Naar archief

UIT: NN #81 van 4 april 1991

De nieuwe lange wapenstok bij de gemeentepolitie amsterdam

Afgelopen maanden werd door een toenemend aantal klachten bij het Klachtenburo Politieoptreden (KP) de aandacht getrokken door het gebruik van de nieuwe lange wapenstok bij de gemeentepolitie Amsterdam. Aangezien deze snelle toename het afgelopen half jaar hen verontrustte, besloot men naast het indienen van individuele klachten dit probleem struktureel aan te pakken, omdat men anders de ernst van de klachten te kort zou doen.

De hoeveelheid ernstige verwondingen die gekonstateerd werden als gevolg van het gebruik van de wapenstok deed het Klachtenburo vermoeden dat het hier niet ging om een aantal individuele agenten die buiten hun boekje gingen, maar om een wapen dat agenten geen andere keus laat dan het toebrengen van ernstige verwondingen. Het KP heeft alle beschikbare informatie rond de wapenstok gekoppeld aan de klachten, die bij hen zijn binnengekomen om dit vermoeden te toetsen.

In de onderstaande analyse is een samenvatting van het door hun gemaakte verslag weergegeven. Hierin komen de gevaren die dit wapen in de praktijk met zich meedraagt naar voren. De aandacht die de wapenstok de afgelopen maanden in de vorm van diverse publikaties en onderzoeken te beurt viel, is een direkt gevolg van de ernstige gevolgen die dit wapen bij grootschalig gebruik heeft: veel zwaargewonden en agenten die zeggen er niets aan te kunnen doen.

Uit deze analyse zal blijken dat er twee mogelijkheden zijn:

- Doorgaan op de huidige weg en ervoor kiezen dat mensen die gekonfronteerd worden met politiegeweld, op grote schaal verwond worden. - Het afschaffen van de nieuwe lange wapenstok. Het Klachtenburo kiest voor de laatste mogelijkheid, wie volgt?

Vanaf 1980 is er vaak gesproken over het grote gat dat zou bestaan tussen wapenstok/gummiknuppel en het dienstpistool. In 1983 werd er ogenschijnlijk een oplossing gevonden in het invoeren van een hardere variant van de wapenstok.

De Korte Wapenstok

Op 1 augustus 1983 keurden de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken de invoering goed van de nieuwe korte wapenstok met een onbuigzame polyester kern bij rijks- en gemeentepolitie. Dit besluit werd genomen na een proefperiode van tweenëneenhalf jaar waarin verschillende korpsen gebruik maakten van de nieuwe wapenstok en daar positief over rapporteerden.

Tijdens de proefperiode was al gekonstateerd dat slaan met deze nieuwe korte wapenstok tot ernstig letsel kon leiden. Door financierings- en produktieproblemen konden er pas in het voorjaar van 1986 de eerste 8000 stuks ingevoerd worden om deel uit te gaan maken van de standaarduitrusting. De instruktielessen die agenten moeten volgen voordat zij de nieuwe korte wapenstok mogen gebruiken nemen 3x2 uur in beslag.

De politiebonden waren blij met de invoering. Volgens hen kon met de nieuwe wapenstok niet alleen effektiever, maar ook zorgvuldiger opgetreden worden; klappen zouden minder vaak verkeerd terecht komen.

Er was echter ook direkt kritiek, vanuit verrassende hoek: instrukteurs van de gemeentepolitie Haarlem stelden dat de berichtgeving rond de mogelijkheden van de wapenstok zwaar overdreven was. Zij meenden dat de training van politiemensen veel te wensen overliet en agenten/tes dus nooit in staat zouden zijn de mogelijkheden van de stok uit te buiten. De training van 3x2 uur vinden zij volkomen onvoldoende om de verdedigingstechnieken, zoals het prikken, stoten of het toepassen van kontrolegrepen, onder de knie te krijgen. Ondanks deze kritiek gaan de politiekorpsen, zonder verdere aanpassingen van instruktie of wapenstok zelf, door met de uitreiking van de nieuwe korte wapenstok.

