Ravage   ● Archief    ● Overzicht 1990    ● Overzicht #51


UIT: NN #51 van 22 februari 1990

'WIJ WILLEN EEN VRIJ KOERDISTAN'

Woensdag 7 februari j.l. maakte de West-Duitse televisie bekend dat de EEG besloten heeft haar banden met Turkije op te schorten vanwege de systematische schendingen van de mensenrechten 1n d1t land. Dat hiermee vooral het optreden van de fascistische Turkse regering tegen de binnen haar staatsgrenzen levende Koerdische volk bedoeld wordt, behoeft geen twijfel. Toeval of niet, de volgende dag donderdag 8 februari, werden twee van de achttien in DŁsse1dorf voor het gerecht gedaagde Koerden op borgtocht vrijgelaten. Een dag later werd dit aantal vermeerderd tot zeven.

Op 15 februari 1988 werden negentien Koerden het slachtoffer van een politiek spel. Zij werden in de ruimte van het Koerdistan Komitee in Keulen door een speciale politie-eenheid opgewacht en ingerekend. De hoofdaanklacht, ingediend door Procureur Generaal Rebman luidt: Verdenking van lidmaatschap van een 'terroristische organisatie binnen de Koerdische Arbeiderspartij PKK'. Deze aanklacht is mogelijk op basis van Artikel 129a van het strafgesetzbuch.

Het is een norm aan de hand waarvan iemand niet vanwege een daad, maar slechts omdat 'ie lid is van een bepaalde organisatie, door de rechtbank veroordeeld kan worden. Los van de aanklacht zijn er een paar afzonderlijke aanklachten wegens moord, vrijheidsberoving en valsheid in geschriften. Hiervoor zijn echter geen echte bewijzen zodat de meeste van deze beschuldigingen ingetrokken zijn. De aanklacht wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie, blijft hoe onzinnig ze ook is, staan.

Bij een van de negentien Koerden (Selman Arslan) werd nadat hij anderhalf jaar in voorlopige hechtenis gezeten had de aanklacht op grond van Artikel 129a ingetrokken. Tegen hem loopt nu bij een andere rechtbank een proces waarin hij beschuldigd wordt van geschriftvervalsing.

Tegen de overige achttien Koerden werd op 24 oktober 1989 bij de Hoogste Noord-Rijn Westfaalse rechtbank een massaproces geopend dat zich het best laat typeren als een theaterspektakel. Voor maar liefst 8 miljoen Duitse marken werd naar aanleiding van dit proces een geheel nieuw gerechtsgebouw neergezet dat veel weg heeft van een bunker. Het betonnen bouwwerk bestaat slechts uit twee niveaus: Een kelder waar zich de isoleercellen van de aangeklaagden bevinden en een ruimte op de begane grond waar zich de geklimatiseerde raamloze rechtszaal bevindt.

Overal in de omgeving van het gebouw patrouilleren forse, goed uitgeruste smerissen. Het regent als we tussen de dranghekken wachten tot het onze beurt is om naar binnen te gaan. De rij is lang, het proces wordt goed bezocht en vaak is de zaal al vol zodat groepjes, voornamelijk Duitse Koerden, bui ten moeten blijven. Iemand vertelt mij dat er veel plaatsen worden ingenomen door de beveiligingsagenten in burger. Omdat wij helemaal uit Amsterdam komen, worden we naar voren geduwd.

Het proces vindt elke dinsdag en woensdag plaats en de meeste mensen komen voor de zoveelste keer. Bij de stalen draaideur mag je op vertoon van een geldig legitimatiebewijs doorlopen naar de kleedruimtes waar je grondig gefouilleerd wordt. Mijn ballpoint werd aan een uitgebreid onderzoek onderworpen. Een meisje uit Hamburg dat na mij aan de beurt was, moest een veiligheidsspeld van een bij twee cm, dat als broeksluiting fungeerde, bij de balie achterlaten. Er werden kopieŽn van mijn paspoort gemaakt en via een aantal van veiligheidsmaatregels vergeven omwegen kwam ik uiteindelijk in de rechtszaal terecht.

Als de aangeklaagden de zaal binnenkomen, staat het publiek op en onder luid applaus nemen de gevangenen plaats achter hun tafel. Sommigen heffen hun vuisten omhoog, anderen slaan met hun handen tegen de plexiglazen wand die de aangeklaagden scheidt van de rest van de zaal. Het plexiglas vormt een barriŤre die er voor zorgt dat de beschuldigden zelf niet direkt aan het proces deel kunnen nemen. Een rechtvaardiging voor het inzetten van deze scheidingswand hebben de autoriteiten gevonden in het tot terroristen stigmatiseren van de aangeklaagden, alvorens deze Łberhaupt veroordeeld zijn.

