Naar archief

UIT: NN #80 van 21 maart 1991   

Niets is meer zeker in irak 

Er zijn geen opvallende militaire stappen ondernomen door de koalitie strijdkrachten, behalve een verschuiving van een aantal Amerikaanse troepen binnen het wapenstilstandsgebied. Wel er is al een begin gemaakt met het terugtrekken van de Amerikaanse legermacht. Een deskundige schatte dat dit zeven maanden kon gaan duren maar dat is een technische inschatting waar flink mee gespeeld kan worden al naar gelang de stand van zaken in de onderhandelingen over de toekomstige veiligheidsstruktuur. Het Amerikaanse Army Corps of Engineers zal misschien wat langer aanwezig zijn: het heeft een contract afgesloten met de Koeweitse regering voor de uitvoering van herstelwerkzaamheden. 

Zoals door Minister Cheney al gemeld blijven in ieder geval substantiële marine strijdkrachten (vliegdekschip plus escorte schepen) plus het materiaal voor een zware divisie achter. Ook zal er regelmatig geoefend worden samen met bondgenootschappelijke strijdkrachten: waarschijnlijk Koeweit, Egypte en Saoedi-Arabië.  

De nadruk ligt echter op het 'onzichtbaar' houden van de Amerikaanse interventiemacht omdat ook de VS leiding wel door heeft dat ze geen populariteit wedstrijd zouden winnen in het Midden Oosten na het afslachten van om en nabij 100.000 Arabische soldaten en burgers. Sterker nog: een te zichtbare aanwezigheid zou wel eens tot grote weerstand onder de bevolkingen van de betrokken staten kunnen leiden. Er kunnen trouwens nog steeds grote problemen komen gedurende Ramadan (begint 17 maart) en tijdens de pelgrimstocht periode, de Hajj in juni. 

Van groot belang voor de regio is de strijd die in Irak gevoerd wordt tussen de regering van Saddam Hoessein en Shi'ietische en Koerdische opstandelingen. Halverwege maart leken de schaarse berichten er op te wijzen dat de Koerden een aantal sukses sen hadden bereikt in het noorden, terwijl de Shi'ieten in het zuiden langzaam verslagen werden door de zeer bloedige repressie van de overgebleven Garde eenheden van het Iraakse leger. Een deel van het dienstplichtigen leger is overgelopen naar de rebellen met medeneming van zwaar materiaal: dit verklaart de zware gevechten in en rondom Basra.  

Iets soortgelijks is in het noorden gebeurt waar het regeringsleger dermate in het nauw zit dat men is overgegaan op het massaal gijzelen van de burger bevolking. De militaire strategie van Saddam Hoessein lijkt te zijn om ten eerste Bagdad te beveiligen, ten tweede de Shi'ietische opstand neer te slaan en daarna de Koerdische. Hij heeft niet meer de strijdkrachten om alle drie tegelijk te doen. 

DE POLITIEKE VERWIKKELINGEN  

Toen de Amerikaanse regering ergens in het voorjaar van 1990 het plan opvatte om Saddam Hoessein omver te werpen en de militaire kracht van Irak te breken moeten de plannenmakers zich zeer bewust zijn geweest van de enorme risico's die ze liepen. Er zou immers een dusdanige puinhoop kunnen ontstaan dat ook het centrale Amerikaanse doel, het behalen en bevestigen van de Amerikaanse overheersing in de regio, gevaar kon lopen. Een jaar later zullen de eerste onrustgevoelens zich meester beginnen te maken van dezelfde kille plannenmakers. 

Zeker, de Amerikaanse doelen zijn voor een deel bereikt: de Irakese militaire en dus ook politieke macht is gebroken. Het probleem doet zich echter voor dat er grote onzekerheid bestaat over de identiteit van de toekomstige machthebbers van Irak. De Amerikanen willen in ieder geval niets te maken hebben met een regering geleid of sterk beïnvloed door de Shi'ieten, aangezien dit tot verdere progressieve veranderingen in de regio kan leiden. Hierin zijn ze het eens met Rafsanjani van Iran, die geen revolutie in Irak kan gebruiken omdat dit de Iraanse fundamentalistische oppositie zal versterken. Iran wil haar relaties met het Westen verbeteren, iets wat ze overigens gemeen heeft met Ozal van Turkije. 