De Lange Wapenstok

Op 18 december 1986 legt vervolgens de minister van Binnenlandse Zaken de vervanging van de gummistok door de korte wapenstok vast in een wijziging van de Bewapenings- en uitrustingsbeschikking gemeentepolitie 1968. Nieuw is echter dat in deze beschikking ook de invoering van een nieuwe lange wapenstok met kern van glasfiber wordt geregeld. Als redenen voor de invoering van de nieuwe lange wapenstok noemt de minister:

-Het risiko dat de oude wapenstok tijdens gebruik zou breken;

-Het risiko van het toebrengen van letsel door het smalle uiteinde van de oude wapenstok;

-De beperkt funktionaliteit van de oude wapenstok.

De nieuwe lange wapenstok zou deze nadelen niet bezitten, zeker niet als er ten minste een goede training aan vooraf zou gaan en regelmatig mee geoefend zou worden. De invulling hiervan laat de minister echter volledig aan de korpsbeheerders over. Over de instruktie aan agenten of het gebruik van de wapenstok wordt geen enkele richtlijn gegeven.

Tijdens het invoeren wordt konsequent de nadruk gelegd op het feit dat deze hardere stok niet bedoeld is om er harder mee te kunnen slaan, maar om er beter allerlei 'kontrolegrepen' mee toe te passen.

Lente 1987 begint men met de uitreiking van en de instruktie over de nieuwe lange wapenstok. Deze zal niet aan agenten persoonlijk worden uitgereikt, maar in de auto meegevoerd gaan worden. 'De instruktie neemt in totaal zes tot acht uur in beslag, voordat, een agent(e) het wapen mag gebruiken.

Vanuit het Amsterdamse korps wordt dan inmiddels geprotesteerd tegen de nieuwe wapenstokken. Het Korpsbericht meldt dat de sportdocenten, die het praktiese deel van de instruktie onder handen nemen, nogal wat kritiek hebben. "Als defensief middel keuren wij de korte wapenstok af. De stok is te kort om aanvallen van een tegenstander af te weren. Het gevaar op lichamelijk letsel neemt in plaats van af alleen maar toe."(Korpsbericht 13 feb.).

Deze kritiek leidt zelfs tot vragen in de gemeenteraad. Volgens sportdocenten van het korps voldoet de stok niet aan de geschetste defensieve mogelijkheden en kan de stok, door de grote slagkracht, onvoorzien en ongewenst slachtoffers verwonden. Nu deze kritiek geldt voor de korte wapenstok, geldt deze zeker ook voor de lange. De slagkracht van deze laatste is immers vele malen groter. Burgemeester Van Thijn belooft dat er meer aandacht aan training en toetsing van het wapenstokgebruik besteed zal worden. Verder zegt hij een evaluatie door Het Buro Fysieke Vorming en Sport toe, die echter nooit heeft plaatsgevonden.

Instrukties en Mogelijkheden

De bedoeling van de nieuwe wapenstokken is om de defensieve mogelijkheden die ze bieden zoveel mogelijk te benutten en zo min mogelijk te slaan. "Zeker niet in de eerste plaats om er mee te meppen, maar vooral om ze te gebruiken als afweermiddel" zei M. Mathijsen, in dienst bij de rijkspolitie Apeldoorn, over de bedoeling van de nieuwe korte wapenstok.

Agenten zouden alleen in uiterste noodzaak met de wapenstok moeten slaan. De nieuwe stok biedt door zijn stijfheid de mogelijkheid om te prikken, om slagen, schoppen en steken af te weren en om allerlei klemmen op mensen toe te passen. Als er al mee geslagen wordt moet dit op grote spiergroepen gebeuren en alleen om een aanval onmogelijk te maken, niet om een slachtoffer ernstig te verwonden.

Het Handboek Lange Wapenstok en Schild schrijft voor dat agenten goed geoefend moeten Z1Jn in het gebruik van de lange wapenstok en het stelt dat zowel bij slaan als bij klemmen de agenten de grenzen van redelijkheid en gematigdheid niet te buiten dienen te gaan. In ieder geval moeten de meest kwetsbare delen van het menselijk lichaam (hoofd, hals, maagstreek en onderlichaam) ontzien worden. Het handboek waarschuwt uitdrukkelijk dat men "bij het slaan of stoten met de lange wapenstok er op bedacht dient te zijn, dat door de hardheid en het gewicht van de lange wapenstok de slag- en stootkracht aanzienlijk kan zijn. Dit betekent, dat bij het aanwenden van geweld met de lange wapenstok de kans op lichamelijk letsel niet mag worden uitgesloten."

