Naar archief

UIT: NN #81 van 4 april 1991   

Onderdrukking marokko gaat onverminderd voort 

Een jaar geleden schreven we in NN een stuk over de onderdrukking in Marokko. Het artikel was gebaseerd op een rapport van Amnesty International en een gesprek met iemand van de Marokkaanse studentenorganisatie UNEM. We zijn een jaar verder en er is een nieuwe rapportage over de mensenrechtensituatie in Marokko; de voorkant belooft een inhoud over langdurige hechtenis voor gewetensgevangenen (1), oneerlijke processen, martelingen en verwaarlozing (in het Engels de eigenlijk onvertaalbare term "ill-treatment") en verdwijningen. Dit artikel is in hoofdzaak gebaseerd op een vertaling van één stuk uit de rapportage van Amnesty. Het gaat over de omstandigheden waarin een flink aantal ex-militairen worden vastgehouden die in 1971 en '72 probeerden coups tegen de Hassan-monarchie te plegen. Het stuk laat het onderdrukkingssysteem in haar uiterste vorm zien en de intimidatie die er van uit gaat. Na de vertaling nog een kort overzicht van de inhoud van de rest van de brochure.   

In het vooruitzicht van de dood 

1980... 

'Een gruwelijke dood wordt ons langzaam toegebracht, beetje bij beetje. Sinds we in dit donkere hol arriveerden zijn we niet één dag buiten in de zon geweest... Honger, duisternis en vuil, eenzaamheid en ziektes... Met als resultaat dat een kwart van onze kameraden is gestorven onder de slechtst mogelijke omstandigheden: de gevangene kreunend, alleen, dan langzaam stervend in het vuil zonder iemand die hem een glas water brengt. Dan wordt hij in een vieze deken gewikkeld en op de binnenplaats van de gevangenis begraven... Wat betreft de gevangenen die overleven, er zijn er die de hele dag moeten blijven liggen en anderen die gedesoriënteerd bewegen in alle vier de richtingen - desintegrerende botten, een uitgebleekte huid.' 

In deel van een brief die in 1980 uit de Tazmamert gevangenis werd gesmokkeld 

Meer dan zestig mannen zijn het doelwit van extreem wrede en onderdrukkende gevangenisomstandigheden, in sommige gevallen meer dan 15 jaar nadat ze hun opgelegde straf hadden uitgezeten. Er lijkt maar één verklaring te zijn voor hun behandeling: wraak. Ze blijven in gevangenschap ondanks dat de meesten hun tijd hebben uitgezeten. 

Deze gevangenen, veroordeeld in 1972, allen militairen die worden beschuldigd van betrokkenheid bij pogingen tot een staatsgreep tegen Koning Hassan II in 1971 en '72. Sommige officieren werden direkt geëxecuteerd, 11 anderen kregen doodstraffen en werden twee maanden later gedood, en 106 kregen gevangenisstraffen variërend van 1 jaar tot levenslang. 

In 1973 werden 61 van de gevangenen, die allen waren veroordeeld tot drie of meer jaar, van de Kentira gevangenis overgebracht naar Tazmamert, een afgelegen fort aan de rand van de woestijn in het oosten van het land. Een van hen beschrijft wat er gebeurde in een in 1980 uit de gevangenis gesmokkelde brief:  

'De memorabele nacht van 7 augustus 1973 veranderde ons leven. We werden ruw gewekt en zonder waarschuwing stevig gebonden en geblinddoekt en vervolgens als zakken in militaire vrachtwagens gekwakt die ons naar de luchtbasis brachten. Twee militaire vliegtuigen vlogen ons alsof we pakketten waren naar Ksar es Souk waar andere militaire vrachtwagens ons inlaadden en ons op een zelfde manier vervoerden naar de gevreesde gevangenis van Tazmamert. Toen we 's ochtends aankwamen werden we uitgekleed en onmiddellijk naar onze betonnen cel gevoerd waar we alleen werden opgesloten, om er nooit meer uit te komen.' 

De brief beschrijft de cel als vier vierkante meter zonder frisse lucht of licht en stinkend door de slechte sanitaire situatie. In de zomer worden het 'ovens', in de winter zijn het 'vrieskisten'. 'De bedden van de gevangenen, die zij delen met muggen en kakkerlakken, de onbetwiste heersers over het oord, bevatten twee door de motten aangevreten dekens op een kale stenen ondergrond. Er komen schorpioenen voor. Soms jagen er slangen op ratten in de gang tot groot plezier van de met stokken bewapende bewakers.' 

Het eten en drinken werd beschreven als koude koffie, een half uitgedroogd of verrot brood, en 'afwaswater dat soep wordt genoemd'. 'Het uitdelen van twee sardines en een gekookt ei na vele jaren gevangenschap was een grote gebeurtenis voor ons en was het enige onderwerp van gesprek gedurende een aantal weken.' Onbevestigde berichten melden dat inmiddels 24 gevangenen zijn bezweken als gevolg van deze omstandigheden en de brute behandeling.  

