Naar archief

UIT: NN #76 van 14 februari 1991  

Situatie turkije 

Op 30 november jl. is er in Zonguldak (een stad in Noord Turkije, aan de Zwarte Zee, met ongeveer 1 miljoen inwoners) een staking begonnen van mijnwerkers van de steenkolen~mijnen aldaar. De lonen waren extreem laag, de arbeidsomstandigheden zeer slecht en levensgevaarlijk (35 doden per jaar), en het perspectief op een betere toekomst voor hun kinderen ontbrak geheel vanwege slecht en duur onderwijs en muurvast zittende maatschappijverhoudingen.  

Turkije was vóór 1980 een enigszins demokraties land met nog enig perspectief op vooruitgang voor wat betreft sociale en economiese omstandigheden, maar sinds de militaire staatsgreep van 12 september 1980 is het land een fascistiese diktatuur. De formele overdracht van de macht aan burger-president Özal een paar jaar geleden was slechts bedoeld om de internationale kritiek een beetje te dimmen: Sindsdien is de onderdrukking een heel klein beetje afgenomen maar van menswaardige levensomstandigheden is absoluut geen sprake en Özal en de zijnen zien dit ook bepaald niet als prioriteit van hun beleid. 

De lont in kruitvat Turkije was het begin van de Irak-crisis die in augustus 1990 begon. George Bush en alles wat er achter hem aanliep dwong met zijn harde opstelling t.o.v. de verse 'nieuwe Hitler' Saddam Hoessein iedereen in het Midden-Oosten (en tevens ook ver daarbuiten) tot standpunt-inname. In Turkije koos president Özal zonder aarzelen voor George Bush. Een deel van zijn eigen regering plus de opperbevelhebber van het leger (Torumtay) deed dat niet en stapte op.  

Alles wat zich stiekem links noemde in Turkije begon dat langzaam aan openlijk te doen. Scholieren werden gearresteerd voor het uiten van hun anti-oorlogs standpunten. Een golf van werkonderbrekingen en stakingen begon op gang te komen. De mannen en vrouwen in de stad Zonguldak durfden het verst te gaan met massademonstraties en massamanifestaties. De naar het buitenland gevluchte linkse Turken fleuren alhier helemaal op en tonen een strijdlustige blik in de ogen wanneer de naam Zonguldak valt.  

Kondigt zich hier een revolutie aan? Gaat hier een langgekoesterd~ droom in vervulling? Het is duidelijk dat er in menige Turkse slaapkamer, verspreid over West-Europa, al maandenlang onrustig wordt geslapen. Als je een Turk/Turkse ziet is de kans groot dat je in zijn/haar gehoorsafstand een korte golf-radio aan kunt treffen om het jongste nieuws betreffende Turkije te kunnen horen. 

Op 4 januari jl. begonnen ca. 40.000 mijnwerkers vanuit Zonguldak aan een mars naar het presidentiële paleis in Ankara (afstand bijna 300 km). Na een paar dagen was de stoet aangegroeid tot ca. 100.000 mensen, maar een politiekordon maakte voortgaan onmogelijk. 

Een poging om door te breken leidde tot knokpartijen en meer dan 200 arrestaties. Later die dag besloot de leiding van de vakbond om de mars af te fluiten. Dit ook vanwege hele slechte weersomstandigheden. De demonstranten moesten overnachten in de buitenlucht bij temperaturen van onder het vriespunt, waardoor meerdere mensen in het ziekenhuis opgenomen moesten worden. De sfeer in Zonguldak was na terugkeer van de mijnwerkers minder dan voorheen. 

In de weken voorafgaand aan de oorlog zijn de mijnwerkers-vertegenwoordigers duidelijk door de Turkse regering aan de praat gehouden. De regering gokte op het uitbreken van de oorlog (Özal heeft Bush ook in bedekte termen via de pers aangemoedigd tot oorlog) en dit betekende ook zonder twijfel dat Özal en de zijnen inzake binnenlandse onrust een dankbaar beroep konden doen op 't gezegde: 'Saved by the bell'. 