Als de Senaat binnenkomt gaat het publiek zitten en wordt het stil. Alleen de Officier van Justitie, de reserve advokaten en de tussen het publiek zittende veiligheidsagenten gaan uit eerbied voor rechter Jorg Belker staan.

Een vreemd schouwspel

Nog steeds wordt alleen de scherpe kritiek van de advokaten en hun kliŽnten op het verloop van het proces behandeld. Het protest van de advokaten richt zich op de scheidingswand, die overleg met de kliŽnten bemoeilijkt. Ook richt het protest zich tegen de geÔsoleerde opsluiting van hun kliŽnten en tegen het onacceptabele bewijsmateriaal dat door de Procureur Generaal Rebman is ingebracht. Bovendien zeggen de advokaten dat de aanklacht in strijd is met de rechten van de mens.

Het is een vreemd schouwspel: De verdachten klagen de rechtbank aan en de rechtbank verdedigt zich door zich te beroepen op de beschuldigingen van de aanklagers. Als toeschouwer zoekt men tevergeefs naar de onpartijdigheid van deze rechtbank. Een scenario waarin de aanklager daadwerkelijk probeert de schuld van de aangeklaagden te bewijzen, lijkt hier bijna uitgesloten.

De drie centrale getuigen die als steunpilaar onder dit showproces fungeren, blijken wankel en onbetrouwbaar. De eerste getuige weigert inmiddels nog verdere verklaringen af te leggen. De tweede getuige is eind '87 met 6 miljoen TL en een vals paspoort, beide van de Turkse regering, naar de BRD gekomen. Dit doet vermoeden dat zijn komst in verband staat met de onzuivere praktijken van geheime diensten. De derde getuige is van Zweedse komaf en heeft daar eerder valse getuigenissen afgelegd in het onderzoek naar de moord op Olaf Palme.

De hoofdaanklacht, de beschuldiging lid te zijn van een 'terroristischen Vereinigung innerhalb der Arbeiterspartei Kurdistan PKK' loopt spaak op haar ondefinieerbaarheid. In artikel l29a staat nergens wat precies bedoeld wordt met 'terrorisme' en welke daden daar wel en niet toe behoren. Dat de aangeklaagden iets met de PKK te maken hebben, hoeft niet meer bewezen te worden. Op de eerste procesdag verklaart Ali Haydar Kaytan, ťťn van de aangeklaagden: "Het is onbelangrijk hoe ik heet. Ik ben een vrijheidsstrijder, lid van de PKK en van het Nationale Bevrijdingsfront van Koerdistan". De andere aangeklaagden hebben zich op soortgelijke wijze voorgesteld.

Protesten

Omdat er in de media, als er al iets over dit proces naar buiten komt, nooit wordt weergegeven wat de gevangenen zelf verklaren, volgen hier enkele typerende samenvattingen. Op 6 november '89 werd er een verklaring voorgelezen namens alle "in der BRD inhaffierte PKK'er", waarin hun angst omtrent hun behandeling naar buiten komt. Ze verklaren door de wachters uitgescholden, bedreigd en aangevallen te worden. Ze verklaren dat enkele bewakers bijzonder provokatief zijn en de anderen aansporen om mee te doen. Ook veroordelen zij de gebeurtenissen op de eerste procesdag en beschouwen deza als een middel om "tot dan toe getroffen maatregelen te legitimeren en de grondslag ervoor te scheppen deze nog verder aan te scherpen."

Half december '89 besluiten de gevangenen een driedaagse hongerstaking te houden om te protesteren tegen onmenselijke toestanden in de rechtszaal en de andere onwettige maatregelen die de loop van het proces bepalen. In een verklaring schrijft Ali Haydar Kaytan: "De alhier gehanteerde voorwaarden zijn in strijd met de menselijke grondwaarden en gaan in tegen de internationale rechtsvoorschriften. Wij protesteren tegen deze toestanden, sinds de opening van het proces 24 oktober '89, door staand aan de verhandelingen deel te nemen. Met deze driedaagse symbolische hongerstaking, die we vandaag begonnen zijn, leiden we het proces voort. Wij eisen dat de alhier gehanteerde voorwaarden en de op ons toegepaste praktijken in het 4lste jaar van de mensenrechtenkonventie met mensenrechten en menselijke grondwaarden in overeenstemming gebracht worden."

