Naar archief

UIT: NN #80 van 21 maart 1991   

IRA proces 

Tot in je sokken wordt je gefouilleerd als je in Roermond het proces komt bijwonen tegen de vier verdachten van de IRA-moord op twee Australische toeristen. De stad is een vesting, de bewijsvoering is tot nu toe niet ijzersterk. "De aanslag vraagt om wraak" zegt de Officier van Justitie. Maar in geval van twijfel moet de verdachte vrijuit kunnen gaan.  

Roermond lijkt dezer dagen meer op Den Briel in de tijden van Alva, dan op het rustige Limburgse provincie stadje dat het jaren is en naar aller waarschijnlijkheid nog jaren zal blijven. Verbouwd tot een ware vesting, wacht de stad tot het moment dat de ongewone drukte weer zal verdwijnen, het moment dat Roermond weer zal worden ingenomen door de regelmaat en de voorspelbaarheid.  

En dat is gepland op 4 april: de dag dat de rechter uitspraak zal doen in de zaak tegen de vier vermeende leden van het Irish Republican Army (IRA) die verantwoordelijk worden geacht voor de moord op twee Australische toeristen die bij een aanslag van een IRA-commando in Roermond foutief voor Britse soldaten werden aangezien. 

Het is regenachtig en de wind waait hard wanneer in de vroege ochtend van 20 februari het proces tegen de vier -Donna Maguire, Gerard Harte, Sean Hick en Paul Hughes- voor de rechtbank van Roermond begint.  

De dag ervoor hebben de Noord-Ieren in een door hun raadslieden aangespannen kort geding een kleine overwinning behaald. De rechter besloot namelijk dat de vier, die iedere procesdag vanuit het Huis van Bewaring in Maastricht naar de rechtbank in Roermond worden vervoerd, de handen niet meer geboeid om de bovenbenen hoeven te dragen. Daar had de gevangenisdirectie in Maastricht prijs op gesteld zodat het vluchtgevaar tot een minimum zou worden beperkt. 

WONDERBAARLIJKE GAVEN 

Maar afgezien van het boeien om de benen blijft er nog genoeg over vond de rechter. De verdachten worden vervoerd in snelle, van kogelvrij donker glas voorziene zwarte Mercedessen. De handen van de verdachten zijn natuurlijk gewoon geboeid, ze moeten afgeplakte skibrillen dragen zodat ze tijdens de rit volslagen gedesoriënteerd zijn, en worden in de auto vergezeld van een vijftal leden van het speciale IRA onderzoeksteam. Dat zijn harde jongens, getraind om vuurwapengevaarlijken binnen enkele seconden uit een huis of een auto te plukken.  

Het zat dus wel goed met de vier. Ontsnappen was absoluut onmogelijk. Zelfs voor IRA-leden, aan wie over het algemeen door rechters, Officieren van Justitie en de pers zeldzame en wonderbaarlijke gaven worden toegedicht als het op ontsnappen aankomt. Officier van Justitie Laumen op de eerste procesdag over de extreme veiligheidsmaatregelen: "Er is toevalligerwijs gisteren een drugsdealer in Nederland uit een gevangenis ontsnapt middels een helikopter. De IRA maakt daar ook wel eens gebruik van. Je ziet dat alles mogelijk is en overal rekening mee moet worden gehouden".  

En gelijk had de Officier van Justitie. Het was immers op 31 oktober 1973 -slechts achttien jaar geleden dat de IRA gebruik maakte van een helikopter en enkele kopstukken van de organisatie voortijdig bevrijdde uit de Ierse 'Maze'-gevangenis. 

HET CIRCUS KOMT 

Door de straten van Roermond patrouilleert politie. Veel politie. Busjes rijden langzaam door de straten, langs het station en weer terug naar het centrum. Daar in het midden van de stad, ligt de rechtbank. De omgeving is in een straal van enkele honderden meters afgeschermd middels een grote ring van stalen hekken. Om de vijftig meter staan een aantal agenten opgesteld.  

Ze worden slechts vergezeld door jochies van tien of elf jaar die nieuwsgierig kijken richting rechtbank en de straten afspeuren op zoek naar de zwarte Mercedessen. De opwinding van de kinderen heeft het meeste weg van een "het circus komt in de stad gevoel". En wat maakt het hun uit, eindelijk valt er weer eens iets te beleven. 

Orders zijn orders. Geen auto, geen fietser wordt toegelaten, geen persoon komt door de afzettingen zonder dat er in de tassen is gekeken en er een identificatiebewijs is getoond. De afgezette straten rondom de rechtbank zijn zo goed als uitgestorven. Hier en daar beweegt zich een buurtbewoner en in een buurtcafé is alleen het rumoer van muziek te horen, gasten zijn er niet. 

