UIT: NN #78 van 28 februari 1991
Hoe zou jij dat nou aanpakken?
Het nadeel van de twijfel
De publiciteitsgolf rond de BVD van de laatste tijd heeft niet alleen tot gevolg dat er nu Kamerbreed gediskussieerd wordt over het funktioneren van inlichtingendiensten. Na het verschijnen van ons boekje 'de Regenjassendemokratie' en de daaropvolgende onthullingen kwamen er bij Jansen & Janssen nogal wat verzoeken om advies. Het hoofdstuk 'Hoe om te gaan met ontmaskering' achterin de Regenjassen blijkt niet voldoende te zijn, omdat de praktische tips die daarin gegeven worden vooral betrekking hebben op het voeren van het feitelijke gesprek. In de praktijk blijkt echter dat ook de periode die daaraan voorafgaat nogal wat moeilijkheden oplevert. Vanaf het moment dat iemand 'verdacht' is, d.w.z. verdacht wordt van het werken voor de politie of zichzelf (m/v) verdacht maakt, gaan er allerlei dingen spelen. Een eenduidige handleiding is er voor dat soort situaties niet te geven, omdat ieder geval zo anders is. Het maakt nogal wat uit of iemand zelf op de proppen komt met verhalen over kontakten met staatsfunktionarissen of dat hij verdenkingen op zich laat door bijvoorbeeld het aanbieden van semtex aan eenvoudige boekhandelaren. Het vertrouwen dat iemand (nog) geniet en de mate van zijn eigen openheid bepalen voor een deel de manier waarop een (voor)onderzoek gedaan kan worden. Er is een verschil tussen verdenkingen en harde bewijzen. In de loop van een onderzoek naar iemand dringt zich de vraag op wanneer iemand echt 'fout' is en wat daarvan de konsekwenties zijn.
INVENTARISATIE
Om te voorkomen dat je je teveel laat leiden door verwarring, terechte woede, ruzies en/of leugens willen we een pleidooi houden voor een zo duidelijk en zo zakelijk mogelijke aanpak. Het veroorzaken van onrust is misschien niet altijd het doel van de geheime dienst, het is op z'n minst een pret tig bijeffekt.
Hoe te handelen. Ga met een aantal betrouwbare mensen bij elkaar zitten. Zorg ervoor dat deze groep niet te groot is, zodat er efficiënt gewerkt kan worden. Als er teveel mensen over alles mee moeten beslissen ben je over een jaar nog geen stap verder. Het is beter om af en toe met meer betrokkenen te vergaderen om te rapporteren over de voortgang.
Wel kan het handig zijn om bepaalde mensen een gerichte opdracht te geven. Een goed georganiseerde aanpak is noodzaak om dit soort toestanden zo snel mogelijk af te handelen. Al was het alleen maar om de ellende van langdurige ruzies en (onterechte) verdachtmakingen zoveel mogelijk te beperken.
Het is van groot belang overzicht te houden op de verzamelde informatie. Zorg dat die op één plek bij elkaar komt (en een kopie ervan elders) en goed bijgehouden wordt, en dat ieder een die er direkt mee te maken heeft op de hoogte blijft van nieuwe feiten.
Maak een goede inventarisatie van:
1.De verdachte feiten, geruchten en de verschillende variaties daarop.
2.De kringen waarin iemand aktief is, de manier waarop, sinds wanneer en via wie.
3.Personalia en inkomsten (in verhouding tot uitgaven).
4.Geschiedenis en herkomst van de persoon in kwestie.
Probeer dit alles zo feitelijk mogelijk op een rijtje te krijgen en bekijk je bronnen kritisch. Vergelijk het verhaal van de persoon zelf met wat anderen daarover zeggen. Kontroleer datums, zoek aan de hand van foto's of 'getuigen' uit waar hij of zij bij was. Huisgenoten of (ex-)vrienden kunnen een beeld geven van zijn persoonlijkheid. Check and double-check.
Kijk wat er verder nog uitgezocht kan worden om zo sterk mogelijk te staan bij een eventueel gesprek met de vermeende infiltrant. Ook in dit stadium moet al nagedacht worden over de beste strategie. Gebeurt het vooronderzoek in het geheim, achter iemands rug om, of half openlijk om er alvast een bepaalde dreiging vanuit te laten gaan ofwel min of meer in samenwerking met de persoon in kwestie?
