Naar archief

UIT: NN #81 van 4 april 1991   

Palestijns kind gedood 

De verbinding die Irak maakte tussen de bezetting van Koeweit en de Israëlische bezetting ven de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook was een belangrijk discussiepunt in de Golfcrisis. Een van de grootste tegenstanders was Israël en de grootste voorstander, hoe kan het ook anders, was het Palestijnse volk. Ook in het Westen was men gekant tegen de link die Saddam Hoessein legde tussen de twee bezettingen. Irak mocht voor zijn agressieve daden niet beloond worden met een oplossing voor het Palestijns-Israëlisch conflict. Maar hoe dan ook, des te langer de Golfcrisis en de oorlog duurde des te duidelijker werden de stemmen die opriepen tot een oplossing voor het Palestijnse probleem zo gauw de Golfcrisis voorbij zou zijn. Terwijl de politici zich nu buigen over plannen en vredesinitiatieven hebben de twee direct betrokken bevolkingsgroepen, de Israëliërs en de Palestijnen zo hun eigen meningen.

Een groot deel van de Israëlische bevolking voelt niets voor het concept "land in ruil voor vrede", dat nu ook door de VS genoemd wordt als een mogelijkheid om een duurzame vrede te bereiken in de regio. Israëlische tegenstand baseert zich op zowel religieuze als niet religieuze motieven.  

De strategische functie van de bezette gebieden, als buffer tussen Israël en de omringende staten, is een veelgehoorde reden. De recente Iraakse raketaanvallen hebben echter aangetoond dat er met een landbuffer weinig te beginnen is tegen luchtaanvallen. De religieuze bezwaren baseren zich op de Bijbelse joodse staat die groter was dan de huidige staat Israël. 

NEDERZETTINGEN  

Het is niet verwonderlijk dat vele voorstanders van een 'Groot Israël' in de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever wonen. Meer dan honderd nederzettingen, waar 200.000 Israëliërs wonen, zijn sinds 1967 rond Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever gebouwd. Vele nederzettingen zijn begonnen als militaire bases en zijn daarom strategisch gelegen, op heuveltoppen, uitkijkend over de omringende Palestijnse dorpen. Meer dan 50% van het Palestijnse grondgebied van de Westelijke Jordaanoever is door Israël geconfisceerd. 

Deze Iraëlische "voldongen feiten" politiek vervult de Palestijnse bevolking met grote woede, de kontakten tussen de Israëlische kolonisten en de lokale Palestijnse bevolking zijn dan ook miniem. Regelmatig komt het tot een treffen, waarbij Palestijnse stenen zich meten met Israëlische kogels uit de geweren van kolonisten. 

De kolonisten weten zich gesteund door het Israëlische leger en de Israëlische wetgevende macht. Slechts zelden wordt een kolonist zwaar gestraft voor het doden van een Palestijn. Het bekendste voorbeeld is Rabbijn Levinger, uit de Nederzetting Kiryat Arba, die voor het doodschieten van een ongewapende Palestijn drie maanden gevangenisstraf kreeg opgelegd. 

JONGEN GEDOOD IN BEIT SAHOUR  

Beit Sahour heeft in 1989 internationale bekendheid gekregen toen de bevolking massaal weigerde belasting te betalen aan de Israëlische autoriteiten. Het stadje is drie maanden lang belegerd geweest door soldaten. "Waarom moeten wij betalen voor de Israëlische bezetting" zegt een Palestijn. "Uiteindelijk vroegen ze ons slechts 10 shekel te betalen, maar zelfs dát wilden we hen niet geven. Grote vrachtwagens werden toen binnengereden en alles werd geconfisceerd. Televisies, koelkasten, stoelen en tafels, zelfs het kinderspeelgoed werd meegenomen".  

Tijdens de Golfoorlog, op 18 februari werd in Beit Sahour de 14-jarige Salem Djalal Muslah door een kolonist doodgeschoten. Gesprekken met de betrokkenen geven een beeld van de verhouding tussen Israëlische kolonisten en de Palestijnse bevolking en laten zien dat de veel bekritiseerde standvastigheid van de Palestijnen een zeer uitgesproken Israëlische tegenhanger kent. 

DE KOLONISTEN  

Mevr. Dr Rokeah is woordvoerster van Tekoa, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. Zij is aanhangster van de 'Groot-Israël Beweging', die strijdt voor een joodse staat op het gehele grondgebied dat tot het Bijbelse 'Israël' behoorde.  

"Toen ik zag hoe Israëlische bulldozers de stad Yamit met de grond gelijk maakten, besefte ik dat zoiets nooit meer mocht gebeuren. (Yamit was een Israëlisch stadje, gebouwd in de Sinaï-woestijn na de bezetting in 'E7. Na het akkoord van Camp David is het, onder hevig protest, ontruimd -MT) Mijn man en ik gingen op zoek naar een nederzetting in Judea en Samaria (de bijbelse naam voor de Westelijke Jordaanoever)." 