De regering heeft de mijnwerkers inmiddels opgedragen om met ingang van 27 januari jl. weer aan het werk te gaan en heeft alle stakingen voor 2 dan wel 4 maanden opgeschort. De mijnwerkers zijn met grote tegenzin weer aan het werk gegaan maar de sympathisanten in het buitenland verwachten niet dat ze 2 volle maanden hoeven te wachten op de mededeling dat het werk opnieuw is neergelegd. 

De staking in de textiel sector is inmiddels voorbij. De voorzitter van de vakbond voor de textielwerknemers (die toevallig ook de voorzitter is van de centrum-rechtse Türk-ish) heeft zich voor het karretje laten spannen van de regering en heeft zijn werknemers een hele slechte CAO opgedrongen. De werknemers in de textielsector in Turkije zijn traditioneel niet erg militant. 

Het met George Bush mee manoeuvreren valt Özal steeds moeilijker. Het aanbieden van de vliegvelden bij Incirlik en Batman is door Özal en de zijnen nog steeds niet officieel aan het Turkse parlement bekend gemaakt. Opiniepeilingen in Turkije tonen dat 74% van de bevolking er tegen is dat Turkije bij de oorlog met Irak betrokken wordt.  

Nu Özal onder druk staat wordt steeds duidelijker dat hij een onbenul is. "Nooit eerder in mijn leven heb ik zo'n winstgevende slag geslagen door zo weinig te geven", liet hij zich aanvankelijk ontvallen. Hij dacht d.m.v. deze coöperatie met Washington na de oorlog met Irak, dé nieuwe economiese en militaire supermacht van de regio te kunnen worden. Op de vraag van een journalist waarom hij zo enthousiast met de Amerikanen meedeed, antwoordde hij: "Ik denk dat de Amerikanen deze oorlog gaan winnen. People call me a gambler, but I am not a gambler, I am a calculator. I am an engineer."  

In de jaren zeventig was Özal berucht als werkgevers-voorzitter in de metaalsector. Vanwege deze achtergrond is hij destijds door de Amerikanen naar voren geschoven als een voor hen acceptabel staatshoofd van Turkije. Özal heeft om dat doel te bereiken een eigen politieke partij (moederlandpartij) op moeten richten. Deze partij staat momenteel in opiniepeilingen op grote verliezen. Verkiezingen in Turkije gaan (net als in Groot-Brittannië) per kiesdistrikt. 

De Turkse bevolking is in het geheel niet voorbereid op aanvallen met chemiese wapens vanuit Irak. Gasmaskers worden er niet verstrekt. Vanuit Oost-Turkije is er al enkele weken een volksverhuizing naar het westen van Turkije aan de gang. Tegelijk met de bombardementen van geallieerde vliegtuigen op Irak en Kuwayt, is de Turkse luchtmacht weer begonnen met bombardementen op de stellingen van Koerdische guerrillastrijders in de bergen van Oost-Turkije. 

Door de grote troepenconcentraties in Irak e.o. is de mobiliteit voor guerrillastrijders ernstig beperkt. Hun strijdtoneel was voorheen Noordoost-Syrië, Oost-Turkije en Noord-Irak maar de diverse groepen zijn van elkaar geďsoleerd geraakt en de kwetsbaarheid is toegenomen. Het Turkse leger lijkt zijn slag te willen slaan. De Koerdische bevolking in het grensgebied met Irak heeft zich laten deporteren door de Turken. De Koerden lijken kansloos in de mangel waarin ze nu terecht zijn gekomen. De bewegingsvrijheid van de verzetsgroepen is minimaal en ze lijken één voor één weggevaagd te gaan worden. 

Sinds het uitbreken van de oorlog tegen Irak is in de grote steden van Turkije de communistische club Dev-Sol aktief met bomaanslagen. Dev-Sol is een organisatie die op de Cubaanse lijn zit. Ook in West-Europa worden bomaanslagen op Turkse doelen verwacht. 

Wim Smit 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991