UIT: NN #75 van 7 februari 1991
RAMALLAH
Ramallah (1-2-1991). We zijn nu 16 dagen verder na het uitbreken van de oorlog, de 1,7 miljoen Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bevinden zich nog steeds onder een 24 uurs uitgaansverbod. Het einde is nog lang niet in zicht en de situatie wordt voor een groot deel van de bevolking met de dag kritieker.
Een Israëlische woordvoerder verklaarde gisteren op een persconferentie dat dit uitgaansverbod een preventief karakter heeft. Na het uitbreken van de Golfoorlog 'werden op grote schaal demonstraties en andere onlusten verwacht van de Palestijnse bevolking ter ondersteuning van Saddam Hoessein. Bij ingrijpen van het Israëlische leger zouden veel Palestijnse slachtoffers kunnen vallen.'
De Palestijnse bevolking ziet dit uitgaansverbod als een collectieve straf vanwege hun pro Iraakse houding. Tot nu toe wordt het uitgaansverbod niet op grote schaal ontdoken. Daarbij speelt zeker een rol dat het leger heeft bekend gemaakt dat geschoten zou worden op een ieder die zich toch op straat zou bevinden, wat in een aantal gevallen ook is gebeurd. De maximum geldboete op het overtreden van het uitgaansverbod staat sinds 22 januari op 30.000 IS (30.000 gld.) en een maximum gevangenisstraf van 5 jaar.
Het uitgaansverbod heeft belangrijke consequenties voor de Palestijnse economie. Het Palestijnse bedrijfsleven ligt stil. De landbouwsector heeft het zwaar te verduren. Oogsten liggen stil. De landbouwsector heeft het zwaar te verduren. Oogsten liggen te rotten op het land in de vruchtbare Jordaanvallei. Vanwege de verhoogde militaire aanwezigheid daar mogen boeren hun land niet bewerken. Maar ook in andere gebieden worden boeren verhinderd hun land te irrigeren, te oogsten en de opbrengst te verkopen. De landbouw is de meest produktieve sector van de Palestijnse economie. Het desastreuze effect van dit uitgaansverbod zal in de komende maanden goed duidelijk worden.
Het grootste probleem van de veehouders is het gebrek aan veevoeder. Het voer voor de 3-4 miljoen kippen en 18.000 koeien komt voor 90% uit Israël, de aanvoer ligt stil. De productie van melk, vlees en eieren is dramatisch gedaald. De grote Uneid fabriek voor melkproducten in Khalil (Hebron) kreeg op 22 januari een 24uurs vergunning om de voorraad te distribueren op de Westelijke Jordaanoever.
Op 24 januari kreeg men een vergunning om de productie op te starten. Maar de boeren die de melk moeten leveren kregen geen vergunning, de fabriek ligt dus stil. Melk is al sinds het begin van het uitgaansverbod nergens meer te krijgen. De ongecoördineerde uitgifte van vergunning en door de militaire autoriteiten veroorzaakt veel verwarring. Zo kregen enkele groothandelaren in Ramallah een vergunning om naar Ariha (Jericho) te gaan om groente in te kopen. Hun reis was vergeefs daar de boeren niet mogen oogsten.
Tenminste 120.000 Palestijnen zijn werkzaam in de Israëlische bouwen dienstverlenende sector. Een groot deel van minister Sharons woningbouw project voor de nieuwe Russische immigranten is afhankelijk van deze goedkope Palestijnse arbeid. Sharon beklaagde zich openlijk op de Israëlische televisie over het feit dat de woningbouw nu voor een groot deel stil ligt. Hij vroeg jonge Israeliërs, werkzaam in het buitenland, terug te komen om de plaats van de Palestijnen in te nemen. Families die afhankelijk zijn van inkomsten uit arbeid uit 1srael hebben het momenteel moeilijk.
