Naar archief

UIT: NN #77 van 21 februari 1991  

De politieke situatie rond irak 

De belangrijkste gebeurtenis van de week was het aanbod van Irak, bekend gemaakt op vrijdagochtend, om zich terug te trekken uit Koeweit. Dit is een duidelijke omslag in het Iraakse beleid, dat in al haar verklaringen gedurende de krisis het woord 'Koeweit' in dit verband niet heeft genoemd. 

Naast dit aanbod werd een hele reeks kondities genoemd: terugtrekking Israël uit de bezette gebieden, Syrië uit Libanon, opheffing van het embargo tegen Irak, terugtrekking van de Westerse troepen, kwijtschelding schulden aan de Golfstaten enz. De waslijst van eisen was echter van minder groot belang als wel de bereidheid van Irak zich terug te trekken uit Koeweit. 

De regering-Bush wekte de indruk als zou er een soort voorwaarde in het voorstel hebben gestaan, namelijk eerst voldoen aan de eisen, dan trekt Irak zich pas terug. Dit is echter volstrekte onzin. Er wordt in het voorstel geen tijdschema of kausaliteit aangegeven. Door een terugtocht uit Koeweit als uitkomst te noemen, werd in één klap de oorspronkelijke opstelling van Saddam Hoessein, als zou Koeweit deel uitmaken van Irak, opgegeven. 

Het Iraakse voorstel lag in feite in het verlengde van de eerder deze week onthulde notulen van het gesprek tussen Saddam Hoessein en Perez de Cuellar op 13 januari (The Guardian, 12.01.1991) waarin Saddam Hoessein zijn bereidheid uitspreekt om te praten over een gedeeltelijke terugtrekking uit Koeweit. 

De enige konklusie is, dat de positie van de Iraakse regering, al dan niet onder druk van de bombardementen, aan het schuiven is. Wellicht speelde de uitbundigheid van de bevolking van Bagdad die volgde op het aankondigen van het onderhandelingsaanbod, ook een rol. De mensen op straat willen blijkbaar vrede, ook als Koeweit wordt opgegeven. 

De Amerikaanse reaktie is veelzeggend. Hoewel volgens een verslag in de Sunday Times (17.02.1991) hoge ambtenaren van het State Department (buitenlandse zaken) Saddam Hoessein de tijd wilden geven om over te gaan tot terugtrekking, wezen Bush en zijn adviseurs dit af. Het Witte Huis verwacht bovendien dat er nog een aanbod met nog minder voorwaarden zal komen van de Iraakse regering, na de besprekingen tussen Tariq Aziz (buitenlandse zaken) en de Sovjet-regering op zondagavond (17.02) en maandagochtend. Desalniettemin zou Bush vastbesloten zijn om aan te vallen. Alle strijdkrachten zouden nu gereed zijn, de laatste rem is de druk afkomstig van de USSR om te wachten op de uitkomst van de Russies-Iraakse besprekingen. 

De harde Amerikaanse lijn wijst erop dat de bevrijding van Koeweit slechts een klein onderdeel is van een veel groter plan om de Iraakse militaire en ekonomiese macht te breken en daarmee de Westerse, vooral de Amerikaanse invloed, in de regio zeker te stellen. Een woordvoerder van het Pentagon, ook aangehaald in de Sunday Times, zei dat de slechtste uitkomst de terugtocht van het Iraakse leger met haar materiaal uit Koeweit zou zijn. Hij stelde dat alleen een totale terugtocht te voet, met achterlating van kanonnen, tanks, voertuigen enz. acceptabel zou zijn. 

Militaire situatie  

De hele week werden voorbereidingen getroffen voor de landoorlog. De al eerder genoemde tijdslimieten op het optreden van de landoorlog hebben, zo lijkt het, de doorslag gegeven. Een ingezonden stuk in de International Herald Tribune wijst er zelfs op dat een bepaald type zandstorm al eind februari begint. De periode 14-18 februari biedt de beste omstandigheden voor een aanval over land en via de zee. Geen of weinig maanlicht en hoogtij in de Golf (zie bulletin nr.2).  

Ongetwijfeld speelt de immense druk van de bevolkingen op de regeringen van een aantal Arabiese leden van de anti-Irak-alliantie ook een rol. Landen als Saoedi-Arabië  en Egypte dringen aan op een snelle aanval zodat voor de Ramadan (17 maart) een overwinning kan worden behaald. Verwacht kan worden dat het Arabiese verzet tegen de Westerse interventie nog meer zal toenemen tijdens deze religieus belangrijke periode. De steeds meer naar buiten lekkende gegevens over burgerdoden (hier en daar heeft men het over 7000 doden) als gevolg van de Westerse bombardementen spelen hierin ook een rol. 

Er zijn veel aanwijzingen dat een aanval binnen enkele dagen zal plaatsvinden. Er wordt in de pers veel gespekuleerd over de aard van die aanval. Een soort 'oefening' aan het begin van de afgelopen week wijst in ieder geval op een poging om recht door de verdedigingslijnen heen te breken. Tijdens dit voorspel werden massale bombardementen uitgevoerd door vliegtuigen, artillerie, raketten en scheepskanonnen. Elders vonden kleinschalige aanvallen plaats om de verdediging te testen. De in het Franse dagblad Libération genoemde samenwerking tussen Franse troepen en Amerikaanse paratroepers wijst erop dat deze troepen achter de Iraakse linies zullen worden ingezet d.m.v. helikopters. 

De militaire voorwaarden voor een aanval zijn door de bevelhebbers steeds omschreven als het verzwakken van het Iraakse materiaal met 50%. Opmerkelijk is dat het aantal door de Westerse woordvoerders genoemde vernietigde tanks in het midden van de week opeens omhoog ging, van 600 naar 1300. Men blaakte van optimisme over de door de luchtaanvallen veroorzaakte Iraakse verliezen.  

Het is echter zeer twijfelachtig of men in staat is om deze cijfers te achterhalen. Getallen zijn onbetrouwbaar voor het publiek, maar ook voor de militairen zelf. Aannemelijk lijkt dat men met de cijfers het politieke verzet tegen een te vroeg ingezette grondaanval in de VS zelf wil bestrijden. Zo zouden de optimistiese statistieken het thuisfront kunnen overtuigen dat het Iraakse leger ernstig verzwakt is.  

Dit is echter geenszins zeker, ondanks alle westerse propaganda. Zeer sterk verzet door de Iraakse troepen is nog steeds meer dan waarschijnlijk. Het spookbeeld van een vastlopend grondoffensief en een oorlog die doorgaat, de zomer in, leeft nog steeds bij de Westerse legerleiding. Een volledige overgave van de Iraakse troepen als gevolg van de bombardementen zit er echter niet in en dat betekent dat er met grondtroepen gevochten moet worden onder voorwaarden die aanzienlijk gunstiger zijn voor de Irakezen. 

Karel Koster - AMOK (17:02.1991)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991