"Tekoa was toen slechts een kale heuveltop in een afgelegen gebied ten zuid-oosten van Bethlehem. Er was door het leger een hek en een aantal legertenten geplaatst en een paar families probeerden. hier een leven op te bouwen. Toen wij dit zagen wisten we dat wij in Tekoa thuis hoorden. Wij zijn hier met niets begonnen. We hebben prefab huizen laten plaatsen en lieten de grond van Tekoa bloeien. Meer mensen kwamen naar onze nederzetting en we lieten echte huizen bouwen. 

"Momenteel wonen hier 400 mensen uit 17 verschillende landen, zowel zeer religieuze als niet-religieuze joden. Daarnaast wonen hier 20 gezinnen die kortgeleden uit de Sovjet-Unie zijn geëmigreerd. Zij leren hier Hebreeuws en maken kennis met het Israëlische leven. Zij wonen nu in caravans, als zij besluiten hier te blijven verhuizen zij naar meer permanente woningen". 

Mevr. Rokeah geeft een rondleiding door de nederzetting. Er zijn een aantal kleine industrieën opgezet en een Franse familie verbouwt wijndruiven. Er is een synagoge, een crèche en een lagere school. De watertank is het hoogste punt in de nederzetting. "Het leger heeft voor ons twee waterputten geslagen onderaan de heuvel. De Bedoeïenen die rondom Tekoa wonen krijgen nu water via ons waterleidingssysteem. Dit is onze levensverzekering: zolang zij van ons water afhankelijk zijn zullen zij het water niet vergiftigen."  

Er is een groot tekort aan huizen in Tekoa. Mevr. Rokeah vertelt dat de woningbouw als gevolg van de Golfoorlog stil heeft gelegen. Aangekomen bij het bouwterrein waar verschillende huizen in aanbouw zijn wordt duidelijk waarom; alle bouwvakkers zijn Palestijnen. Sinds het uitbreken van de oorlog tot het staakt-het-vuren bevond de Palestijnse bevolking zich onder een 24-uurs uitgaansverbod. "Wij hebben de regel dat al het werk in Tekoa door onszelf gedaan wordt, ook het schoonmaken van de openbare gebouwen en het werk in de fabriekjes. Alleen voor de woningbouw nemen we Arabieren in dienst, omdat die weer weggaan als de huizen klaar zijn." 

In het huis van de familie Rokeah praten we over de verstandhouding met de bevolking buiten de nederzetting. "Wij hebben veel last van de Arabieren als we met de auto naar Jeruzalem rijden. Iedere keer als ik naar Jeruzalem wil gaan maak ik de afweging of 't het wel waard is. Regelmatig worden onze auto's bekogeld met stenen. Mij n zoon heeft al zes keer een nieuwe voorruit moeten kopen. Goddank is nog niemand in Tekoa gewond geraakt door de stenen". 

"ZELFVERDEDIGING"  

Mevr. Rokeah vertelt over de gebeurtenissen van 18 februari, toen Boaz Moscowitz, bewoner van Tekoa, om ongeveer 19.30 uur Beit Sahour passeerde. De weg van Tekoa naar Jeruzalem gaat door een buitenwijk van Beit Sahour, een Palestijns stadje met ongeveer 10.000 inwoners. 

"Boaz reed door Beit Sahour toen zijn auto werd bekogeld met stenen. Misschien waren zijn banden ook lek gemaakt, in ieder geval stapte hij uit en schoot met zijn geweer in de lucht om de Arabische stenengooiers te verjagen. Hoe het kan weet ik niet, maar een kogel ging niet recht omhoog en raakte het dak of plafond van een huis. De kogel ketste af, veranderde van richting en raakte een jongen. De jongen is later aan zijn verwondingen overleden." 

Mevr. Rokeah begrijpt niet waarom de ouders niet gewacht hebben zodat het leger voor medische hulp kon zorgen. "De familie heeft de vreemde beslissing genomen om eerst helemaal naar het ziekenhuis in Hebron te reizen. Vandaar zijn ze weer terug gereden om naar het ziekenhuis in Jeruzalem te gaan, maar toen was het al te laat. De jongen is gestorven voordat hij het ziekenhuis bereikte." 

Mevr. Rokeah laat op geen enkele manier haar medeleven blijken ten aanzien van de dood van Salem. Soldaten hebben getuigen van de schietpartij naar Tekoa gebracht die Boaz Moscowitz identificeerden als de schutter. Hij werd gearresteerd en zijn M16 machinegeweer werd in beslag genomen. "Hij schoot uit zelfverdediging", zegt Mevr. Rokeah, "Daarom mocht hij weer naar huis terugkeren." 

DE PALESTIJNEN 

In Beit Sahour spreek ik met de familie van Salem Djalal Muslah. Het huis ligt aan een kruispunt van wegen. In het huis van de buren zijn de mannelijke. familieleden verzameld. Aan de muur hangt een grote Palestijnse vlag waarop de foto van Salem is geplakt. We drinken kleine kopjes bittere koffie als teken van rouw. Dan begint de vader van Salem te vertellen wat er die 18e februari gebeurde. 