Enkele maanden na de invoering van de nieuwe lange wapenstok blijkt uit de pers dat agenten slechts vier uur geschoold worden in het gebruik en dat ze twee uur kunnen oefenen in de houding met stok en schild. Bovendien is er geen enkele richtlijn over de vaardigheid die instrukteurs moeten hebben. Deskundigen noemen het in ditzelfde artikel een "moordwapen bij onoordeelkundig gebruik."

Het Gebruik

Bij de beschrijving van het gebruik van de lange wapenstok in de praktijk beperken we ons voornamelijk tot het gebruik in Amsterdam. Tot op heden is de' nieuwe wapenstok nog nooit op grote schaal gebruikt. Maar die keren dat er gebruik van is gemaakt heeft dit, voor zover wij weten, altijd tot ernstige verwondingen geleid.

De eerste keer dat de wapenstok in Amsterdam werd gebruikt was bij het ME-optreden tijdens de voetbalwedstrijd Ajax-PSV op zondag 28 oktober 1990. Twee weken na dit optreden kwamen er berichten in de pers dat dit optreden tot ernstige verwondingen had geleid. Het Nieuws van de Dag meldde dat "diverse supporters naar nu pas bekend [is] geworden, door klappen met de keiharde lat vrij ernstig gewond raakten en [zij] liepen zelfs botbreuken op."

De ME-ers die hierbij optraden hadden allemaal de voorgeschreven opleiding achter de rug. Toch verklaarde één van hen tegen de krant: "We schrokken er gewoon van, het nieuwe wapen is werkelijk keihard. Met de oude lat kon je ook een flinke tik uitdelen, maar als je met dit ding iemand maar even verkeerd raakt - en dat kan bij een charge heel makkelijk - kan er flink letsel ontstaan."

Als reaktie hierop ontkent politiewoordvoerder Klaas Wilting dat er sprake is van meerdere botbreuken, er zou maar n persoon een breuk hebben opgelopen. Wel waren er andere ernstige verwondingen.

Halverwege januari 1991, enkele dagen na het uitbreken van de Golfoorlog, vond er een demonstratie tegen deze oorlog plaats. Bij deze demonstratie was ook M.G. aanwezig. Nadat de demonstratie geëindigd was bij het Amerikaanse konsulaat werd het kruispunt bij Het Concertgebouw geweldloos geblokkeerd door een groep demonstranten, waaronder M. Op een gegeven moment begon de politie (met de platte pet) de demonstranten met geweld van het kruispunt te verwijderen. Hierbij werd gebruik gemaakt van paarden n de lange wapenstok.

M. vond het mooi geweest en liep weg van het kruispunt. Plotseling kreeg hij van achteren twee klappen op zijn benen. Hij draaide zich om om te protesteren en kreeg als reaktie daarop een klap met volle kracht in zijn gezicht. Zijn rechteroog werd geraakt. M. zakte in elkaar en kon niets meer zien. Zijn vriendin P., die naar hem toe wilde, werd door agenten niet door gelaten en kreeg ook een klap op haar voorhoofd. Zij raakte even bewusteloos en kon vervolgens niet meer zelfstandig opstaan.

In het ziekenhuis aangekomen bleek het gezichtsvermogen van M. met 90% te zijn afgenomen. Dit herstelde zich naderhand vanzelf. Voor enkele gaatjes in zijn netvlies, door glassplinters van zijn bril veroorzaakt, onderging hij een laserbehandeling en een operatie aan zijn rechteroog. Inmiddels heeft M. zijn gezichtsvermogen voor 90% terug. Wel houdt hij een verhoogde kans op loslating van zijn netvlies.

Op 4 Februari werd als protest tegen de Golfoorlog de ingang van De Effectenbeurs gedurende enige tijd geweldloos geblokkeerd. Na ongeveer een half uur kwamen er agenten van het buro Warmoesstraat met de lange wapenstok om de toegangsdeur vrij te maken. Bij dit optreden en bij de charges die hierop volgden (en die tot voorbij de Dam voortduurden) werd veel, hard en vaak op kwetsbare plaatsen geslagen.

Als gevolg hiervan raakten dertig mensen gewond. Onder hen een aantal mensen met hoofdwonden en een aantal die zich niets of weinig meer konden herinneren van het gebeuren, nadat zij op hun hoofd waren geslagen. Illustratief zijn de verhalen van de volgende twee gewonden. Slachtoffer M.W. was bij de blokkade aanwezig geweest en liep weg van het gebeuren op het Beursplein. Ze liep op de Dam, richting Paleisstraat (ongeveer 600 meter van het beursgebouw vandaan) toen er van alle kanten politiebusjes aan kwamen rijden. Zij werd vast gegrepen door een agent.

