Naar archief

UIT: NN #82 van 18 april 1991   

CULTUURMOORD? GENOCIDE? 

Het volgende verbaal is gebaseerd op een tv-programma uit de serie "Children of the open road" dat maandag 8 april werd uitgezonden op BBC 2. 

Ergens in 1972 vroeg een vrouw bij de Zwitserse krant Beobachter in Zürich iemand te spreken. Ze kwam terecht bij Hans Crapez. Ze vertelde hem over een kwalijke zaak die tot dan toe nooit in de publiciteit was gekomen. De vrouw, een zigeunerin genaamd Theresa, vertelde de journalist wat er met haar twee kinderen was gebeurd. 

In 1948 werden haar kinderen, een jongen en een meisje, geroofd door mensen van de organisatie Pro Juventute. Dit is een organisatie die kinderen opvangt in tehuizen en pleeggezinnen. Het was onderdeel van een poging van de Zwitserse staat om van 'het zigeunerprobleem' af te komen. 

De staat wilde deze mensen zich laten aanpassen aan het normale burgerleven. Huisje, boompje, beestje enz. Zigeuners zwerven graag en daarom bedacht men iets. Onder het mom van alcoholisme, prostitutie en diefstal heeft Pro Juventute, met de wet in de hand, meer dan 600 zigeunerkinderen onder bedreiging en met geweld meegenomen, gestolen. De kinderen werden opgesloten in tehuizen en kloosters om ze een 'normale' katholieke opvoeding te geven. Van daar uit werden pleeggezinnen gezocht om de kinderen te heropvoeden.  

Aan deze cultuurmoord werkten allerlei overheidsdienaren als burgemeesters, politie en artsen mee. De pleegouders kregen de instructie van Pro Juventute om de kinderen een strenge opvoeding te geven en ze kaal te scheren en op een bepaalde manier te kleden. Mochten ze eens de moed hebben om weg te lopen dan waren ze te herkennen. Tevens werd de pleegouders verteld de kinderen weinig te eten te geven en ze geregeld flink te slaan. Theresa heeft van 1948 tot 1972 heel Zwitserland afgezocht naar haar kinderen, evenals de meeste andere zigeunerouders. 

Journalist Hans Crapez reageerde in eerste instantie ongelovig maar kwam na enig onderzoek achter de waarheid. Hij interviewde tientallen ouders en kinderen en bezocht tehuizen en kloosters. Hij kreeg steun uit een onverwachte hoek: van Werner Stauflagger, een medewerker van Pro Juventute die sinds 1958 op het hoofdkantoor in Zürich werkte. Hij kreeg dokumenten in handen over de roof van de kinderen en kon dus het verhaal van Theresa en de zigeunergroepen bevestigen. Hans Crapez kon met een donderend artikel in de 'Beobachter' het publiek wakker schudden. 

In 1973 kwam er een wet die dergelijke praktijken in het vervolg uitsloten. De gevolgen voor de betrokkenen lopen echter door tot aan de dag van vandaag. In het programma deed een man die als klein kind geroofd en daarna heropgevoed was het volgende relaas: Hij had het over de verschrikkingen in de tehuizen en pleeggezinnen waar hij barbaars behandeld werd. Weinig eten, veel bidden, hard werken en veel slaag. Van het één naar het andere pleeggezin en met 16 jaar eenzame opsluiting in de strengst bewaakte gevangenis van Zwitserland om zijn verzet en geest te breken… Zijn moeder vond hem terug toen hij 19 jaar was. 

Een nu volwassen vrouw deed het volgende verhaal. Toen zij 19 jaar was had zij 40 tehuizen en 2 gevangenissen achter de rug. Zij was 'opstandig' en wilde haar eigen identiteit behouden. Voor straf werden zelfs haar duimen gebroken. Zij kwam tenslotte terecht in een psychiatrische inrichting waar zij behandeld werd met een shock-therapie en vervolgens werd platgespoten. Haar ouders heeft zij nooit meer gezien. Ze is nog steeds naar hen op zoek. 

Maar weinig ouders en kinderen hebben elkaar teruggevonden. Alle documenten over de cultuurgenocide zijn opgeborgen in een grote kluis op het hoofdkantoor van Pro Juventute en niemand krijgt de kans ze in te zien. Bijna 600 zigeunerkinderen zoeken nog naar hun roots -hun wortels, hun ouders en de ouders naar hun volwassen kinderen. Tot nu toe tevergeefs.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991