Naar archief

UIT: NN #79 van 7 maart 1991   

8 Maart, bericht van de west-oever  

Lieve vrouwen, Internationale Vrouwendag is voor de Palestijnse vrouwen van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook een dag van verzet, protest en strijd. Ieder jaar weer worden in steden, dorpen en vluchtelingenkampen demonstraties, bijeenkomsten en lezingen georganiseerd, maar ieder jaar weer worden 8 maart-activiteiten gewelddadig verstoord door het Israëlische leger.  

Ieder jaar weer worden vrouwen neergeschoten, gearresteerd en vernederd, maar het weerhoudt de Palestijnse švrouwen er ook dit jaar niet van om massaal de straat op te gaan om voor hun rechten op te komen en te protesteren tegen de Israëlische bezetting. Via deze brief wil ik een boodschap overbrengen van Sa'ida, een Palestijnse vrouw uit een klein dorp ten noorden van Ramallah, op de Westelijke Jordaanoever. Haar woorden bevatten de gevoelens en ervaringen van vele Palestijnse vrouwen. Groeten van Maja. 

Een boodschap van Sa'ida aan de vrouwen van Nederland: 

'Lieve vrouwen, Ik stuur jullie deze boodschap uit Palestina ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag. Ik weet niet zo goed welke woorden ik wil gebruiken, maar ik zal heel gelukkig zijn wanneer ik merk dat mijn boodschap de reden zal zijn dat sommigen van jullie betrokken zullen raken bij onze strijd voor vrijheid, onafhankelijkheid en zelfbeschikking. Ik vroeg eerst mijn moeder wat zij zou willen zeggen in een boodschap aan de vrouwen van Nederland. Zij vertelde mij:  

"Ik heb veel dingen te vertellen maar ik heb ook vragen. Een van de vragen is: heeft een van jullie het gevoel van machteloosheid en eenzaamheid ervaren op het moment dat je je zoon wilt bezoeken die gevangen zit omdat hij opkwam voor zijn rechten? 

Mijn zoon zat gevangen in de Medjiddo-gevangenis. Om half vier 's ochtends vroeg kwam de bus om ons naar de gevangenis te brengen. We bereikten de gevangenis vier uur later. We moesten buiten wachten terwijl onze identiteitskaarten werden gecontroleerd door de Israëlische soldaten. We hebben daar buiten gewacht tot vijf uur 's middags. De bezoeken waren afgelopen, maar ik had mijn zoon nog niet gezien. 

Ik probeerde een soldaat te vragen waarom ik mijn zoon niet mocht zien, maar hij begon te schreeuwen en gebruikte beledigende woorden. Om half zeven 's avonds kwam een kapitein naar buiten die vertelde dat 75 gevangenen bestraft waren en geen bezoek kregen, omdat zij hadden gezongen en gedanst in hun cellen. Wij weigerden om terug naar huis te gaan voordat wij onze familieleden in de gevangenis mochten bezoeken.  

Ik vertelde de soldaten dat wij het recht hadden om de gevangenen te bezoeken. Een soldaat kwam naar mij toe, en probeerde me te slaan met zijn knuppel. Ik zei tegen hem: 'als je mij aanraakt sla ik terug!' De soldaten gooiden traangas naar ons, waardoor we wegrenden om onszelf, maar vooral ook onze kleine kinderen te beschermen. Het was al na twaalf uur 's nachts toen we weer thuis kwamen." 

Dit was de boodschap van mijn moeder. Ik wil jullie het volgende vertellen. Het leven heeft voor mij, een Palestijnse vrouw van 27 jaar, vele betekenissen. Ik heb het gevoel dat ik vele malen herboren ben. De eerste keer was mijn echte geboorte, maar ik werd opnieuw geboren toen een soldaat probeerde me dood te schieten, hij schoot en miste. Ik werd opnieuw geboren toen mijn broer niet stierf in de handen van de ondervrager. Ik werd opnieuw geboren toen bleek dat wij in staat waren mensen over de hele wereld te laten zien dat wij een rechtvaardige strijd voeren.  

De keren dat ik stierf zijn talrijk. Ik stierf toen de Israëlische regering onze scholen en universiteiten sloot, toen het Jalazoun vluchtelingenkamp wekenlang onder een uitgaansverbod lag en niemand een vinger uitstak om hen te helpen melk te krijgen voor de babies. Ik stierf toen mijn vriend stierf in de handen van de "veiligheidsagenten", toen een van mijn buren werd vermoord voor onze ogen en wij niets konden doen behalve schreeuwen en huilen. Ik stierf toen mijn zuster geen toestemming kreeg om mijn broer te bezoeken in de gevangenis, omdat zij weigerde de bevelen van de soldaat op te volgen omdat hij haar beledigend en vernederend toeschreeuwde. 

Het leven dat ik leid met mijn volk is heel gewoon en normaal geworden. Ik bedoel, dat wij gewend zijn geraakt aan dit leven. Wij zijn gewend geraakt aan het feit dat we geen toestemming krijgen om onze gevangenen te bezoeken, we zijn gewend te zien hoe onze jongeren tot bloedens toe worden geslagen in de straten, zonder dat we in staat zijn iets te doen omdat dan iemand van ons gedood kan worden.  

Maar waaraan wij niet gewend zijn, is om vernederingen te ondergaan, om te leven zonder te vechten voor onze rechten, om te wachten totdat iemand komt om onze problemen op te lossen. Wij zijn geen volk dat alles maar accepteert, daarom zal onze Intifada doorgaan totdat wij haar doelen bereikt hebben: Vrijheid en onafhankelijkheid. 

Sa'ida

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991