Het ontsnappingsrisico mag dan door de autoriteiten tot een minimum zijn beperkt, justitie was en is doodsbang voor een bomaanslag op het gerechtsgebouw. Dus wordt geen auto de buitenste verdedigingsring door gelaten. In autobommen is de IRA altijd goed geweest denkt Justitie. Getuige het IRA precisie bombardement op de ambtswoning van de Britse premier John Major, ruim een maand geleden in Londen, lijkt de IRA zich echter weinig aan te trekken van zulke beperkende maatregelen. 

Toch lijkt een aanslag in Roermond zo goed als uitgesloten. De IRA, die na de aanslag vanuit Dublin haar excuses voor de fout aanbood en na de arrestatie van de vier ontkende dat het hier IRA-leden betrof, zou de vier daarmee in een ongelooflijk lastig parket brengen. Een IRA-bom tijdens het proces zou als indirect bewijs worden opgevat dat het hier wel degelijk om IRA-leden zou gaan. Wie zou in zo'n geval nog in de onschuld van de vier geloven? 

STAMHEIMMSFEER 

Toch doen zulke veiligheidsmaatregelen -met name als je in de rechtszaal weinig concrete bewijzen voor handen hebt- het altijd goed bij de buitenwereld en de media. Thuis vanaf de bank en voor de tv kijken naar opgefokte agenten, rondscheurende auto's en massa's wijkberen die met spiedende blikken de omgeving in de gaten houden; dat geeft een lekker en veilig gevoel. "En morgen gezond weer op" zie je de nieuwslezer denken. 

De Stamheimm-sfeer dat het hele proces uitstraalt wordt het dichtst benaderd bij het binnentreden van de rechtbank zelf. Een haag van politieagenten heeft zich in de directe omgeving van het gebouw opgesteld en bezoekers en journalisten worden een voor een binnengelaten. Niet in het gerechtsgebouw zelf, maar in twee aparte bouwketen waarin zich menig stripshow afspeelt. 

Hierbij is bijvoorbeeld het RARA-proces in Amsterdam kinderspel. Niets mag mee naar binnen. Ja, een pen (wordt consequent losgedraaid om te kijken of er afgezien van de vulling niets in zit) en een papiertje, om aantekeningen te kunnen maken, maar voor de rest verdwijnt alles keurig in plastic zakjes. Dan wordt er zeer uitvoerig gefouilleerd. Van top tot teen, en een zoom in een broek kan al voor opschudding zorgen.  

Na het fouilleren moeten de schoenen uit. Met de hand doorzoekt de agent de binnenkant van de schoen, daarna de zool en tenslotte worden de sokken bekeken op bommen en semtex. Nee, ze hebben nog niets gevonden, vertellen de ordehandhavers, en op dat schoenengedoe raken ze inmiddels al wat uitgekeken. weinigen schijnen geurvreters te dragen. 

BIRMINGHAM SIX 

De Birmingham Six zijn vrij, schetterde het BBC-nieuws. Eindelijk, na zestien en een half jaar onschuldig in de gevangenis te hebben gezeten op beschuldiging van een IRA-bomaanslag in 1974, lopen Paddy Hill, Hugh Callaghan, Gerry Hunter, Richard Mcllkenny, Billy Power en John Walker juichend en tierend uit de Old Bailey-gevangenis in Londen.  

Paddy Hill wandelt als eerste naar de klaarstaande luidspreker en schreeuwt naar de juichende massa mensen die de Birmingham Six welkom heet: "Ladies and gentlemen, zestien en een half jaar lang zijn we gebruikt als politieke zondebokken door die hoge heren daar (wijst op de gevangenis). De politie vertelde ons van het begin af aan dat ze wisten dat we het niet gedaan hadden. Ze vertelden dat we gewoon waren uitgekozen en dat ze wisten dat we het niet gedaan hadden. Ze vertelden dat we gewoon waren uitgekozen en dat ze ons zouden pakken om justitie blij te maken. That's what it's all about!!! Gerechtigheid? Ik denk niet dat ze daarbinnen het verstand en de eerlijkheid hebben om het woord correct te spellen. Ze zijn verrot!!"  

Daarna loopt Hugh Callaghan naar de microfoon. Nauwelijks komt hij boven het gejuich van de massa uit. Hij houdt het korter dan Hill, gaat recht voor de microfoon staan en zegt, alsof hij de toeschouwers een officiële verklaring schuldig is voor zijn jarenlange afwezigheid: "Ik heb zestien jaar in de gevangenis gezeten. Dat is een lange tijd." 