"Het was het begin van de avond. Iedereen was thuis want er gold nog steeds een 24-uurs uitgaansverbod in de bezette gebieden. Salem was met zijn moeder in de keuken toen er plotseling geweerschoten klonken. De kogels raakten eerst het huis van de buren. De watertank op het dak werd lek geschoten en twee kogels sloegen in de voorgevel." 

"Salem stond in de verlichte keuken en keek door het raam om te zien wat er gebeurde. Een kogel kwam recht door het keukenraam en raakte Salem in het hoofd. Mijn vrouw raakte gewond in haar gezicht door rond vliegende glassplinters. Salem bloedde hevig, we hebben hem onmiddellijk in een auto gelegd en zijn naar het dichts bijzijnde ziekenhuis in Bethlehem gereden. Daar heeft men hem eerste hulp gegeven en is hij verder vervoerd naar het Makassid-ziekenhuis in Oost-Jeruzalem (het Makassid-ziekenhuis is het enige Palestijnse ziekenhuis in de bezette gebieden dat gecompliceerde verwondingen kan behandelen). Salem was heel ernstig gewond, hij stierf voor we Oost-Jeruzalem bereikten." 

Enige tijd na de schietpartij arriveerden Israëlische soldaten die een onderzoek instelden naar de fatale schietpartij. Andere soldaten drongen het huis van de getroffen jongen binnen. Het huis werd overhoop gehaald en de gezinsleden geïntimideerd. 

VERSTOORDE BEGRAFENIS 

De volgende ochtend werd Salem teruggebracht naar Beit Sahour om begraven te worden. Uit angst dat de soldaten zijn lichaam zouden komen opeisen werd Salem ergens anders verborgen gehouden. Soldaten kwamen en uitten bedreigingen. Uiteindelijk heeft de familie het lichaam overgedragen aan het leger, op voorwaarde dat de familie een begrafenis mocht organiseren. In Abu Kbir, in Israël, is autopsie verricht en dezelfde avond werd het lichaam terugbezorgd bij de familie. 

Ondanks de afspraak mocht de familie geen officiële begrafenis organiseren. De begrafenis moest nog diezelfde avond, na twaalf uur 's nachts, plaatsvinden en slechts twintig familieleden kregen een vergunning om ondanks het uitgaansverbod de begrafenis bij te wonen. [Dit is de standaard procedure in de bezette gebieden, red. NN]  

De kerk vulde zich echter met Salems vrienden en buren. Soldaten kwamen de kerk binnen, stopten de begrafenisdienst en bevolen alle mensen zonder vergunning de kerk te verlaten. Uiteindelijk moesten 60 mensen de kerk verlaten voordat de soldaten vertrokken. Toen Salems kist naar de begraafplaats werd gedragen kwamen de buren en vrienden weer te voorschijn en gezamenlijk is de begrafenis voltrokken. 

ONDERZOEK DOOR VREDESAKTIVISTEN  

In de loop der jaren is een hechte band ontstaan tussen de bevolking van Beit Sahour en Israëlische vredesactivisten. Daarom hebben zij een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren door Israëlische advocaten. Uit hun bevindingen is gebleken dat op het moment dat Boaz Moscowitz Beit Sahour passeerde niemand op straat was en er geen sprake was van het gooien van stenen. Wel lagen er 5 à 6 stenen op de weg. 

De bestuurder stapte uit de auto en schoot tweemaal in de lucht. Hij verwijderde de stenen met zijn voet, liet zijn geweer op de auto leunen en richtte op de huizen tegenover hem. Eén kogel raakte een watertank op het dak en twee kogels sloegen in de gevel van het huis. De laatste kogel richtte hij op het verlichte raam van het huis ernaast.  

Volgens de samenstellers van het rapport is het aannemelijk dat hij de bewoners van het huis heeft kunnen zien. Daarnaast heeft de familie van Salem onmiddellijk alárm geslagen. Het geschreeuw alarmeerde buren tot 200 meter in de omtrek. Het is daarom waarschijnlijk dat ook de schutter dit gehoord heeft. Hij is echter in zijn auto gestapt en is naar huis gereden.  

De resultaten van dit onderzoek zijn overlegd aan de militaire coördinator voor de westelijke Jordaanoever, Generaal Dan Rothschild. Moscowitz is echter op borgtocht vrij gelaten. Aan zijn verklaring word t meer waarde gehecht dan aan Palestijnse ooggetuigenverklaringen. Salems vader over de toekomst: "Al bijna twee maanden hebben we niet gewerkt, ons geld is op. We kunnen niet naar Oost-Jeruzalem omdat we geen vergunning hebben." 

De verbittering over de Westerse houding in de Golf-crisis is groot. "Zie hoe snel de VN-resoluties ten aanzien van de bezetting van Koeweit zijn uitgevoerd. Wij leven al 23 jaar onder de Israëlische bezetting. Niemand maakt zich druk over de VN-resoluties ten aanzien van de Israëlische terugtrekking uit de bezet te gebieden." Weer is een Palestijns kind doodgeschoten door een Israëlische burger. Voor Salems ouders, Beit Sahour en de bezette gebieden is de oorlog nog niet afgelopen. 

Marie Thamm

Ramallah, Westelijke Jordaanoever

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991