STRATEGIE
De volgende vraag is: wanneer vindt er een gesprek plaats en hoe? Faktoren die de aard van het gesprek voor een belangrijk deel bepalen zijn de mate waarin de informant zelf bereid is tot praten en daarnaast de hoeveelheid harde informatie die het vooronderzoek heeft opgeleverd. Afhankelijk van deze faktoren is er de keuze tussen een persoonlijk of een zakelijk gesprek tot en met het onder druk zetten en niet vrijwillig beëindigen van de samenkomst.
Een strategie waarbij de druk steeds verder wordt opgevoerd is ook niet ondenkbaar; houdt daarbij wel in de gaten dat er niet teveel manie ren door elkaar moeten gaan lopen. De ervaring leert dat meer of minder gezellige gesprekjes om stukje bij beetje meer over iemands achtergrond te weten te komen, de verwarring alleen maar vergroten als niet duidelijk is hoe de feiten liggen en dus waar iemand begint met liegen.
De inzet van het gesprek en de drukmiddelen die ter beschikking staan, hangen erg af van de fase waarin het onderzoek verkeert, of iemand met keiharde bewijzen gekonfronteerd kan worden of dat hij of zij nog de mogelijkheid heeft door opening van zaken het wantrouwen weg te nemen.
En ook daar zit weer een heleboel tussen: een zakelijk gesprek met mensen van Jansen & Janssen om het inlichtingendienst-onderzoek verder te helpen levert minder drukmiddelen op dan een indringende konfrontatie met huisgenoten die van mening zijn dat iemand die nog verder wil, de morele plicht heeft verantwoording af te leggen over zijn verleden. In ieder geval is het zaak om straight te zijn: of je maakt iemand van tevoren duidelijk wat voor soort gesprek er gevoerd gaat worden, of je lokt hem onder valse voorwendsels ergens heen om een minder vrijwillige ontmoeting af te dwingen.
Voor tips wat betreft het eigenlijke gesprek verwijzen we naar de 'Regenjassendemokratie'. Daarin staat onder meer een uitgebreide lijst vragen en aandachtspunten die ook bij het vooronderzoek handig kan zijn. Opnames maken van dit soort bijeenkomsten kan nooit kwaad, openlijk met de recorder op tafel ver dient dan de voorkeur.
DILEMMA'S
Steeds speelt de mate waarin iemand gewantrouwd wordt een grote rol in de manier waarop er mee omgegaan wordt. Er zit echter een lange weg tussen verdenkingen, verdachtmakingen en keiharde bewijzen. De vraag die daarbij steeds opduikt is: wanneer is iemand echt fout? En meer nog dan de filosofische vraag: Wat Is Fout, gaat het om de kwestie wat de konsekwenties ervan zijn.
Het is belangrijk om steeds, in elke fase weer, even afstand te nemen en je af te vragen waar je mee bezig bent. Een onderzoek kan een tijdrovende bezigheid worden, maak de afweging wat het je waard is: hoeveel schade iemand al aangericht heeft of aan zou kunnen richten en wat het onderzoek konkreet oplevert.
Vaak wordt er teveel naar een eindgesprek toewerkt, toegeleefd, alsof daarin de ultieme waarheid naar boven zal/moet komen. Dat kan behoorlijk tegenvallen. Sterker nog, je zou kunnen stellen dat de bekentenis van Joop Tiel tot gevolg had dat zijn verdere verleden niet uitputtend is onderzocht. En andersom; als Lex H. in een eerder stadium had toegegeven was er wellicht nooit zoveel over hem bekend geworden.
Helaas is niet ieder geval zo duidelijk, vaker eindigt een onderzoek zon der dat onomstotelijk vaststaat dat iemand voor de politie werkt. En dan komen de morele kwesties die behoorlijk veel energie kunnen kosten: Wan neer zijn de verdenkingen genoeg om iemand uit te sluiten? En wat betekent dat? Mag hij of zij niet meer bij akties zijn? En hoe zorg je ervoor dat dat inderdaad niet gebeurt? Iedere verdachte aan de schandpaal? Wat maak je kapot? Is iemand infiltrant tot het tegendeel bewezen is?
Je zou kunnen bedenken dat je je in de grote stad nog de luxe kunt permitteren zo iemand uit de weg te gaan, maar heb je dan niet de verantwoordelijkheid anderen te waarschuwen? Want voor hetzelfde geld zit het wel fout. Lex H. kon ook twaalf jaar doorgaan omdat nooit goed werk gemaakt werd van zijn zaak.