"Hij sleepte me tussen de busjes vandaan, sloeg me met de wapenstok tegen m'n heup en hield me bij m'n jas vast. Daarna sloeg hij me twee keer op m'n rug en riep: 'kom op lopen!', wat ik natuurlijk niet kon omdat hij me vasthield. Ik draaide me om en wilde me los rukken zodat ik weg kon lopen. Maar omdat hij me toen vasthield bij m'n schouder kaatste ik terug. Toen sloeg hij me met de wapenstok tegen mijn gezicht en liet me daarna los. Hij rende weer weg en ik viel op de grond. Van de tijd hierna kan zij zich niets meer herinneren. Ik had een scheurtje bij m'n wenkbrauw. De smeris heeft me tegen m'n jukbeen geslagen en na een paar uur had ik een opgezet gezicht en een alle-kleuren-van-de-regenboog-oog. Verder had ik nog een blauwe en een open plek op m'n heup door de klap."

Het laatste voorval dat de nationale pers haalde was het optreden van een Rotterdamse agent op het buro Zuidplein. Deze agent gebruikte de wapenstok tegen een man die niet mee wenste te werken aan het opleggen van een rijverbod. Bij de ontstane schermutseling 'kreeg' de man de wapenstok in zijn oog. Dit oog zal hij door het voorval moeten missen.

Wat Is De Toekomst Van De Lange Wapenstok?

Aangezien er geen onderzoek voorhanden is waaruit blijkt wat alle ervaringen met de nieuwe lange wapenstok in de praktijk tot op heden zijn geweest, moet het Klachtenburo zich beperken tot verklaringen van slachtoffers en mededelingen die in de pers zijn verschenen, zoals deze eerder in dit stuk zijn weergegeven.

Uit deze informatie valt niets anders af te leiden dan dat de nieuwe lange wapenstok een zeer gevaarlijk wapen is, dat bij offensief gebruik (slaan, stoten) tot zware verwondingen leidt. Met de invoering van dit wapen is het gat tussen de oude wapenstok en pistool weliswaar kleiner gemaakt, maar met het direkte gevolg dat de benedengrens van minimale geweldstoepassing van de kant van de politie is opgeschroefd tot een onaanvaardbaar gevaarlijk nivo.

Agenten die, zoals Klaas Wilting ze al noemde, in het heetst van de strijd wel eens te harde klappen op de verkeerde plaatsen laten vallen, worden nu gekonfronteerd met zware verwondingen bij hun slachtoffers. Het beperken van het gebruik van geweld tot binnen de grenzen van redelijkheid en gematigdheid (hetgeen verplicht is gesteld in de geweldsinstruktie) is niet meer mogelijk. Een klap wordt een klap die altijd te hard aankomt.

Dit ontslaat individuele agenten overigens niet van hun verantwoordelijkheid. Zij zijn op de hoogte van de gevaren van het wapen. Als zij er dus mee slaan zijn zij dus ook verantwoordelijk voor de gevolgen. De door de politie zo geprezen defensieve mogelijkheden van het wapen (het prikken en het toepassen van allerlei grepen) kunnen in de praktijk alleen in overzichtelijke situaties of mens-tegen-mens gevechten toegepast worden.

Bij grootschaliger optreden, waar de wapenstok in de praktijk het meest gebruikt zal worden, zullen agenten altijd moeten teruggrijpen op de primaire mogelijkheid van het wapen: het slaan. De bedoeling is dan immers menigtes te verspreiden of te verwijderen, waarbij prikken of het toepassen van defensieve grepen een verwaarloosbaar effekt zal opleveren.

De redenering dat agenten door meer training zouden kunnen leren andere technieken dan slaan te gebruiken geeft dus een vertekening van de werkelijkheid omdat deze technieken, bij grootschalige optredens, niet bruikbaar zijn. Het beeld van de wapenstok als gevaarlijk slagwapen wordt bevestigd door de grote hoeveelheid (vaak ernstige) gewonden die het afgelopen half jaar in Amsterdam door de wapenstok gevallen zijn.

Het Klachtenburo Politieoptreden Amsterdam

Leidsegracht 108sous, 1016 CT A*dam.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991