UIT: NN #80 van 21 maart 1991
KAGO gaat door
Zaterdag 18 maart werd in Amsterdam een conferentie gehouden van het Komitee Anti Golf Oorlog (KAGO). Bedoeling van de dag was om te discussiëren over diverse aspecten van de Golfoorlog en over de toekomst en het perspectief van het KAGO. Het werd een geslaagde dag die door een kleine 300 mensen werd bezocht.
De dag werd gestart met een algemene inleiding over de Golfoorlog. Daarna werd uiteengegaan in 9 themagroepen. We gaan hier nier verder op in omdat op deze termijn geen goed verslag te geven is. We zullen hier over een aantal weken op terugkomen als het verslag van de dag af is.
Na een pauze volgde na een inleiding een plenaire discussie. Die moest een beoordeling van de huidige situatie geven, de perspectieven van de anti-oorlogsbeweging weergeven en duidelijkheid scheppen over de rol van het KAGO in de toekomst. Die inleiding volgt hieronder, erna gaan we in op de discussie die volgde. De inleiding werd gehouden door Ernst van Lohuizen van de SAP.
1. inleiding: Hoe verder?
Gezien wat er nu gaande is in het Midden-Oosten, een werkelijke oplossing voor de problemen is verder weg dan ooit, is het duidelijk dat we door moeten gaan. Een basis daarvoor leggen we hier op deze konferentie. Ook door inhoudelijke diskussie over de vele ingewikkelde problemen waar we ons als anti-oorlogsbeweging voor zien staan.
Tegelijkertijd zal duidelijk zijn dat we niet op dezelfde voet door kunnen gaan als KAGO deed tussen 1 september en begin maart. Onze perspektieven komen nu de oorlog voorbij is behoorlijk anders te liggen. Daarom is het misschien goed nog even terug te halen wat we met KAGO voor ogen hadden, welke rol KAGO tot nu toe in de anti-interventie- of anti-oorlogsbeweging heeft gespeeld.
Half augustus vorig jaar werden de voorbereidingen tot de oprichting van KAGO getroffen. Op 1 september was de eerste bijeenkomst bij AMOK, in september hielden we onze eerste demonstratie. Ons doel was om een zo breed mogelijke beweging tegen de westerse interventie op te bouwen. Wij gingen er daarbij vanuit dat er a) op oorlog afgestevend werd en b) dat zo'n oorlog een bloedige en misschien wel langdurige oorlog zou zijn.
Het unieke van KAGO is misschien wel dat zij als koalitie van radikale vredes- en antimilitaristiese organisaties, anti-imperialistiese organisaties, politieke partijen en migrantenorganisaties het voortouw in de beweging heeft genomen en de katalysator heeft gevormd van een brede beweging. Door niet alleen ons eigen gelijk na te streven, maar ook te pogen een zo breed mogelijke beweging tegen de oorlog te vormen, met daarin KAGO als radikale komponent zijn we erin geslaagd in het centrum van de beweging te blijven staan, ook toen de demonstraties in december en januari een breder karakter kregen.
En, zwak als de beweging in Nederland gebleven moge zijn, het is niet niks wat we in een half jaar voor elkaar hebben gekregen. Zonder KAGO zou er geen beweging zijn geweest. KAGO oefende wel degelijk een druk uit op allerlei organisaties om zich, zij het schoorvoetend, tegen de oorlog en de Nederlandse deelname in te schakelen. Bovendien is het KAGO geweest die het meest duidelijk de solidariteit tussen de onderdrukten hier en in het Midden-Oosten heeft belichaamd. Door onverkort voor het recht op zelfbeschikking op te komen en door in de praktijk te laten zien dat migranten en Nederlanders voor dezelfde zaak strijden.
2.
Eind februari had de koalitie haar doelen bereikt en verklaarde George Bush de oorlog voor beëindigd. Terwijl we gefrustreerd zitten te kijken naar de nasleep van deze smerige oorlog; naar de ellende in Irak en elders enerzijds en naar het walgelijke triomfalisme in het westen anderzijds, moeten we verder. De noodzaak om verder te gaan is evident, maar we moeten vaststellen dat niet alleen het Iraakse volk en alle onderdrukten in het Midden-Oosten en breder gezien: de hele Derde Wereld een nederlaag hebben geleden.