De ruzies in Wageningen leveren ook een goed voorbeeld: daar wordt iemand jarenlang zwart gemaakt met beschuldigingen zonder dat hij zich daartegen afdoende kan verdedigen. Waren wij geen tegenstanders van omkering van de bewijslast? Niemand kan immers van zichzelf bewijzen dat hij of zij geen informant of infiltrant is. De in het verleden gevoerde, maar nooit volbrachte verradersdiskussie heeft de verdeelde meningen op deze punten ook niet dichter bij elkaar gebracht. De mensen die met een onderzoek bezig zijn zullen het dan ook uiteindelijk zelf moeten beslissen.
JANSEN & JANSSEN
Voor J&J is er nog een extra moeilijkheid. Onze natuurlijke nieuwsgierigheid leidt ertoe dat wij ons graag op de een of andere manier met infiltranten en ontmaskeringen bemoeien, helpen bij het uitzoeken, voeren van gesprekken of maken van publikaties. Onze specialisatie leidt er echter toe dat J&J soms veel te veel toegeschoven krijgt.
In de vorige NN stond het verhaal van E.M. uit Nijmegen die uit zichzelf naar de PID was gestapt en aan ons in eerste instantie hulp vroeg bij het voortzetten van zijn dubbelrol. Wij moesten er voor zorgen dat eventuele verdenkingen tegen hem van mensen bij het AKKU ongedaan gemaakt zouden worden. Vervolgens wilde hij onze medewerking bij zijn 'coming out', maar werd pissig over ons kommentaar op zijn aktie.
Zo gaat dat dus niet, wij zijn daar heel duidelijk over: Jansen & Janssen verricht volgaarne hand- en spandiensten bij het ontmaskeren en/of uittreden van informanten, maar onze medewerking is geen garantie voor de betrouwbaarheid van de persoon in kwestie: het feit dat J&J ergens bij betrokken was geeft nog geen kwaliteitsstempeltje aan de betreffende zaak in de zin van 'dit zit wel goed'. Mensen die uit eigen beweging naar de politie stappen zonder zich van tevoren te realiseren wat ze doen, moeten daar als ze er mee ophouden tot in detail verantwoording over afleggen om eventuele verdenkingen te voorkomen.
Los daarvan willen wij niet op de stoel van de rechter: het is niet aan ons te oordelen of mensen goed dan wel fout zijn. Door schade en schande wijs geworden willen wij onze vakmatige interesse loskoppelen van het geven van morele oordelen. Dat betekent dat we wel als J&J een zakelijk gesprek kunnen voeren met iemand die ons ervaringen met de Dienst wil vertellen. Het gaat ons echter te ver om in het kader van het Belang van het Onderzoek te stellen dat iemand zijn verhaal aan J&J móet vertellen, wat dan bovendien nog konsekwenties zou hebben voor hoe het afloopt met de infiltrant.
Als het aankomt op het uitoefenen van morele druk, waar wij -laat dat duidelijk zijn- in het geheel niet tegen zijn, dan moet dat in het belang van de Goede Zaak of in het Eigen Belang van de persoon in kwestie, wat hem of haar moet worden duidelijk gemaakt door direkt betrokkenen of anderen die zich daartoe geroepen voelen, maar niet door ons. Wij willen niet de rol van rechter of aanklager. Wat wij te bieden hebben is deskundigheid en praktische hulp, maar ook wij leren nog van ieder geval.
TOT SLOT
Is het vuur teveel aangewakkerd door bijvoorbeeld onze eigen Regenjassen? Vast staat dat het perspektief van strijd tegen de inlichtingendiensten nooit kan bestaan uit het blindstaren op infiltratie. De Stasi-papieren (zie kader) spreken voor zich, en er is wat dat betreft niet veel nieuws onder de zon.
De Amerikaanse socioloog Gary Marx onderzocht al in het begin van de zeventiger jaren hoe de politie radikale studenten en groepen als the Black Panthers infiltreerde en noemt daarbij ook het bevorderen van paranoia door het gericht lanceren van geruchten en verdachtmakingen. Maar de positieve effekten die infiltranten kunnen hebben op noodlijdende radikale groepen moeten volgens hem niet vergeten worden: om geaksepteerd te worden werken ze vaak extra hard en leveren ze veel ondersteuning. Zelfs eenmaal ontmaskerd zijn ze nog uitermate geschikt voor het opknappen van kloteklussen in de openbare sfeer.