Een week later verklaart Meral Kidir over haar leven in een isoleercel, over de psychologen die ingesteld zijn om de gevangenen te onderzoeken en over folter in het algemeen: "Onder omstandigheden. waarin het gevoel voor tijd en plaats verdwijnt, zijn onverdraaglijke lichamelijke pijnen onvermijdelijk. Dat kunnen uw psychologen noteren. Omdat het zenuwgestel van mensen, die maandenlang tussen deze muren zitten, zwaar belast wordt, raken zenuwen verstoort waardoor pijnen ontstaan. In deze zin bent u succesvol. Dat moeten uw psychologen noteren. Dat moeten alle folteraars van de wereld noteren. Onze psychologie is de psychologie van de nationale bevrijding. Het is de psychologie van diegenen die zich verzetten tegen slavernij en onwaardigheid."

Vrijheidsstrijders

In een lange redevoering legt alweer Ali Haydar Kaytan uit dat de BRD eigenlijk niks met de Koerdische vrijheidsstrijd te maken heeft, behalve als ze deel neemt aan een imperialistisch komplot. "Wij zijn nationale vrijheidsstrijders. Tegenover uw rechtbank hebben wij generlei verantwoordelijkheid en kunnen die ook niet hebben. Wij zijn tegenover onze partij, ons volk, de vooruitstrevende mensheid en de geschiedenis verantwoordelijk. Alleen dit zijn krachten die het recht hebben ons te veroordelen."

Kaytan stelt dat de geschiedenis een lerares is die zich niet vergist. Daarom besluit hij z'n betoog met een vergelijking tussen het aktuele proces tegen de PKK en de historisch beroemde Dreyfus-affaire. De belangrijkste overeenkomst is dat het bij beide gaat om een door reaktionaire krachten gesmeed komplot. De strijd die geleverd is om het antisemitische komplot tegen Dreyfus te ontmaskeren, heeft gezegevierd. Dat in deze vergelijking de hoop schuilt op een goede afloop van de PKK-affaire is duidelijk.

Natuurlijk eindigt Kaytan zijn betoog met de woorden van Emile Zola (degene die de waarheid achter de Dreyfus-affaire naar buiten bracht): "Als jullie de waarheid begraven, zal ze rijpen en rijpen en op een dag zo'n grote explosieve kracht hebben dat dan wanneer ze explodeert, er geen steen op de andere blijft liggen. Behoedt jullie ervoor iets te doen wat vroeg of laat de weg vrij maakt voor zo'n vruchtbare vernietiging."

De waarheid voor Procureur Generaal Rebman is dat het proces niet zo verloopt als hij verwacht had toen hij de aanklacht formuleerde. Op 12 dec. '89 sprak hij tijdens z'n halfjaarlijkse perskonferentie z'n ontevredenheid uit over het verloop van het proces. Ook de BRD-burgers hebben recht op klagen. Onlangs rekende de Bild hen voor dat dagelijks 30.000 DM belastingsgelden aan dit onzinnige proces wordt gespendeerd.

Inmiddels berust de aanklacht alleen nog maar op drijfzand. De hoop dat de BRD dit showproces verliest, is steeds reŽler. Het op borgtocht vrijlaten van zeven aangeklaagden, zoals vorige week gebeurde, betekent volgens het Koerdistan komitee in de BRD een wending in het proces. Hasan Engizek is zelfs helemaal vrijgesproken. Er wordt nu door de rechtbank over een schadevergoeding gesproken van 8 DM per dag. Voorzitter Belker zei dat er sprake is geweest van een vergissing. Doordat hij zolang in een isoleercel heeft gezeten heeft Engizek veel psychische schade geleden. Ook is hij zijn arbeidsplaats kwijtgeraakt.

Deze ontwikkelingen betekenen echter niet dat de BRD van plan is haar handen van de Koerdische kwestie af te wenden. Nog steeds worden woningen van Koerden op overvalachtige wijze doorzocht. Soms worden daarbij arrestaties verricht, nog steeds op grond van artikel 129a. Ook worden de bewoners altijd gewaarschuwd of beter gezegd bedreigd. Ze moeten niet op het idee komen de PKK te steunen of andere akties in die richting te nemen, anders komen de smerissen nog een keer terug.

HET KOERDISCHE VOLK IS HET GROOTSTE VOLK DAT EIND 20ste EEUW VOOR VRIJHEID EN AUTONOMIE STRIJDT.

HET VERZET DAT DIT VOLK LEVERT MAG/KAN NIET IN EEN ANDER LAND VOOR HET GERECHT VEROORDEELD WORDEN.

p.s. Op woensdag 28 februari is er in Amsterdam een Koerdische info-avond. Meer hierover in de Agenda.

 

 

.Terug naar boven