Ook wij ais anti-oorlogs-, als vredesbeweging als links in Nederland en elders hebben een nederlaag geleden: We hebben dit bloedbad niet weten te stoppen. Dat maakt dat we onze perspektieven moeten bijstellen. Dat maakt dat de politieke marges om een brede beweging op te bouwen ernstig zijn versmald. Voor velen, zoals de Initiatiefgroep Geen Oorlog in de Golf was het staakt het vuren reden om met aktievoeren te stoppen. Ook in onze eigen gelederen hebben veel mensen een behoorlijke knauw gekregen door het gemak en de hypokrisie waarmee het westen het Iraakse volk platwalste.
Betekent het dat alles voor niets is geweest? Uiteraard niet. Niet alleen hebben we in Nederland een basis gelegd voor samenwerking tussen allerlei organisaties en groeperingen: in heel de wereld is er een beweging opgebouwd. Akkoord, wereldwijd zijn we er niet in geslaagd de imperialistiese agressie tegen te houden. Maar beweging was en is er wel degelijk.
Zeker met het oog op de toekomst, rekening houdend met het feit het westen zo zelfverzekerd is, dat, zoals Newsweek het noemde, het Vietnamsyndroom in de Koeweitse woestijn is begraven is dat belangrijk: we moeten ernstig vrezen dat we een nieuwe periode van agressie tegen allerlei derde Wereldlanden tegemoet gaan. Daarom is het belangrijk dat er een koalitie zoals KAGO bestaat, die lessen uit deze oorlog kan trekken en haar perspektieven erop af kan stellen.
3. Hoe verder?
De noodzaak om verder te gaan is overduidelijk. Wie niet ziet dat de ellende in het Midden-Oosten alleen maar groter is geworden, is stekeblind. Saddam Hoessein, de Hitler van gisteren, wordt vandaag alweer door het westen gedoogd als zijnde de enige die een het westen welgevallige stabiliteit in Irak kan garanderen. De koalitie die voor de "bevrijding van Irak vocht, laat rustig toe hoe Sji'ieten in het Zuiden en Koerden in het Noorden door Saddams leger worden afgeslacht. De Palestijnen, zowel in de door Israël bezette gebieden als die in Koeweit, leven onder de ergst mogelijke repressie. Nieuwe diktaturen zijn in de maak, oude worden opgevijzeld.
En aan de nadere kant zit een triomferend imperialisme, dat versterkt uit de oorlog is gekomen en zich opmaakt voor nieuwe interventies. En we gaan een periode van hernieuwde bewapening tegemoet. Het westen heeft eindelijk haar hele arsenaal aan nieuwe wapens kunnen testen. Zij pompt opnieuw het Midden-Oosten vol met haar wapens en maakt zich op, zoals in Nederland, om haar kapaciteit om in dergelijke situaties sneller in te kunnen grijpen te vergroten.
In de westerse landen hebben we te maken met een toegenomen racisme, bewust door de regeringen van de koalitie aangemoedigd. De media hebben er alles aan gedaan om dat beeld te versterken. Op dezelfde voet verder kan niet. We hebben te maken met veranderde krachtsverhoudingen. Gerust kunnen we stellen dat links, de vredesbeweging en de arbeidersbeweging op wereldschaal een stap terug heeft moeten doen.
Ons baserend op de drie uitgangspunten van KAGO ligt er een wereld aan taken om op te pakken. Er zijn stemmen opgegaan om KAGO om te vormen in een anti-interventie beweging die zich moet keren tegen toekomstig westers ingrijpen in de Derde Wereld. Er is terecht beargumenteerd dat we onze eigen oorlogsmachine moeten aanpakken. Dat we de Defensienota, waarin o.a. de interventiekapaciteit van het Nederlandse leger wordt vergroot, moeten aanpakken. Dat we aan solidariteit met de volken in het Midden-Oosten uitdrukking moeten geven, o.a. door in Nederland tegen racisme te vechten.