Sinds het begin van de oorlog hebben zij geen inkomsten meer. De Israëlische lonen zijn laag, geen mogelijkheid om wat achter de hand te hebben. Ook al zijn zij in staat eten te kopen, het geld is op en zij zijn afhankelijk van buren en familie. Zoals het er nu naar uitziet slaat de Israëlische overheid twee vliegen in een klap. De Israëlische economie kan losgemaakt worden van goedkope Palestijnse arbeid, iets waarvoor de overheid al jaren strijdt, zonder succes. Het verschil tussen Israëlische en Palestijnse lonen voor hetzelfde werk is zo groot dat de Israëlische werkgevers gebruik blijven maken van Palestijnse werknemers.
Ten tweede wordt de Palestijnse economie een gevoelige klap toegebracht. Op verschillende manieren zal Israël profiteren van een zwakke Palestijnse economie. Allereerst is er het punt van controle. Des te zwakker de economische situatie van de bevolking, des te makkelijker hen te controleren en manipuleren. Ten tweede wordt de Palestijnse boycot van Israëlische produkten doorbroken. Deze boycot is goed op gang gekomen sinds het begin van de Intifada. De bezette gebieden waren tot de Intifada Israëls tweede afzetmarkt na de EEG. Israël is terughoudend met cijfers over de consequenties van deze boycot maar dat de gevolgen groot zijn ontkent niemand.
De gevolgen van het langdurige uitgaansverbod op het dagelijks leven in de bezette gebieden is verontrustend. Naast een gebrek aan geld is er een groot tekort aan verschillende eerste levensbehoeften. De situatie verschilt naar regio, dorp en stad, maar rapporten van PHRIC (Palestinian Human Rights Information Centre), CCINGO (Coordinating Committee for International NGO's) en de URNWA (United Nations Relief Works Agency) vermelden dat de toestand in het algemeen kritiek is. Er is groot tekort aan melk- en babyvoeding. Zo gingen in Qalqilya moeders tijdens het uitgaansverbod de straat op om te protesteren tegen het gebrek aan melk. Tekorten aan meel, suiker, groenten en fruit worden gemeld uit grote delen van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.
In verschillende dorpen en steden wordt het uitgaansverbod 2 à 3 maal per week voor enkele uren opgeheven om de bevolking in staat te stellen eten te kopen. Maar gebrek aan geld, lege winkels en de onregelmatige aanvoer van groente en fruit brengen weinig verbetering. Vele gezinnen leven nu gedwongen op een dieet van rijst, linzen of kikkererwten en olie. In Ramallah wordt sinds kort het uitgaansverbod van 1 tot 4 uur 's middags opgeheven.
Als onderdeel van de Intifada sluiten de winkels om 1 uur uit protest tegen de bezetting. De pogingen van de militairen om dit protest te breken lopen op niets uit, de winkels blijven dicht. Bakkers mogen wel na 13 uur open zijn, maar het duurt twee uur voordat de ovens heet zijn, en er rest slechts een uur om de bevolking van brood te voorzien. Vele vluchtelingenkampen blijven onder een constant uitgaansverbod en zijn voor hun voedsel afhankelijk van de URNWA. De URNWA in Nabloes maakte echter bekend dat zij in de distributie van voedsel in de kampen gehinderd worden door de militairen.
Ook de medische verzorging van de bevolking verslechtert. De meeste Palestijnse ziekenhuizen en klinieken werken met de helft van de normale personeelsbezetting daar de militaire autoriteiten niet al het personeel een vergunning geeft om tijdens het uitgaansverbod te reizen. Ziekenhuizen en URNWA klinieken melden een gebrek aan bepaalde geneesmiddelen zoals antihoestmiddelen voor kinderen, antibiotica en kalmerende middelen. Atropine (het enige middel tegen zenuwgassen, NN) is nog steeds niet geleverd.
