UIT: NN #81 van 4 april 1991
Wandel en handel van de nederlandse wapenindustrie
Oldelft is slechts een van de vele Nederlandse bedrijven die wapens produceren en uitvoeren en de wetgeving ontduiken of misbruiken. Haar hoe zit die wetgeving precies in elkaar?
Voor iedere wapenuitvoer of eufemisties gezegd "uitvoer van strategiese goederen" moet sinds 1963 een vergunning worden aangevraagd bij Ekonomiese Zaken (EZ). Dit werd bepaald in het Uitvoerbesluit Strategiese goederen, die oorspronkelijk bedoeld was om vooral export van strategies materiaal naar kommunistiese landen tegen te gaan. Dit uitvoerbesluit is een uitvoering van de zgn COCOM (Coordinating Comittee) afspraken. Dit COCOM is een informele NAVO-organisatie waarvan alle NAVO-landen behalve IJsland en Japan lid zijn. De konkrete invulling van deze raamwet is vastgelegd in verschillende nota's.
Nadat de vergunning is aan gevraagd bij de Centrale Dienst In en Uitvoer van EZ wendt deze zich tot het ministerie van Buitenlandse Zaken ter beoordeling van de buitenlandse politieke aspecten. Een leverantie mag niet in tegenspraak zijn met het algemeen buitenlands beleid van de regering. Ook wordt beoordeeld of een land wel kredietwaardig is. Bij landen waarmee Nederland een intensieve ontwikkelingsrelatie heeft wordt ook het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking gekonsulteerd. Dit moet vastleggen of een bepaalde order niet teveel beslag legt op de financiële middelen van het desbetreffende land.
Bij de afweging van al dan niet afgeven van een vergunning wordt gekeken naar drie kriteria. Het eerste kriterium (vastgelegd in de nota ontwapening en veiligheid van 1975) bepaalt dat niet geleverd mag worden aan spanningsgebieden. Dwz gebieden die betrokken zijn bij een gewapend konflikt of waar de kans op het uitbreken van zo'n konflikt groot is.
Volgens het tweede kriterium, vastgelegd in het rapport inzake het militair industrieel komplex van 1977, mag niet geleverd worden aan landen die het wapenmateriaal (kunnen) gebruiken voor de onderdrukking van de eigen bevolking, het zgn mensenrechten kriterium. Er moet dan wel een direkt verband bestaan tussen de aard van het materiaal en de aard van de mensenrechtenschending. De aard van het regime van het kopende (of vragende) land kan geen reden zijn een vergunning te weigeren "gezien de verantwoordelijkheid van de regering voor de nederlandse ekonomie", aldus EZ.
Het derde kriterium, vastgelegd in de nota inzake de rechten van de mens, betreft internationaal overeengekomen embargo's. Zo'n embargo loopt op dit moment alleen tegen Zuid-Afrika. Maar dat wordt naar hartelust ontdoken door o.a. Israël. Naar aanleiding van de Golfoorlog gaan er stemmen op voor een vierde kriterium. Dat zou moeten beoordelen of het betreffende land niet al voldoende bewapend is.
Bij uitvoering van onderdelen en komponenten geldt deze procedure, waarbij moet worden gedacht dat deze niet altijd worden geleverd aan het opgegeven land van bestemming. De verantwoordelijkheid ligt dan bij de regering van het importerende land. Voor export naar mede NAVO-landen wordt de vergunning altijd automaties afgegeven, waarvan in de Muiden Chemie affaire gretig misbruik van is gemaakt.
ONTDUIKING EN MISBRUIK
Via een aantal min of meer legale wegen kunnen wapens bij "foute" regimes terecht komen. Wat betreft het mensenrechten kriterium kan de regering ten eerste van mening zijn dat de mensenrechten in het betreffende land niet geschonden worden, en ten tweede dat de goederen niet in verband staan met de aard van de schending van de mensenrechten. Zo heeft Nederland verschillende marineschepen aan Indonesië geleverd terwijl dit land al jaren Oost-Timor bezet.
Zoals ik al eerder schreef kan de aard van het regime geen reden zijn een exportvergunning te weigeren "gezien de verantwoordelijkheid van de regering voor de Nederlandse ekonomie". Daarnaast kan de exporteur een andere dan de werkelijke eindbestemming opgeven. De vergunning wordt vers trekt, de wapens geleverd en vervolgens verder geëxporteerd. Tijdens de Iran Irak oorlog leverde Muiden Chemie bijvoorbeeld kruit e.d. aan de Britse handelsfirma "Allivane Int'1" die het doorleverde naar het Portugese staatsbedrijf 'Sociedade Portuguesa de Explosivos' en vandaar naar Iran.
Een ander probleem is dat waarschijnlijk niet alle militaire goederen in de bij het wetsbesluit behorende lijst zijn opgenomen. Daarbij komt e dat de definitie van 'strategiese goederen' veel te beperkt is. Het gaat er bij strategiese goederen niet om produkten die daadwerkelijk in een oorlog gebruikt worden, want "relevant is het niet waarvoor het produkt gebruikt kan worden, maar waarvoor het bedoeld is om te gebruiken", aldus EZ. Door landingsvoertuigen bevoorradingsschepen te noemen kon Damen de wet ontduiken.
Voor sommige produkten zoals hele marineschepen eist het importerende land zekerheid over levering, voor de order wordt verstrekt. In zo'n geval wordt de vergunning al verstrekt voor met de bouw is begonnen. Tijdens de bouw kunnen komponenten aan het produkt toegevoegd worden waardoor het produkt eigenlijk niet uitgevoerd mag worden. De vergunning is echter binnen, en er is nauwelijks controle of het uitgevoerde produkt wel overeenstemt met de omschrijving op de vergunning.
Een voorbeeld. Een scheepswerf krijgt een order voor een veerpont. De opdrachtgever vraagt zekerheid van levering, dus de scheepswerf vraagt een vergunning aan voor een veerpont. Tijdens de bouw wordt bepantsering op het schip aangebracht, waarvoor er een ander soort vergunning moet worden aangevraagd, de pont is nu strategies goed. Echter de scheepswerf exporteert het gewoon als pont en de douane kontroleert alleen de papieren en niet dat wat wordt geëxporteerd. Sommige bedrijven hebben een algehele exportvergunning gekregen, waardoor ze aan hun dochterbedrijven ongelimiteerd wapens kunnen leveren, die het verder kunnen exporteren.
Tenslotte zit er nog een gat in de wetgeving: ook als landen een embargo tegen een oorlogvoerend land instellen haalt dat (meestal) niets uit, omdat overtreding niet strafbaar is volgens het wetboek van strafrecht. Al met al dus vele wegen om wapens in het buitenland te doen belanden want ook voor de Nederlandse overheid schijnt te gelden: Handel is handel.
bronnen:
AMOK tijdschrift jrg 8 no 3.
Antimilitaristies Infocentrum Amsterdam.