Ravage   ● Archief    ● Overzicht 1990    ● Overzicht #68


UIT: NN #68 van 18 oktober 1990


IRAK, DE VS EN DE TWEEDE WERELDOORLOG

Opnieuw wordt er oorlog gevoerd in het Perzische/Arabische Golf-gebied. Op 2 augustus jl. ontketende het Iraakse Ba'thregime voor de tweede maal in tien jaar een aanvalsoorlog tegen een buurland. Anders dan in 1980 tegen de Islamitische Republiek Iran, heeft de agressie tegen Koeweit ditmaal een krachtige reaktie van de kant van de Verenigde Staten en haar bondgenoten te zien gegeven. Wat zijn de achtergronden van de Iraakse aanval, waar gaat het de Verenigde Staten om, en welke scenario's zijn er voorhanden?

Hoewel er een direkte relatie bestaat tussen de acht jaar durende Iraaks-Iraanse oorlog en de recente aanval op Koeweit, is de diepere achtergrond daarvan terug te voeren op een grove machtspolitiek die sinds de staatsgreep van 1968 door het Ba'th-regime zowel in eigen land als in de regio gepraktiseerd wordt. Met de binnenlandse oppositie van de kant van Koerden, kommunisten en later ook moslimfundamentalisten is nimmer een vergelijk gezocht.

In de loop van de jaren zeventig is deze door toedoen van een uitgebalanceerde politiek van verdeel-en-heers en met grove repressie uitgeschakeld. In een volgend stadium is het uitstralingseffekt van de islamitische revolutie in Iran in 1980 met een aanvalsoorlog beantwoord. Een uitweg uit de ernstige financiŽle problemen als gevolg van acht jaar oorlogvoering met Iran - daar ligt de direkte relatie met de Iraaks-Iraanse oorlog - is gezocht in de beslaglegging op Koeweits (olie-) rijkdommen.

Zoals tijdens de oorlog met Iran de kwestie van de zeggenschap over de grensrivier de Shatt al-Arab in de Iraakse oorlogspropaganda centraal stond, zo zijn thans 'historische klaims' op Koeweit van stal gehaald om de agressie te legitimeren.

tol

De tol die de betrokken volkeren als gevolg van deze machtspolitiek betaald hebben, is hoog geweest: vele duizenden werkelijke en vermeende tegenstanders zijn in de loop van de jaren gearresteerd, gemarteld en/of geŽxekuteerd. Verspreid over de wereld leven thans ongeveer 1 miljoen Iraakse vluchtelingen (op een totale bevolking van 17 miljoen). De oorlog met Iran heeft volgens konservatieve schattingen aan beide zijden een half miljoen doden en een veelvoud daarvan aan gewonden opgeleverd.

Ekonomisch zijn beide landen letterlijk en figuurlijk vele jaren in hun ontwikkeling teruggebombardeerd. Een potentieel rijk Derde Wereld-land als Irak - met een zeldzame kombinatie van olierijkdommen, grote agrarische mogelijkheden en een redelijk omvangrijke bevolking, is thans armlastig.

In Iraaks-Koerdistan gaat de genocide-politiek onverminderd voort. De invasie en bezetting van Koeweit heeft tot nu toe aan ongeveer 1000 personen het leven gekost. Inmiddels is daar op grote schaal geplunderd en is de bevolking - net als in Irak - in de greep gekomen van de nietsontziende Iraakse Mukhabarat (geheime politie).

aktie

Ik ben van mening dat deze pplitiek een halt toegeroepen moet worden. Want wat zijn de konsekwenties als het Ba'th-regime ook ditmaal vrijuit gaat? In de eerste plaats zal er geen eind komen aan de repressie jegens het Iraakse en Koeweitse volk. De ontmanteling van de Koerdische samenleving zal verder doorgevoerd worden. Net als Iraaks Koerdistan, waar 77% van de Iraakse olie vandaan komt, zal ook Koeweit tot wingewest gedegradeerd worden, in niet geringe mate ter financiering van een groot militair apparaat.

Ten tweede zal het bewezen agressieve regime erin slagen zijn ekonomische en geo-strategische positie aanzienlijk te versterken. In kombinatie met Iraks aanzienlijke militaire macht belooft dat weinig goeds voor de volkeren in de regio. (Dreiging met) militaire agressie jegens vijanden als SyriŽ en Saoedi-ArabiŽ, wellicht opnieuw tegen Iran en waarom ook niet tegen bondgenoot JordaniŽ en uiteindelijk tegen IsraŽl, is niet denkbeeldig.

Tenslotte, met het eventueel succesvol weerstaan van internationaal (lees: vooralsnog westers) optreden tegen de agressie jegens Koeweit, zal een door Bagdad geleide - en daarmee bedreigende variant - van het Arabisch nationalisme een toonaangevende rol in de Arabische politiek gaan spelen. Dat heeft net zo weinig aan de inwoners van de diverse Arabische landen te bieden als het bij het opmaken van een balans na 22 jaar Ba'th-hegemonie of zo men wil 'Saddamisme' - aan het Iraakse volk geboden heeft.

Grotere samenwerking en eenwording in de Arabische wereld vormt een belangrijke voorwaarde voor het vinden van een uitweg uit de grote ekonomische en politieke problemen waarvoor men zich daar gesteld ziet. Maar dan wel samenwerking en eenwording op basis van een bonafide agenda - met of zonder [waarschijnlijk !] de zittende regimes - en in een kontekst van acceptabele maatschappelijke en politieke verhoudingen. Beide hebben Saddam Hoessein en de zijnen niet te bieden.

westen

Waar men zich in Bagdad bij de aanval op Koeweit op verkeken had, was de internationale reaktie. Deze kwam met name van de kant van de Verenigde Staten en haar belangrijkste bondgenoten West-Europa en Japan, die vitale belangen bedreigd zagen. Daarbij gaat het vooral om de beschikking over goedkope [want ook Saddam Hoessein is gedwongen te exporteren] olie en voorts om de opkomst van de militaire grootmacht Irak, die het militaire overwicht van Amerika's strategische bondgenoot IsraŽl aantast.