Ambulances mogen alleen in noodgevallen uitrijden en worden streng gecontroleerd. Het Ittihad-ziekenhuis in Nabloed meldt dat vanwege het brute optreden van soldaten steeds minder vrouwen voor bevallingen met de ambulance naar het ziekenhuis komen. Bevallingen vinden thuis plaats, vaak onder slechte omstandigheden. Dit ziekenhuis meldt ook een tekort aan voedsel. De Palestijns-Israëlische artsenorganisatie heeft vandaag een oproep gedaan aan de Israëlische autoriteiten alle ernstig zieke patiënten te mogen overbrengen naar ziekenhuizen in Oost-Jeruzalem waar de situatie beter is.
De CCINGO, PHRIC en Al Haq melden een escalatie in de schendingen van mensenrechten tijdens dit uitgaansverbod. Palestijnse bronnen melden het gebruik van pantserwagens en tanks in Nabloes en op de Gazastrook om de situatie controleren. Er wordt zonder waarschuwing met scherp geschoten op mensen die op daken en balkonnen staan.
Op 19 januari gaf de 24-jarige Lina Nasser Sa'id al Kadem haar één maand oude zoontje borstvoeding toen zij door militairen werd doodgeschoten. Zij bevond zich op dat moment op het met glas gesloten balkon van haar huis in het Askar vluchtelingenkamp. Uit Nabloes, Kahlil (Hebron), Jenin, Ya'bad, Tulkarm en Qalqilya worden militaire overvallen gemeld op woonwijken waarbij gewonden zijn gevallen en velen gearresteerd. In de eerste week van het uitgaansverbod werd snelrecht toegepast op de arrestanten. Door interventie van advocaten is dit voor een deel onmogelijk geworden. Alle bezoeken aan de gevangenen zijn stopgezet. Tot nu toe zijn alleen voor de gedetineerden van de Meggido en de Ashkalon gevangenis gasmaskers uitgereikt. In Ashkal echter zonder filter en in Meggido zijn ze niet onder de gevangenen uit gedeeld.
Vijf dagen geleden maakte radio Israël bekend dat men tot nu toe 25.000 gasmaskers had gedistribueerd onder de Palestijnse bevolking. De gasmaskers worden echter geleverd zonder atropine, gaas en speciaal poeder. Vandaag verklaarde een Israëlische politicus op de radio dat de Palestijnen geen gasmaskers nodig hebben omdat zij geen doelwit zijn voor de Iraakse raketaanvallen. Het feit dat verschillende raketten op de Westelijke Jordaanoever zijn terecht gekomen en de Palestijnen dus potentiële slachtoffers zijn kwam niet ter sprake.
De sfeer onder de Palestijnse bevolking is een menging van angst voor raketaanvallen en hoop op verandering als gevolg van de Golfoorlog. Maar in het leven van alle dag gaat de spanning veroorzaakt door het langdurige uitgaansverbod een steeds grotere rol spelen. Vele gezinnen wonen met 12 tot 15 personen in kleine ruimtes. Voedseltekort, rusteloze kinderen en soms ook geen water en elektriciteit, als collectieve straf opgelegd door de militairen, maken de situatie onhoudbaar.
Het is de vraag op dit 'preventieve' uitgaansverbod niet tot het tegenovergestelde resultaat leidt: massale demonstraties en ongeregeldheden om de opgekropte spanning en frustratie als gevolg van het uitgaansverbod af te reageren. De geschiedenis van de laatste drie jaar heeft laten zien dat de Israëlische militairen niet in staat zijn én bereid zijn om burgerlijke onrust te controleren zonder het gebruik van geweld waarbij vele slachtoffers vallen.
1-2-'91, Maja van der Velden, Ramdallah
naschrift NN:
Dinsdag 5 februari werd bij wijze van 'experiment' het uitgaansverbod op een aantal plaatsen op de Westoever opgeheven, o.a. in Ramallah. Het uitgaansverbod wordt weer ingesteld als de Palestijnen zich niet 'netjes' gedragen. De oorlog wordt dus in ieder geval gebruikt om te proberen de Intifada te breken. STEUN PALESTINA, JUIST NU!