Naar archief

UIT: NN #82 van 18 april 1991    

De lijdensweg van de koerden 

De ellendige situatie van de Koerdische bevolking heeft een (bedenkelijke) verdienste: de verschrikkelijke hypocrisie van het optreden van de Westerse coalitie wordt er door blootgelegd. De manier waarop men de Iraakse bevolking tegen Saddam Hoessein gebruikt heeft om ze vervolgens als de bekende baksteen te laten vallen, is stuitend. Maar dit optreden van de coalitie is niet verrassend of tegenstrijdig: alleen mensen die geloofden dat er

zoiets als mensenrechten of een internationale rechtsorde in het geding waren bij het westerse optreden, zijn nu verontwaardigd en verbaasd. 

Daarvan getuigen de ontstemde brieven in de Volkskrant, en ook de 'gezaghebbende' commentaren in de toonaangevende Amerikaanse bladen, zoals de International Herald Tribune. Wellicht heeft deze publieke kreet van ontzetting bijgedragen tot de beperkte ommezwaai van de Amerikaanse regering op 16 april: president Bush steunt nu de vestiging van een soort beschermde schuilhavens in het noorden van Irak en zal toestaan dat Amerikaanse troepen (genie-eenheden) worden ingezet samen met Franse en Britse troepen. De Amerikaanse luchtmacht zal luchtsteun geven.  

Helaas moeten we vermoeden dat het hier gaat om een tijdelijk politieke draai vooral bedoeld om de binnenlandse protesten te doen verstommen. De Amerikaanse president is immers volstrekt duidelijk voor wat betreft het langdurige verblijf van zijn troepen in het buitenland: zoals altijd loert het Vietnam syndroom mee over zijn schouder. De (politieke) angst voor een Irakees moeras tijdens de komende presidentiële verkiezingscampagne (de verkiezingen zijn eind 1992) bepaald voor een belangrijk deel het optreden van Bush. 

Bovendien is het opzetten van kampen geen politieke oplossing: integendeel, het spookbeeld van een nieuwe verzameling vluchtelingenkampen zoals die van de Palestijnen doemt onmiddellijk op. 

Als je echter afstapt van het waanidee dat de Amerikaanse president of de Europese regeringsleiders enige belangstelling hebben voor het lot van de Iraakse bevolking, wordt hun hele handelen begrijpelijker. De oorspronkelijke bedoeling van het westerse ingrijpen was het herstellen van de kontrole over de belangrijkste olievoorraden in de wereld en het afstraffen van een land dat de Westerse zeggenschap waagde te betwisten.  

Daarvoor was het opruimen van Saddam Hoessein noodzakelijk, met behoud van het centrale Iraakse gezag. De Amerikaanse beleidsmakers wisten vorig jaar immers drommels goed dat een militaire strafexpeditie alle politieke machtsverhoud1ngen in de regio ondersteboven zou keren. De handhaving van het centrale gezag in Irak was van belang voor het behouden van de Westerse, vooral Amerikaanse invloed in de regio. Als het omverwerpen van Saddam Hoessein een Koerdische of Shi'itische regering aan de macht zou brengen, dan zou men immers van de regen in de drup komen. Dus dat moest hoe dan ook worden voorkomen. 

Er zijn berichten die erop wijzen dat er inderdaad een beleid is geweest om een coup te organiseren in Bagdad. In een artikel in de Wall Street Journal van 11-04-1991 wordt beweerd dat er een coup voorbereid was met behulp van de al jarenlang in ballingschap wonende Irakees Salah Omar Ali al-Takriti. Deze zou de Saoedis garanties hebben gegeven voor de uitvoering hiervan in de cruciale periode direkt na de oorlog. Toen dit niet gebeurde sloeg het beleid van de VS op aandringen van de Saoedis om op 26 maart, toen Bush de Iraakse helikopters toestemming gaf om hun bloedige werk te doen. De hoofdreden was het dreigende sukses van de sji'itische opstand, die in de ogen van de VS (en hun plaatselijke bondgenoten) de verhoudingen in de regio "onstabiel" zou hebben gemaakt.  

Inmiddels is wel duidelijk wie de rekening betalen van deze Amerikaanse spelletjes. Er zullen nog wel meer coup-pogingen volgen en wellicht wordt Saddam Hoessein vervangen door een andere diktator. Jammer genoeg staat ook het media-apparaat weer vooraan om hierin mee te spelen. Wat gebeurt er: de tv- en radioberichtgeving wordt beheerst door beelden van zielige Koerden: er wordt weer een ouderwets beroep gedaan op de meelevendheid van de bevolking, er kan weer verzameld worden voor de arme (Koerdische) kindertjes in Irak.  

Niemand kan tegen hulpverlening aan de Koerden zijn. Maar het is goed om even stil te staan bij de manier waarop dit gedaan wordt. Ten eerste worden de Koerden als het ware in een rol geperst van kampvluchtelingen, waar ze voorlopig niet uit zullen komen. Ten tweede is de berichtgeving voor het grootste deel volstrekt apolitiek: niemand praat meer over het streven naar een vorm van autonomie voor de Koerdische bevolking. Ten derde wordt de aandacht volstrekt afgeleid van zaken die wellicht wat pijnlijker in het Westerse geheugen liggen: namelijk het volgende dodendrama dat zich in Irak gaat afspelen.  

De cijfers zijn al eerder genoemd: tienduizenden mensen zijn gedood in de bombardementen, slachtoffers van de missers van de 'precisiebombardementen'. De Amerikaanse Quakers schatten per 28 maart zelfs het aantal burgerdoden op 135.000, waarvan 60% kinderen. Door hen aangehaalde inlichtingendienst-experts gaan uit van 150.000 dode Iraakse soldaten, dus in totaal een kwart miljoen doden. Verder zouden volgens de Iraakse Rode Maan 2000 kinderen nog voor de oorlog zijn gestorven, door gebrek aan medicijnen. 

Zelfs al zitten deze cijfers er voor de helft of driekwart naast, dan nog is duidelijk dat er een massaslachting is aangericht. Er dreigt bovendien een nieuwe golf slachtoffers te ontstaan als gevolg van het kapot bombarderen van de drinkwatervoorzieningen. 

In de komende weken gaat de temperatuur omhoog terwijl een aanzienlijk deel van de bevolking geen stromend water heeft en daardoor gebruik maakt van vervuild drinkwater. Als gevolg hiervan zullen nog meer mensen door ziekte sterven. 

Het 'voordeel' van de Koerden voor de westerse politici is dat je daar kan wijzen op de Iraakse slagers; bij de Iraakse burgerslachtoffers wordt de pijnlijke vraag weer opgeworpen of er zo een groot verschil is tussen de Westerse methodes en die van het Iraakse leger. De manier waarop de media dit onderwerp in Nederland aanpakken doet vrezen dat hun toch al wankele kritische geest het verder zal laten afweten.  

Karel Koster (AMOK) 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991