In Roermond eist de Officier van Justitie, Laumen, op 12 maart twintig jaar gevangenisstraf tegen elk van de vier verdachten. "De aanslag roept om wraak", zo motiveert Laumen de hoge eis. Het is niet alleen een hoge eis, maar ook een gedurfde. Want Laumen stelde in zijn requisitoir dat, alhoewel het volledig onduidelijk is wie de dodelijke schoten heeft gelost, het lidmaatschap van de IRA en met name van een IRA service-unit, al genoeg is om te worden veroordeeld wegens moord. 

Alle vier hadden ondertussen niet alleen de dubbele moord aan hun broek gekregen, de Officier van Justitie beschuldigde allen ook van "deelneming aan een criminele vereniging" (het ons wel bekende artikel 140 dus). En zo probeert Laumen handig om de bittere pil van de individuele bewijsvoering te omzeilen. Het staat vast, en dat geeft ook Laumen toe, dat de aanslag is gepleegd door twee daders. 

Op dit moment staan er vier verdachten terecht wegens moord op de Australische toeristen. Een simpel rekensommetje leert al snel dat er dus sowieso twee mensen terecht staan die de dodelijke schoten niet gelost kunnen hebben. 

IN HET PIKKEDONKER HERKEND 

Daarbij komt nog eens dat, hoewel de aanslag door velen is opgemerkt, er maar vijf getuigen bestaan die gezichten zeggen te hebben gezien. Maar die getuigen maken voor de rechtbank geen indruk. Paul Hughes zou door een 48-jarige vrouw gezien zijn toen hij in het pikkedonker in een auto reed die enkele uren later bij de aanslag werd gebruikt.  

Voor de rechter werd de vrouw door de verdediging echter geconfronteerd met eerder gedane uitspraken waarin ze tegenover de politie expliciet toegaf dat ze niet eens kon zien of er een man of een vrouw in die gewraakte auto zat. Bijna een jaar na dato hield ze echter vol dat Paul Hughes, van wie ze op het politiebureau foto's heeft gezien, in de auto zat. Dat bevreemdde niet allen de verdediging, ook de rechter fronste z~n wenkbrauwen en zelfs Laumen zag er wat aangeslagen uit. 

Dan was er nog een getuige die Gerard Harte meende te herkennen als bijrijder in de auto die vlak na de aanslag van het marktplein weg reed. Zij had, zo meldden deskundigen, maar liefst 1,4 seconde de tijd om van bovenaf in de voorbij rijdende auto te kijken. Let wel, het was donker en alleen het schijnsel van een lantaarnpaal zorgde voor een klein beetje licht. "Ik herkende hem later bij de politie voor 90 procent", zei de getuige die er op wees dat "met name de stoppelbaard opvallend was."  

De IRA-unit zou vervolgens dertig minuten later bij een in de buurt gelegen benzinepomp de weg naar Duitsland hebben gevraagd. Maar de pomphouder legde er juist weer de nadruk op dat de persoon die hij later zou herkennen als Gerard Harte glad geschoren was en vanwege zijn zwarte haar erg leek op een "Indonesiër". Harte, die net als de andere drie zo goed als zwijgend het proces volgt, vroeg dan ook aan de pomphouder: "Zie ik er uit als een Indonesiër?" 

De verdediging werd in haar twijfel over de waarde van de getuigenissen ondersteund door de hoogleraar psychologische functieleer, Wagenaar, die de vloer aanveegde met de getuigenverklaringen. "Het is goed mogelijk dat de getuigen bepaalde dingen graag wilden zien, die ze niet gezien kunnen hebben", zei de hoogleraar. 

Wagenaar is internationaal bekend geworden als herkennings-deskundige na zijn optreden in het proces tegen de oorlogsmisdadiger John Demjanjuk in Jeruzalem en hij merkte in Roermond fijntjes opdat "niet moet worden vergeten dat er een beloning is verbonden aan het geven van tips die leiden tot het oplossen van de moorden." 

WAPENS 

Maar ondanks al deze vage getuigenissen kan toch moeilijk worden volgehouden dat de vier Noord-Ieren louter wegens toeristische redenen Nederland bezochten. Tijdens hun arrestatie in het Nederlands-Belgische grensgebied in de buurt van Chaam, bleken de vier in bezit van wapens die al eerde bij IRA-aanslagen waren gebruikt.  

En wel in het Duitse Wildenrath (oktober 1989, Britse korporaal en zijn baby gedood), Munster (september 1989, twee Britse soldaten beschoten) en ook bij de aanslag in Roermond. Het levert volstrekt niet het bewijs dat de vier ook daadwerkelijk verantwoordelijk zijn geweest voor al deze aanslagen. Maar het wordt er niet waarschijnlijker op dat ze geen enkele band met de IRA hebben. 

