moest vervangen". 

Neave zelf werd na de geslaagde coup Thatchers kampagneleider voor de volgende verkiezingen in 1979 en zou bij een overwinning minister voor Noord-Ierland geworden zijn. Thatchers overwinning heeft hij echter niet meer mee mogen maken. Neave werd kort voor de verkiezingen vermoord door het Irish National Liberation Army (INLA), volgens de verklaring van INLA vanwege zijn "militaristiese pleidooien voor meer repressie tegenover het Ierse volk en versterking van de SAS-moordenaarsbenden". 

Voor Wallace was operatie Clockwork Orange aanleiding om uit de business te stappen: "Ik dacht dat mijn werk in Ierland bestond uit het bestrijden van terrorisme. En doordat MI-5 informatie misbruikte voor politieke doelstellingen en we ons op dat moment niet bezighielden met het bestrijden van terroristen, werden soldaten en politieagenten gedood. Of je nu sympathiek staat tegenover de Labour Party of niet (ik ben nooit lid geweest), je kunt als veiligheidsagent in een demokratiese maatschappij de demokraties gekozen regering niet aanvallen. Of je die regering nu leuk vindt of niet". 

De genoemde Tory Action Group werkte samen met de ondergrondse fascistiese para-militaire organisatie Column 88, die net als Airey Neave en SAS-oprichter David Sterling, wel eens genoemd is in verband met de Britse Gladio-tak. Reden genoeg dus om hier nog eens uitvoeriger op terug te komen, maar nu eerst naar de film! 

Martin Jelsma 

Uit Ultimatum, april '91

Bronnen:

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991