Om die reden lijkt er lijkt nu een soort gekoördineerde 'damage control' operatie onderweg: de Iraanse regering weigert net als de Amerikaanse reële steun aan de opstandelingen in het zuiden, met de bedoeling dat deze worden verslagen door de bijzonder hard optredende Republikeinse Garde. In het noorden geeft Turkije niet-militaire hulp aan de Koerden en erkent hun politieke belang, in ruil voor een garantie van hun kant om de Turkse Koerden niet bij de strijd te betrekken.  

Tegelijkertijd waarschuwt de Amerikaanse regering de Irakese regering om geen vliegtuigen in te zetten tegen de opstandelingen. Om die waarschuwing kracht bij te zetten schoten ze op 20 maart ook een vliegtuig van de Iraakse luchtmacht neer. Tegelijkertijd geven de Amerikanen Saddam Hoessein de ruimte om met zijn gevechtshelikopters napalm en fosforbommen op de rebellen af te werpen. 

Er is een verklaring voor deze schijnbare tegenstrijdigheid. De Amerikaanse regering wil het liefst een pro-westerse regering in Bagdad, maar kunnen dit niet openlijk bewerkstelligen vanwege de tegenstand van onder andere de Iraanse en Syrische regeringen. Een te uitdrukkelijke bemoeienis in de binnenlandse politiek zou de afkeer van veel arabieren van de Amerikanen nog verder doen toenemen en een verdere aanleiding zijn voor diverse groeperingen om iets te ondernemen tegen het Amerikaanse bezettingsleger.  

Aan de andere kant is een overwinning van de Shi'ieten en de Koerden ook onaanvaardbaar: dit geldt voor de Syrische, Turkse en Amerikaanse regering, evenals de Iraanse. Dus blijft over de vervanging van Saddam Hoessein na een burgeroorlog waarin de verschillende groeperingen elkaar zoveel mogelijk hebben verzwakt of eventueel het handhaven van een verzwakte regering onder Saddam Hoessein. 

Als de oorlog uitloopt op een nederlaag van de Baath partij wordt het grote probleem voor de Amerikanen de tijdsplanning: op welk ogenblik kan er ingegrepen worden? Om niet alles aan het toeval over te laten is de CIA begonnen met het opleiden van gedeserteerde Irakese troepen en krijgsgevangenen in twee kampen bij Dhahran in Saoedie-Arabië. De kampen zouden zijn bezocht door generaal Hassan Naqib, een voormalig plaatsvervangend chef-staf van het Irakese leger die al 14 jaar in Damascus woont.  

Het lijkt heel goed mogelijk dat de Amerikanen in deze generaal hun troefkaart zien uit te spelen op het ogenblik dat Saddam Hoessein omver wordt geworpen. Het zal dan zaak zijn om deze figuur en zijn troepen in Irak in te zetten zodat in ieder geval een deel van de regeringsmacht in pro-Amerikaanse handen valt. De grote vraag voor de Amerikanen is of dit snode plannetje wel kan lukken. 

De opstand heeft zijn eigen dynamiek die al snel kan omslaan in een revolutie zoals die in Iran plaatsvond in 1979. De fundamentalistische vleugel van de oppositie in dat land lijkt de laatste week bezig meer steun aan de opstandelingen in het zuiden van Irak te geven. Het opzetten van een alternatieve regering voor die in Bagdad door de hoogste religieuze Shi'ietische leider in Irak, Grand Ayatollah Qassem Khoii, wijst erop dat de opstand ook in het zuiden doorgaat en zich blijkbaar gesteund weet vanuit Iran. 

Helaas is er geen enkel uitzicht op enige reële verbeteringen in de omstandigheden van de Irakese bevolking. Na het doorstaan van de massale bombardementen krijgen mensen nu ook te horen dat veel van hun familieleden niet meer terug zullen komen van het front. Bovendien sterven nog steeds duizenden mensen, niet alleen als gevolg van de gevechten en slachtpartijen aangericht door het Irakese leger maar ook door de erbarmelijke omstandigheden in het land.  

Richard Reed, een rapporteur van de UNICEF, melde op de BBC-radio dat er een onmiddellijk gevaar is van massale sterfte door ziektes zoals diarree: een direkt gevolg van het kapot bombarderen van de waterleiding installaties door de Amerikaanse luchtmacht. Als deze uitzichtloze situatie zich voortzet, terwijl tegelijkertijd de strijd om de macht voortgaat, zit het er in dat Saddam Hoessein verwijderd wordt, al was het maar omdat zoveel van de betrokken partijen er belang bij hebben.  

Karel Koster (AMOK)   

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991