Daarbovenop komen dan nog eens de zeer belastende verklaringen uit de mond van de Amstelveense studente Ingrid H. die een korte tijd een relatie heeft gehad met de Noord-Ier Martin Conlon en diens vriend Paul Hughes. Conlon zou haar gevraagd hebben om een Britse militair in een café te versieren, hem naar buiten te lokken, waarna een IRA-eenheid de soldaat zou vermoorden. "Dat heb ik geweigerd", zei Ingrid H. tegen de onderzoekers. 

Daar hield de studente het niet bij. Ze vertelde de politie dat ze onder een valse naam hotelkamers huurde voor de Noord-Ieren en dat Martin Conlon min of meer aan haar toe had gegeven dat hij achter de aanslag in Wildenrath zat. Net als de Roermond-aanslag was ook dit weer een foutje. Oeps; de moord op de Britse korporaal was volgens plan, maar de dood van zijn zes maanden oude baby was niet de bedoeling. Martin Conlon ontsprong tot nu toe de dans. Hij wordt door Justitie gezien als degenen die de aanslagen logistiek voorbereidde. Tegen hem loopt inmiddels een internationaal opsporingsbevel. 

Maar er blijft nog altijd de vraag: waarom heeft de IRA-leiding niet besloten om de eenheid die op het Europese vasteland opereerde, tijdig naar huis te halen? Natuurlijk heeft de IRA ,er politiek en militair gezien groot belang bij dat er aanslagen op het vasteland worden gepleegd. De organisatie bewijst hier immers mee dat Britse soldaten overal en altijd een doelwit zullen blijven zolang de Britten weigeren uit Noord-Ierland te vertrekken. 

Publicitair gezien is de strijd op het continent ook vrij belangrijk. Een Britse militair die in Belfast wordt vermoord, scoort een punt. Een dodelijk slachtoffer in Engeland scoort er vijf. Een dode Britse militair op het vasteland is minimaal tien punten waard. 

Toch lijkt het een teken van zwakte dat de IRA een eenheid die uit een stelletje prutsers bestaat zo'n belangrijke opdracht meegeeft. En dan nog iets. Na de arrestatie van de vier verdachten is er op het Europese vasteland geen enkele IRA-actie meer geweest. Een veelzeggende stilte? 

IN GEVAL VAN TWIJFEL 

De vier mogen dan alle schijn tegen zich hebben, dat alleen kan en mag nog geen reden zijn om hen te veroordelen tot langdurige gevangenisstraffen. Bewijzen, en niets dan bewijzen kunnen leiden tot veroordeling van verdachten. Suggestieve verhalen, vage getuigenissen en goedkope insinuaties kunnen dat niet. 

Er is in de juridische wereld een principe dat als volgt luidt: Ingeval van twijfel, oordeel ten gunste van de verdachte. Dan was ook de schande van ruim zestien jaar gevangenschap voor zes onschuldige mannen uit Birmingham nooit realiteit geworden.   

Harald

[ kader ]

ONDERZOEK NAAR MISHANDELING DONNA MAGUIRE DOOR POLITIE

De RIJKSRECHERCHE gaat een onderzoek instellen naar de wijze waarop de in Roermond terechtstaande DONNA MAGUIRE is mishandeld door leden van het arrestatieteam dat haar op 7 februari vanuit België naar Nederland heeft begeleid. MAGUIRE werd in juli 1990 aangehouden op Belgische bodem en kwam in een Belgische gevangenis. De andere drie Noord-Ieren werden op Nederlandse bodem gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Maastricht.

Aangezien de Belgen MAGUIRE afgezien van verboden wapenbezit nergens op vast konden houden, werd ze op 7 februari van dit jaar uitgeleverd aan Nederland. Tijdens het vervoer van DONNA MAGUIRE zou ze door een tiental leden van het arrestatieteam dat haar begeleidde in hals en ribben zijn geslagen. Ook werd ze geblinddoekt en met de handen op de rug vervoerd.

Toen de Noord-Ierse vroeg of de boeien wat, losser om haar handen konden aangezien haar polsen knelden, werden de boeien nog strakker aangetrokken waarbij snijwonden in haar polsen ontstonden. Vervolgens werd DONNA MAGUIRE door leden van het arrestatieteam met haar gezicht tegen de wand van de auto geslagen.

Reacties van de kant van de politie en justitie waren in eerste instantie in de trant van "je moet niet zeuren, aanstelster". Nadat het Ierland Komitee Nederland een formeel protest bij de. procureur-generaal indiende, verklaarde hij dat hem de zaak ernstig genoeg leek om de RIJKSRECHERCHE (de politie binnen de politie) de zaak te laten onderzoeken. Meestal duurt zoiets erg lang en levert weinig op. Maar ja, het is iets.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991