Hoe erg het is geïnfiltreerd te worden hangt af van hoeveel je te verbergen hebt. Verder wijst Marx op het effekt van radikalisering door toedoen van een infiltrant, doordat die immers niet het risiko heeft gearresteerd te worden. "Trotsky was van mening dat de bijdrage die infiltranten konden leveren opwoog tegen de schade die ze konden aanrichten, door hun totaal gebrek aan remmingen."
Jansen & Janssen
[ kader ]
Het boek Geschätzte Quelle (Basisdruck, Berlijn 1990) bevat behalve gesprekken met een vrouw die jarenlang een vrouwenvredesgroep infiltreerde, allerlei richtlijnen van de Stasi. Ter illustratie publiceren we hier de vertaalde aanbevelingen voor het destabiliseren, het onschadelijk maken van De Vijand. De Oost-Duitsers hebben daar de onvertaalbare term 'Zersetzung' voor, wat letterlijk ontleding betekent. Maar in feite gaat over het totaal kapotmaken van oppositiegroepen.
Richtlijn nr.1/76
Ter ontwikkeling en bewerking van lopende operaties. Geheim besluit, MfS 0008 Nr.100/76
6.2 Vormen, middelen en methoden van 'Zersetzung'
Het vaststellen van de juiste Zersetzungsmaatregelen moet op basis van de exakte inschatting van de gegevens en de bereikte resultaten van de betreffende operatie gebeuren, waarbij in het bijzonder het doel van deze inzet als wel de individuele kenmerken van de te bewerken personen in acht genomen moeten worden afhankelijk van de in het algemeen te bereiken doelstellingen.
Beproefde in te zetten vormen van 'Zersetzung' zijn:
-Het systematisch in diskrediet brengen van de openbare reputatie, van het aanzien en het prestige op basis van het door elkaar halen van met elkaar verbonden ware, bewijsbare aantijgingen met onware, geloofwaardige, niet te weerleggen aantijgingen die daardoor evengoed 'diskreditierend' zijn;
-Het systematisch organiseren van beroeps- en maatschappelijke mislukkingen om het zelfvertrouwen van specifieke personen te ondergraven;
-Doelbewuste ondergraving van overtuigingen in samenhang met bepaalde idealen, voorbeelden enz. en het opwekken van twijfel aan de persoonlijke perspektieven;
-Het opwekken van wantrouwen en wederzijdse verdachtmakingen binnen groepen, groeperingen en organisaties;
-Het opwekken dan wel gebruiken en versterken van rivaliteiten binnen groepen, groeperingen en organisaties door doelgericht gebruik te maken van persoonlijke zwakheden van afzonderlijke leden;
-Zorgen dat groepen,groeperingen en organisaties zich bezig houden met hun interne problemen met als doel het beperken van hun 'feindlich-negativen' aktiviteiten.
-Belemmeren wat betreft plaats en tijd, d.w.z. het inperken van de onderlinge betrekkingen van leden van groepen op basis van bestaande wettelijke maatregelen, zoals het toewijzen van banen in ver weggelegen gebieden.
Voor het doorvoeren van Zersetzungs-maatregelen moeten met voorrang betrouwbare, beproefde en voor de oplossing van de opdracht geschikte infiltranten ingezet worden.
Beproefde middelen en methoden voor Zersetzung zijn:
-De inzet van infiltranten op allerlei manieren (volgt hele rij);
-Het gebruikmaken van anonieme of pseudonieme brieven, telegrammen, telefoontjes enz. of kompromiterende foto's, bijv. van echt voorgevallen of fake ontmoetingen;
-De doelbewuste verspreiding van geruchten over bepaalde personen in een groep, groepering of organisatie;
-Doelbewust in diskrediet brengen, bijvoorbeeld het zogenaamd onthullen van geheime dienstmaatregelen tegen een groep of het ontmaskeren van een infiltrant.
-Het dagvaarden van mensen met staatsbanen of uit maatschappelijke organisaties op geloofwaardige of juist ongeloofwaardige gronden.
Deze middelen en methoden moeten afhankelijk van de specifieke eisen van het konkrete geval bij de desbetreffende operaties kreatief en gedifferentieerd ingezet, uitgebouwd en verder ontwikkeld worden.