De naar buiten gesmokkelde brief beschrijft hoe twee gevangenen hun laatste dagen doorbrachten: 'Een kameraad die in uitstekende gezondheid was vertelde ons dat zijn neus hevig bloedde; later vertelde hij ons dat zijn benen hem niet meer konden dragen. De bewakers openden en sloten slechts zijn deur - het interesseerde ze niet of hij at of niet. [De gevangene] raakte gedeeltelijk en daarna volledig verlamd.  

Toen hij niet langer sprak wikkelden ze hem in een deken en brachten hem naar buiten. Een paar minuten later brachten ze hem terug en lieten hem achter op de ijskoude vloer van zijn cel. 'We hebben hem een spuitje gegeven', zeiden ze. De volgende dag blies de kameraad zijn laatste adem uit. Ze kwamen met maskers op vanwege de stank, trokken zijn vodden uit en begroeven hem zonder enige religieuze ceremonie op de binnenplaats. We ontdekten later dat het 25 oktober 1977 was. 

'Op 2 januari 1980 overleed een tweede kameraad op een zelfde manier als de eerste. Een derde ligt op sterven; drie anderen zijn dodelijk ziek en half verlamd, de rest van ons heeft minstens drie verschillende ziektes.... Dat is onze huidige situatie - het vooruitzicht van de dood achtervolgd ons dag en nacht.' 

Tien jaar later werd een nieuwe brief de gevangenis uitgesmokkeld. De brief beschrijft dat het lijden van de gevangenen onverminderd doorgaat. 

'Het gevangenisregime is bloedig en hardvochtig, een instrument van georganiseerde genocide. De gevangenen zijn onderworpen aan de ergste vormen van marteling en vervreemding, eindigend in een langzame en gruwelijke dood.... De bewakers zijn sadisten en zonder wroeging. Ze bekonkurreren elkaar om te.zien wie het ergste is, ze slaan ons met hun knuppels en houden zonder enige reden ons voedsel achter voor periodes van vier tot vijftien dagen. Elke klacht wordt bruut onderdrukt.' 

Geen van de 61 gevangenen die naar Tazmamert zijn overgebracht is vrijgelaten alhoewel minstens 49 van hen vrijgelaten hadden moeten worden nadat ze hun straf hadden uitgezeten. De autoriteiten beweerden tegenover afgevaardigden van Amnesty International in 1990 dat de gevangenen wiens straffen waren verstreken onder huisarrest waren geplaatst, voor hun eigen veiligheid. De autoriteiten laten echter nog steeds geen familieleden toe tot de gevangenen en ze worden nog steeds in afzondering gehouden. 

'Zelfs de minste hulp voor degenen die sterven, zelfs een glas water, wordt geweigerd.... Op een keer vroegen we om hulp voor een van ons die op het punt stond te sterven. De commandant van het kamp zei 'dat we wel zouden zien hoe hij ons zou laten kronkelen als reptielen'. Daarna zij hij tegen de bewakers: 'Vertel me nooit meer dat een van hen sterft'' 

Uit een brief die in 1990 uit Tazmamert werd gesmokkeld. 

Verdere inhoud van het rapport: 

Het rapport begint met wat geografische gegevens over Marokko en een inleiding over de mensenrechtenschendingen in dat land onder de titel 'Staatswraak en repressie'. Die inleiding eindigt met de opmerking dat 'Amnesty sinds maart 1990 word t verhinderd om onderzoek te doen in Marokko, maar dat de staat niets doet om de misstanden te beëindigen. De tijd voor aktie is lang aangebroken.' 

Daarna een stuk achtergronden, met de geschiedenis van het verzet tegen het regime en de onderdrukking daarvan. Ook is aandacht voor de bezetting van de Westelijke Sahara en de onderdrukking van de Saharanen. Mensen vasthouden terwijl hun gevangenisstraf is afgelopen blijkt vaker voor te komen. Daarna een stuk over oneerlijke processen, vervolgens over martelingen. Dit komt grotendeels overeen met het rapport wat we gebruikten voor het artikel in NN vorig jaar (NN #55).  

Als laatste stukken over verdwijningen en doodstraffen. Over verdwijningen werd al geschreven in NN, in één van de stukken over de Westelijke Sahara (NN #74 & #75). Er loopt een kampagne van het Polisario Komitee om verdwenen Saharanen te adopteren (zie NN #80) Het rapport toont de gruwelijkheden van het Marokkaanse onderdrukkingssysteem, we hopen dat mensen aktie willen ondernemen om te proberen deze terreur te stoppen. Amnesty raadt aan brieven te schrijven naar Koning Hassan. Die moeten naar: His Majesty King Hassan II Palais Royal Rabat Morocco. 

Er is in Nederland ook een ambassade van Marokko..... 

Meer informatie:

Amnesty International Keizersgracht 620 Antwoordnummer 10840 Amsterdam telefoon: 020-6264436 

Noten:

Gewetensgevangenen zijn mensen die vastzitten terwijl zij zich nooit met gewelddadige akties hebben beziggehouden, zoals schrijvers of vakbondsmensen. Gewetensgevangenen worden door Amnesty aktief ondersteund.  

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991