In de propaganda werd vooral de nadruk gelegd op herstel van de internationale rechtsorde. Ook door veel Arabieren wordt deze rechtvaardiging niet serieus genomen, aangezien het kennelijk in de ogen van Washington niet van toepassing is op IsraŽl, dat al sinds 1967 Arabisch grondgebied bezet houdt c.q. geannexeerd heeft en de inwoners van die gebieden aan een grove politiek van onderdrukking blootstelt.

De opkomst van een machtig Irak motiveerde ook landen als Egypte, SyriŽ en de oliestaten aan de Perzische/Arabische Golf zich aan de zijde van de Verenigde Staten te scharen. In korte tijd wist de verenigde Staten een enorme militaire macht in de Golf samen te trekken. Schoorvoetend kwamen uiteindelijk ook de bondgenoten van de Verenigde Staten met militaire en/of financiŽle steun over de brug. Om militair-technische en diplomatieke overwegingen zijn de inspanningen er tot heden op gericht geweest het Ba'th-regime met een ekonomische boycot op de knieŽn te krijgen - een niet-militaire vorm van oorlogvoering en de tweede fase in de op 2 augustus begonnen Tweede Golfoorlog.

IRAK / VS / VN

Het Ba'th-regime wist vooral politieke steun te mobiliseren in een aantal Arabische landen, deels op basis van valse slogans variŽrend van 'herverdeling van de rijkdommen van de olie-emirs' tot 'Jihad' (Heilige Oorlog, ter verdediging van de moslimgemeenschap).

Op basis van haar drijfveren - nog afgezien van haar staat van dienst als het gaat om het respekteren van de internationale rechtsorde - is de Verenigde Staten niet de aangewezene het voortouw te nemen in een konfrontatie met het Ba'th-regime.

Bovendien is de laatste weken de volstrekt onacceptabele situatie ontstaan, dat de Verenigde Staten en haar bondgenoten steeds pas achteraf van de [door de' grootmachten gedomineerde] Veiligheidsraad van de Verenigde Naties goedkeuring voor haar optreden heeft gekregen. Voorts zouden de inmiddels tegenover Irak in stelling gebrachte westerse en Arabische strijdmachten in een militaire konfrontatie meegetrokken kunnen worden, in geval de Amerikanen besluiten om tot de aanval over te gaan.

Uitgaande van de positie dat het Ba'th-regime een halt toegeroepen moet worden, werpt zich de vraag op wie daarvoor dan wel voor op moet draaien. Idealiter zou het Iraakse volk zich van het Ba'th-regime moeten ontdoen. Als gevolg van jarenlange systematische repressie en interne verdeeldheid is de oppositie daartoe vooralsnog niet in staat. Datzelfde geldt voor de Arabische wereld, die eveneens intern verdeeld is en militair geen vuist tegen Irak kan maken. In dit verband is een oproep voor een 'Arabische regeling' van het konflikt koren op de molen van Saddam Hoessein en de zijnen.

Aangezien - om hierboven uiteengezette redenen - niets doen wat mij betreft een onaantrekkelijk perspektief biedt, zou een optreden bij voorkeur toch van de Verenigde Naties moeten komen. Dat optreden zou aan op een bredere basis dienen te geschieden, bijvoorbeeld in het verlengde van besluitvorming in de [representatievere] Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

scenario's

Afgezien van een mogelijke militaire konfrontatie - fase drie in de Tweede Golfoorlog - vormt in eerste instantie de inmiddels met VN-goedkeuring en met militaire middelen gesanktioneerde ekonomische boycot van Irak een ernstige bedreiging voor de positie van het Ba'th-regime. In het verlengde daarvan is de olie-export - de belangrijkste inkomstenbron - komen stil te liggen en kunnen essentiŽle levensbehoeften niet of nauwelijks meer aangevoerd worden.

Mocht de boycot stand houden - en alle tekenen wijzen daar vooralsnog op - dan lijkt de positie van Saddam Hoessein en de zijnen onhoudbaar. Er bestaat een reŽle kans dat deze, in een dergelijke situatie, opnieuw een vlucht naar voren maakt, hetgeen een militaire konfrontatie tot gevolg zal hebben.

In geval de boycot voor de Verenigde Staten en haar bondgenoten niet snel genoeg (wrange) vruchten afwerpt, behoort ook een militaire eskalatie van deze kant tot de mogelijkheden. Zal een verslechtering van de ekonomische situatie in Irak wellicht tot grote binnenlandse spanningen leiden? Anders gezegd: zal de positie van het Ba'th-regime mogelijk van binnenuit uitgehold worden?

Veel te laat doen verschillende oppositionele stromingen thans moeite om een eenheidsfront van de grond te tillen. Ligt er toch nog een - wat mij betreft bij voorbaat onbevredigende - diplomatieke regeling van het konflikt in het verschiet, in geval Saddam Hoessein eieren voor zijn geld kiest en/of de Verenigde Staten en haar bondgenoten uiteindelijk terugdeinzen voor grote militaire verliezen die ook zij in een gewapende konfrontatie zullen moeten inkasseren? Daarover valt slechts te spekuleren.

Robert Soeterik

Verbonden aan Middle East Research Associates (MERA)

 

.Terug naar boven