Naar archief

UIT: NN #79 van 7 maart 1991   

Militaire analyse 

Gebaseerd op gecensureerde berichten  

Niet zozeer de nederlaag, als wel de omvang ervan heeft alle waarnemers verrast. Vanaf het begin was duidelijk dat het luchtoverwicht en de immense vuurkracht van vooral Brits-Amerikaanse troepen doorslaggevend zou zijn. 

Het verrassende was echter de omvang van de nederlaag die tot uiting kwam in drie faktoren: de bijzonder grote verliezen onder de Irakese soldaten, de zeer lage verliezen in de koalitielegers en de grote snelheid waarmee de overwinning bereikt werd. Het Amerikaanse leger is erin geslaagd om door middel van het Airland-Battle-konsept een hoge mate van samenwerking tussen de verschillende diensttakken van het leger (infanterie, tanks, genie, artillerie), en luchtmacht te bewerkstelligen.  

Door deze nauwgezette koördinatie werd een bijzonder efficiënt en flexibel gebruik van de middelen mogelijk. Toch volgt uit de doktrine niet automatisch een overwinning. Essentieel is eerder het verschil tussen de twee legers. Al vaker genoemd zijn de beperkingen van het Iraakse leger, waarvan slechts een klein deel in staat was om grootscheepse mobiele operaties uit te voeren. Juist deze vaardigheid was noodzakelijk om iets te ondernemen tegen de zeer snel bewegende gemechaniseerde eenheden van de Fransen, Britten en Amerikanen.  

Het dilemma waarin vooral de reserve-eenheden van het Iraakse leger, de Republikeinse Garde, zich bevonden, was dat elke poging tot beweging om tegenaanvallen te ondernemen onmogelijk werd gemaakt door het Brits-Amerikaanse luchtoverwicht. Daarin speelden met name de anti-tankhelikopters (Apache) en vliegtuigen (Thunderbolt) een essentiële rol. Het Iraakse leger was niet alleen niet opgeleid voor een bewegingsoorlog, het kon deze ook niet voeren door de situatie op het slagveld.  

Het alternatief was om in de ingegraven stellingen te blijven wachten op de aanvallen van de koalitie. De Iraakse troepen in de versterkingen bleken zonder afdoende luchtafweer niet in staat om zich te beschermen en waren door de voortgaande luchtbombardementen zodanig verzwakt dat ze nauwelijks oponthoud veroorzaakten. 

Ook in de wapensystemen waren grote verschillen. Van groot belang was het grotere bereik van de tankkanonnen van de Britse en Amerikaanse tanks. De voor het Iraakse leger belangrijke artillerie was niet effektief omdat er geen afdoende doelopsporingsmiddelen waren. Bovendien werden verbindingen tussen artilleriewaarnemers en artillerie voortdurend elektronies gestoord. 

Technisch kon het Iraakse leger dus onmogelijk de slag winnen. Maar dit verklaart niet het ontbreken van effektieve tegenstand; er waren immers nauwelijks koalitieverliezen. Er zijn aanwijzingen dat het garnizoen in Koeweit door de aanhoudende luchtaanvallen en artilleriebombardementen volkomen murw was geslagen, zelfs gedeeltelijk vernietigd. Men zou totaal gedemoraliseerd zijn door de grote aantallen doden en de onmogelijkheid om iets terug te doen. 

Maar het is ook mogelijk dat de wil om te vechten verdwenen was. Een.aantal stellingen waren verlaten bij het begin van de aanval. Sommige berichten wijzen zelfs op een uittocht ruim voor de grondaanval. De vroegtijdige terugtrekking van de Republikeinse troepen kan bijvoorbeeld demoraliserende invloed hebben gehad. Ook is het heel goed mogelijk dat men geen zin had om voor het bezit van Koeweit te sterven. In de oorlog met Iran was er ook een duidelijk verschil tussen de bereidheid om te vechten voor Iraans en voor Iraaks grondgebied. 

Politieke situatie 

De bijzonder gemakkelijke overwinning van de westerse koalitie voorspelt weinig goeds voor de Derde Wereld in de nabije toekomst. Het allereerst politiek-psychologiese resultaat van deze overwinning is het herstel van het Amerikaanse chauvinisme. Een uiterst gevaarlijke ziekte die door de Vietnam-nederlaag ietwat binnen de perken was gedwongen maar nu weer de vrije loop krijgt.  

In de komende tijd zullen Amerikaanse interventies waar ook ter wereld weer aan de orde van de dag zijn. Er zit alleen één beperking op en dat is de rekening. Daarom is het wel noodzakelijk voor de VS om andere landen de rekening te laten betalen voor de toekomstige expedities. 

Dit is echter niet hetzelfde als een soort dienstverlening. De VS zullen hun militair-politieke gewicht gebruiken om een dergelijke financiering af te dwingen van onwillige landen zoals Japen en Duitsland. Deze twee wereldmachten in opkomst zullen gedwongen worden om nu een eigen politiek en militair apparaat te ontwikkelen of aan de leiband van de opnieuw geboren politieagent te lopen. De belangen van de drie zullen echter steeds weer botsen, waardoor het eerste het meest waarschijnlijke wordt. 

In het Midden-Oosten is het belangrijkste politieke gevolg niet zozeer de neder1aag van Irak als wel de versterkte aanwezigheid van Amerikaanse troepen. De meeste gezaghebbers (bijv. defensieminister Cheney in een toespraak op 2 maart) zeggen dat de troepenmacht wordt teruggetrokken terwijl de marinevloot in de Golf versterkt wordt. Ook wordt gedacht aan een permanente luchtmacht aanwezigheid en het opslaan van het zware materiaal van een pantserdivisie in depots (naast voorraden munitie en vliegtuigbrandstof, zoals dat al gedaan werd voor deze krisis).  

Er is echter ook een proefballonnetje opgelaten over het achterlaten van het hoofdkwartier van Central Command (zo'n 2000 militairen). De Amerikanen hebben al duidelijk gemaakt welke nieuwe regering er in Irak moet komen: een van de Ba'ath partij of het leger. De opstand in Basra zou echter de Amerikaanse plannen wel eens door elkaar kunnen schoppen. Ook elders in het Midden-Oosten zijn veranderingen te verwachten. 

Karel Koster (AMOK) 3.3.1991    

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991