Dat is allemaal waar, ongetwijfeld. Maar op de eerste plaats moeten we ons blijven bezig houden met de nasleep van de oorlog. We moeten ons er van bewust zijn dat de effekten van deze oorlog de politieke situatie nog zeer lang zullen blijven beïnvloeden. Of we willen of niet. Het gaat erom, nu er meer smerige feiten over deze oorlog bekend worden, lessen te trekken. Ook uit een nederlaag moeten we lessen trekken wil ons verzet niet voor niets geweest zijn.
Dat betekent in de eerste plaats dat we aan een zo breed mogelijk publiek moeten duidelijk maken dat er niet zoiets als een schone oorlog bestaat. Dat betekent dat we aan onze partners in de Initiatiefgroep en elders duidelijk moeten maken dat dit geen incident was, maar vaker voor kan komen. En dat het nodig is om in een zo vroeg mogelijk stadium te beginnen een beweging op te bouwen. Dat je je niet in de luren moet laten leggen door ronkende VN-resoluties en degelijke.
Solidariteit met de onderdrukten in het Midden-Oosten betekent dat, waar zich mogelijkheden voordoen, aktieve solidariteit wordt betoond met de strijd van het Koerdiese volk en met de Palestijnse Intifada. Het betekent ook dat we niet alleen maar aktieperspektieven moeten zoeken. Dat zal zeker niet altijd makkelijk zijn. We moeten ook doorgaan met het voeren van een aantal inhoudelijke diskussies, zoals we hier vandaag doen. Om in de toekomst beter bewapend te zijn.
Konkreet
Ook voor KAGO geldt dat een deel van hetgeen ons verbindt, de gezamenlijke strijd tegen de oorlog, voorbij is. In de oorlog zijn veel verschillende problemen bij elkaar gekomen. Veel groepen en organisaties zullen zich weer vooral met hun eigen terrein bezig gaan houden. Met de toestand in Turkije, met het Nederlands militarisme, met akties tegen racisme. Daarom moeten we doorgaan, maar er ook duidelijk over zijn dat we dit in een andere situatie, met andere perspektieven, doen. Dat we op een wat lager pitje zullen draaien.
Het heeft geen zin onszelf te proberen voorbij te hollen en de ene aktie na de andere te gaan voeren. Voorlopig gaan we als KAGO landelijk door; we stimuleren het als plaatselijke platforms willen blijven doorgaan. Vooralsnog streven we er ook naar door te gaan met het KAGO-infobulletin. Wellicht komt er nog een aktiegolfkrant. Het betekent echter ook dat KAGO versterkt moet worden.
Tot zover de inleiding van het middagprogramma over de toekomst van KAGO. Het eerste punt wat in de diskussie naar voren kwam was de pers en de mogelijkheid tot beïnvloeding daarvan. Er werd door sommigen honend over gedaan maar er werd betoogd dat meer invloed kan worden uitgeoefend door het schrijven van ingezonden brieven. Die worden vaak niet geplaatst maar zijn een mogelijkheid om een andere mening naar voren te brengen.
Daarna werd kritiek geleverd op de in de inleiding beschreven nederlaag. Het praatje zou te negatief zijn en de poten onder onze eigen stoel vandaan zagen. Daarna werd doorgepraat over de toekomst. Of groepen door willen of met hun eigen bezigheden aan de gang willen, over een anti interventie, of anti-imperialisme, komitee. Uiteindelijk kwamen de volgende konkrete ideeën ter tafel die de lijn voor de (nabij) toekomst bepalen.
Het KAGO gaat door, vooralsnog onder dezelfde naam. Het gaat zich richten op de 'nasleep' van de oorlog, zelfbeschikkingsrecht van de volkeren in de regio en de (imperialistische) interventie in de regio. Konkrete aktiviteiten voor de toekomst zijn mobiliseren voor een demonstratie van zondag a.s. in Brussel (zie verder in deze NN) en het organiseren van steun voor de Iraakse bevolking (benefiet-manifestaties, geld inzamelen).
Er wordt gedacht aan de organisatie van een demonstratie voor zelfbeschikking van de Palestijnen en 1 mei initiatieven in het kader van de internationale solidariteit. Over een aantal maanden zal verder worden bekeken wat de toekomst van KAGO is, en of het wellicht door moet gaan onder een andere naam en met nieuwe intenties.